Chapter, Verse
1 2, 28| bevolen, dat men deze mensen zal verhinderen hun stad te
2 3, 5 | IS; en wiens woord wijzer zal schijnen dat dat des anderen,
3 3, 5 | dat dat des anderen, hem zal de koning Darius grote giften
4 3, 6 | 6 Hij zal hem met purper doen kleden,
5 3, 6 | koetsen doen slapen, en zal hem een wagen geven, die
6 3, 7 | 7 En hij zal de tweede naast Darius zitten
7 3, 7 | vanwege zijn wijsheid, en zal een bloedvriend van Darius
8 3, 9 | zeide, wanneer de koning zal opgestaan zijn, zo zullen
9 3, 9 | zijn rede de wijste is, die zal de overwinning gegeven worden,
10 6, 32| 32 Daartoe zal men bevelen, zo wie overtreden
11 6, 32| bevelen, zo wie overtreden zal, of teniet doen iets van
12 6, 32| aangeschreven is, dat men een balk zal nemen van zijn eigen huis
13 6, 32| eigen huis en hem daaraan zal hangen, en dat zijn goederen
14 6, 33| en volk, welke zijn hand zal uitsteken, om te verhinderen
15 8, 21| de wet des hoogsten Gods zal aanschrijven, die zij hem
16 8, 95| 95 Gelijk u zal goeddunken, en al degenen
17 9, 53| niet droevig, want de Here zal u verheerlijken.~
|