Chapter, Verse
1 1, 41| Nabuchodonosor nam van de heilige vaten des Heren, en bracht ze
2 1, 45| tezamen met de heilige vaten des Heren;~
3 1, 54| handen, en al de heilige vaten des Heren groot en klein,
4 2, 10| tevoorschijn de heilige vaten des Heren, die Nabuchodonosor
5 2, 13| zilveren bekers, en andere vaten tot duizend.~
6 2, 14| 14 Al de vaten dan, die overgebracht werden,
7 3, 6 | doen kleden, en uit gouden vaten doen drinken, en op gouden
8 4, 44| 44 En dat gij al de vaten, die uit Jeruzalem genomen
9 4, 57| En hij zond weder al de vaten, die Cyrus uit Babylonië
10 6, 18| heilige gouden en zilveren vaten, die Nabuchodonosor weggevoerd
11 6, 19| bevolen, dat hij al die vaten zou wegnemen, en zetten
12 6, 26| 26 En de heilige vaten van het huis des Heren,
13 8, 18| 18 En de heilige vaten des Heren, die u gegeven
14 8, 56| het goud, en de heilige vaten van het huis onzes Heren,
15 8, 57| honderd talenten aan gouden vaten, en honderd talenten aan
16 8, 58| schalen, en twaalf koperen vaten van fijn koper, blinkende
17 8, 59| ook de Here heilig, en de vaten zijn heilig, en het goud,
18 8, 61| dit zilver, en goud, en de vaten tot zich genomen hadden,
|