Chapter, Verse
1 2, 1 | 1 ALS Cyrus over de Perzen regeerde,
2 2, 2 | verwekte de Here de geest van Cyrus, de koning der Perzen, die
3 2, 3 | 3 Dit zegt Cyrus, de koning der Perzen: De
4 2, 10| 10 En de koning Cyrus bracht tevoorschijn de heilige
5 2, 11| 11 En Cyrus, de koning der Perzen, die
6 4, 44| terug zoudt zenden, welke Cyrus afgezonderd heeft, toen
7 4, 57| zond weder al de vaten, die Cyrus uit Babylonië afgezonderd
8 4, 57| afgezonderd had, en al hetgeen Cyrus bevolen had te doen, dat
9 5, 55| volgens het bevel, dat van Cyrus, de koning van Perzië, hun
10 5, 72| bouwen, volgens hetgeen Cyrus, de koning der Perzen ons
11 5, 74| van het leven des konings Cyrus; en zo werd de bouw verhinderd
12 6, 17| Maar in het eerste jaar dat Cyrus over het land van Babylonië
13 6, 17| regeerde, heeft de koning Cyrus geschreven, dat men dit
14 6, 18| tempel gezet had, deze nam Cyrus de koning weder uit de tempel
15 6, 21| koninklijke boekkassen van Cyrus;~
16 6, 22| bewilliging van de koning Cyrus is geschied, en het de koning
17 6, 24| 24 In het eerste jaar als Cyrus regeerde, gebood de koning
18 6, 24| regeerde, gebood de koning Cyrus, dat men het huis des Heren
19 6, 25| onkosten zou geven uit het huis Cyrus de koning.~
20 7, 4 | Israël, en met goedvinden van Cyrus, en Darius, en Artaxerxes,
|