Chapter, Verse
1 1, 58| 58 Totdat het land aan zijn Sabbatten een welbehagen
2 4, 2 | mensen de sterkste, die het land en de zee bemachtigen, en
3 4, 6 | oorlog voeren, maar het land bouwen, wanneer ze gezaaid
4 4, 20| opgevoed heeft, en zijn eigen land, en hangt zijn eigen vrouw
5 4, 21| noch zijn moeder, noch zijn land.~
6 4, 50| 50 En dat het gehele land, dat zij bewoonden, voor
7 5, 46| te Jeruzalem, en in het land, en de heilige zangers,
8 5, 73| 73 En de volken van dit land drongen op degenen die in
9 6, 8 | aangekomen zijnde in het land van Judea, en gegaan zijnde
10 6, 17| jaar dat Cyrus over het land van Babylonië regeerde,
11 6, 23| Ekbatana in de stad, die in het land van Medië is, een zekere
12 6, 25| wand van nieuw hout van dat land, en dat men de onkosten
13 7, 13| gruwelen der volken van het land, en die de Here zochten.~
14 8, 14| mogen bevonden worden in het land van Babylonië, dat men dat
15 8, 69| de vreemde volken van dit land, en van hun onreinheden:~
16 8, 84| 84 Het land waarin gij komt om dat tot
17 8, 84| een erve te hebben, is een land, dat door de bezoedeling
18 8, 88| ons zodanige wortel in het land gegeven, en wij zijn weder
19 9, 9 | u van de volken van dit land, en van de uitlandse vrouwen.~
20 9, 37| te Jeruzalem, en in het land op de nieuwe maan van de
|