Chapter, Verse
1 1, 9 | en driehonderd kalveren. Maar Jechonia, en Semea, en Nathanaël
2 1, 28| zijn wagen van hem niet af; maar bestond hem te bestrijden,
3 1, 29| 29 Maar hij stelde zich om te strijden
4 1, 38| Jojakim en de groten aan zich; maar zijn broeder Saracus nam
5 1, 54| 54 Maar hij gaf hen allen in hun
6 2, 19| schatting willen geven, maar zullen ook de koningen wederstaan.~
7 2, 21| 21 Maar de Heer koning zulks te
8 3, 12| vrouwen zijn de sterkste, maar boven alle overwint de waarheid.~
9 4, 6 | gaan noch oorlog voeren, maar het land bouwen, wanneer
10 4, 6 | toe te brengen, daar die maar één alleen is.~
11 4, 38| 38 Maar de waarheid blijft en is
12 4, 39| maakt geen onderscheid, maar zij doet hetgeen recht is,
13 5, 72| 72 Maar wij zullen alleen voor de
14 6, 13| 13 Maar zij hebben ons geantwoord
15 6, 17| 17 Maar in het eerste jaar dat Cyrus
16 7, 11| niet tezamen geheiligd, maar de Levieten waren tezamen
17 8, 81| verlaten door de Here onze God, maar hij heeft ons in genade
18 8, 94| gans Israël is in twijfel, maar laat daarover door ons een
19 9, 8 | 8 Maar nu, bekent het, en geeft
20 9, 11| 11 Maar de menigte is groot, en
|