Chapter, Verse
1 2, 31| jaar van het koninkrijk van Darius, de koning van Perzië.~
2 3, 1 | 1 EN Darius, koning zijnde, maakte een
3 3, 3 | zij weder naar huis. Doch Darius, de koning, keerde weder
4 3, 5 | anderen, hem zal de koning Darius grote giften en grote overwinningstekenen
5 3, 7 | hij zal de tweede naast Darius zitten vanwege zijn wijsheid,
6 3, 7 | zal een bloedvriend van Darius genoemd worden.~
7 3, 8 | het oorkussen des konings Darius,~
8 4, 47| 47 Toen stond de koning Darius op, en kuste hem; en schreef
9 5, 2 | 2 En Darius zond met hen duizend ruiters,
10 5, 6 | 6 Die onder Darius, de koning der Perzen, de
11 5, 74| lang tot het koninkrijk van Darius toe.~
12 6, 1 | nu van het koninkrijk van Darius profeteerde de profeet Haggaï
13 6, 5 | verhinderd in de bouw, totdat men Darius hiervan zou doen weten,
14 6, 6 | des briefs, die hij aan Darius heeft geschreven en gezonden,
15 6, 7 | Fenicië oversten zijn, wensen Darius de koning voorspoed.~
16 6, 23| 23 Toen heeft de koning Darius bevolen, dat men zou onderzoeken
17 6, 34| 34 Ik, koning Darius, heb goedgevonden, dat deze
18 7, 1 | aan hetgeen door de koning Darius was verordineerd;~
19 7, 4 | goedvinden van Cyrus, en Darius, en Artaxerxes, de koningen
20 7, 5 | het zesde jaar des konings Darius.~
|