Chapter, Verse
1 1, 24| hebben tegen de Here, meer dan enig volk en koninkrijk,
2 2, 5 | 5 Indien er dan iemand van u is uit zijn
3 2, 6 | 6 Zovelen dan, als er omtrent die plaatsen
4 2, 14| 14 Al de vaten dan, die overgebracht werden,
5 2, 19| 19 Indien dan deze stad opgebouwd wordt,
6 2, 20| 20 Dewijl men dan in het werk is met hetgeen
7 2, 28| 28 Nu dan, zo heb ik bevolen, dat
8 4, 12| 12 O mannen, hoe is dan de koning niet de sterkste,
9 4, 15| 15 Wie is dan degene die over hen heerst,
10 4, 19| meer begeerte tot haar, dan tot het goud en het zilver
11 4, 25| zijn eigen vrouw liever dan zijn vader en zijn moeder.~
12 4, 32| 32 O mannen, hoe zijn dan de vrouwen niet sterk, dewijl
13 4, 35| waarheid is groot en sterker dan allen.~
14 4, 42| eis wat gij wilt ja meer dan er geschreven is, en wij
15 4, 42| gij wijzer bevonden zijt dan de anderen, en gij zult
16 4, 46| van u geeist wordt. Ik bid dan dat gij de belofte volbrengt,
17 6, 21| 21 Nu dan, indien het u goeddunkt
18 6, 30| gedurig alle jaren; gelijk dan de priesters, die te Jeruzalem
19 8, 12| 12 Zo velen als er dan begerig zijn, dat zij mede
20 8, 89| 89 Zoudt gij dan over ons niet vertoornd
21 9, 52| 52 Gaat dan henen, eet het vette en
|