Chapter, Verse
1 1, 56| 56 En degenen, die overig waren van het
2 2, 8 | priesters en Levieten, en al degenen, wier geest God verwekte
3 2, 15| wedergebracht door Schesbatzar, met degenen, die uit de gevangenis van
4 2, 16| schreven aan hem, tegen degenen die in Judea en te Jeruzalem
5 2, 31| 31 En begonnen degenen, die daar bouwden, te verhinderen.
6 3, 1 | een grote maaltijd voor al degenen die onder hem stonden, en
7 4, 16| 16 En zij hebben zelfs degenen opgevoed, die de wijngaarden
8 4, 53| 53 En dat al degenen, die van Babylonië zouden
9 5, 52| andere feestdagen, voor degenen die geheiligd waren.~
10 5, 58| werk eendrachtig voort, bij degenen, die de werken maakten in
11 5, 67| 67 En zij verstonden, dat degenen, die uit de gevangenis waren
12 5, 73| van dit land drongen op degenen die in Judea woonden, en
13 8, 26| geheel Syrië en Fenicië, al degenen die de wet uws Gods verstaan,
14 8, 50| 50 En van degenen, die de tempel dienden,
15 8, 51| goede reis voor ons, en voor degenen die bij ons waren, namelijk
16 8, 53| sterkte onzes Heren was voor degenen, die hem zochten in alle
17 8, 95| u zal goeddunken, en al degenen die de wet des Heren gehoorzaam
18 9, 12| der menigte staan, en al degenen die uit onze inwoners uitlandse
|