Chapter, Verse
1 1, 8 | werd uit de goederen des konings, volgens zijn belofte, aan
2 1, 18| Heren, naar het bevel des konings Josia.~
3 3, 4 | drie jongelingen, die des konings lijfwacht waren, en hem
4 3, 8 | onder het oorkussen des konings Darius,~
5 3, 20| Hij maakt het verstand des konings én van de wees enerlei verstand,
6 4, 1 | gezegd had van de sterkte des konings, en zeide:~
7 4, 5 | geslagen, en het woord des konings zullen zij niet overtreden;
8 4, 29| wondergroten Bartacus, des konings bijwijf, die aan de rechterhand
9 4, 29| die aan de rechterhand des konings zat,~
10 4, 30| kroon van het hoofd des konings, zette die zichzelf op,
11 5, 74| de tijd van het leven des konings Cyrus; en zo werd de bouw
12 7, 5 | Adar, in het zesde jaar des konings Darius.~
13 8, 6 | is het zevende jaar des konings) zo gingen zij uit Babylonië,
14 8, 19| Die zult gij geven uit des konings schatkamer.~
15 8, 23| over het koninkrijk des konings, en zijn zonen.~
16 8, 27| die de wet uws Gods en des konings overtreden, zullen streng
17 8, 28| die dit in het hart des konings heeft gegeven, opdat hij
18 8, 31| Babylonië, onder het rijk des konings Artaxerxes.~
19 8, 68| En gaven de bevelen des konings over, aan de rentmeesters
20 8, 68| aan de rentmeesters des konings, en aan de landvoogden van
|