Chapter, Verse
1 2, 7 | 7 Die zullen hem helpen, met goud en
2 2, 19| muren voltooid worden, zo zullen zij niet alleen geen schatting
3 2, 19| schatting willen geven, maar zullen ook de koningen wederstaan.~
4 3, 9 | koning zal opgestaan zijn, zo zullen zij hem het geschrift geven;
5 3, 9 | drie oversten van Perzië zullen oordelen, dat zijn rede
6 4, 4 | dat zij de een de anderen zullen oorlog aandoen, zij doen
7 4, 5 | en het woord des konings zullen zij niet overtreden; en
8 4, 37| en in hun ongerechtigheid zullen zij vergaan.~
9 4, 42| er geschreven is, en wij zullen het u geven, daar gij wijzer
10 4, 43| beloofd hebt, van Jeruzalem te zullen bouwen, op de dag waarop
11 5, 72| 72 Maar wij zullen alleen voor de Here Israëls
12 6, 28| bevolen, dat zij het geheel zullen opbouwen, en dat men wel
13 6, 30| die te Jeruzalem zijn, zullen verklaren dat dagelijks
14 6, 32| zijn goederen aan de koning zullen vervallen zijn.~
15 6, 34| dat deze dingen vlijtig zullen nagekomen worden.~
16 8, 11| koninkrijk zijnde, met u zullen mogen reizen naar Jeruzalem.~
17 8, 21| aanschrijven, die zij hem vlijtig zullen geven,~
18 8, 27| des konings overtreden, zullen streng worden gestraft,
19 8, 83| 83 En nu, Here, wat zullen wij zeggen, dewijl wij dit
20 8, 94| zijn, met haar kinderen zullen uitdrijven.~
21 9, 10| zeide met luider stem: Wij zullen alzo doen gelijk gij gezegd
|