Chapter, Verse
1 1, 54| 54 Maar hij gaf hen allen in hun handen, en al de
2 4, 6 | 6 En allen die in de krijg niet gaan
3 4, 35| is groot en sterker dan allen.~
4 4, 39| hetgeen onrecht en boos is, en allen hebben zij een welbehagen
5 4, 47| zouden geleide doen, en allen die met hem opgingen om
6 4, 56| 56 En schreef, dat men allen, die de stad bewaarden,
7 5, 28| Ateta, de kinderen van Tobi, allen tezamen honderdnegenendertig.~
8 5, 35| 35 Deze allen dienden het heiligdom, en
9 5, 53| 53 En allen, die God geloften gedaan
10 5, 56| priesters, de Levieten, en allen die uit de gevangenis te
11 8, 73| En tot mij zijn vergaderd allen die toen bewogen werden
12 9, 3 | Judea en Jeruzalem, aan allen die uit de gevangenis waren,
13 9, 5 | 5 En zij vergaderden allen, die uit de stammen van
14 9, 16| van hun vaderlijke huizen, allen met namen, en op de nieuwe
15 9, 36| 36 Deze allen hadden uitlandse vrouwen
16 9, 45| de tegenwoordigheid van allen.~
17 9, 50| Levieten die het volk boven allen leerden:~
18 9, 51| Here heilig; en zij weenden allen, als zij de wet hoorden.~
19 9, 55| 55 En zij gingen allen heen, om te eten, en te
|