Chapter, Verse
1 1, 1 | Pascha op de veertiende dag der eerste maand;~
2 1, 17| offerande des Heren op die dag behoorde.~
3 1, 32| beklaagden hem tot op deze dag; en daar is een bevel uitgegeven,
4 1, 51| bespotten zijn boden, en op de dag dat de Here tot hen sprak,
5 4, 34| weder in haar plaats op één dag.~
6 4, 43| te zullen bouwen, op de dag waarop gij uw koninkrijk
7 4, 55| onderhoud zou geven, tot de dag toe dat het huis Gods zou
8 7, 5 | tot op de drieëntwintigste dag der maand Adar, in het zesde
9 7, 10| Pascha, op de veertiende dag der eerste maand, als de
10 8, 62| rivier Thera, de twaalfde dag der eerste maand, totdat
11 8, 63| waren, zo werd de vierde dag het gewogen zilver en goud
12 8, 77| in grote zonde tot deze dag toe.~
13 8, 78| roof, tot op de huidige dag.~
14 8, 90| overgelaten op de huidige dag.~
15 9, 5 | maand, en de twintigste dag der maand.~
16 9, 11| geen werk voor ons van één dag of twee; want wij hebben
17 9, 51| 51 Deze dag is de Here heilig; en zij
18 9, 53| 53 Want deze dag is heilig de Here, en zijt
19 9, 54| ganse volk, zeggende: Deze dag zelf is heilig, zijt niet
|