Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
kennelijk 1
ketels 1
keten 1
kinderen 148
kiramas 1
kleden 1
klederen 5
Frequency    [«  »]
190 die
171 zijn
155 in
148 kinderen
145 zij
133 te
126 dat

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

kinderen

    Chapter, Verse
1 1, 5 | die voor uw broederen de kinderen Israëls dienen.~ 2 1, 15| En de heilige Zangers, de kinderen Asafs, waren in hun ordening, 3 1, 19| 19 En de kinderen Israëls, die daar op die 4 1, 57| zij waren zijn en zijner kinderen dienstknechten, totdat de 5 4, 37| vrouwen is onrecht, in alle kinderen der mensen is onrecht, en 6 5, 9 | met hun oversten, was: de kinderen Parosch tweeduizendeenhonderd 7 5, 10| 10 De kinderen Sarat vierhonderdtweeënzeventig. 8 5, 10| vierhonderdtweeënzeventig. De kinderen van Ares zevenhonderd zesenvijftig.~ 9 5, 11| 11 De kinderen van Faät Moab, onder de 10 5, 11| van Faät Moab, onder de kinderen van Jozua en Joab tweeduizend 11 5, 12| 12 De kinderen van Elam duizendtweehonderdvierenvijftig. 12 5, 12| duizendtweehonderdvierenvijftig. De kinderen van Zathaï negenhonderdvijfenzeventig. 13 5, 12| negenhonderdvijfenzeventig. De kinderen van Chorvas zevenhonderd 14 5, 12| zevenhonderd en vijf. De kinderen van Bani zeshonderdachtenveertig.~ 15 5, 13| 13 De kinderen van Babaï zeshonderddrieëndertig. 16 5, 13| zeshonderddrieëndertig. De kinderen van Argas duizend driehonderd 17 5, 14| 14 De kinderen van Adonikam zeshonderdzevenendertig. 18 5, 14| zeshonderdzevenendertig. De kinderen van Bagoë tweeduizendzesenzestig. 19 5, 14| tweeduizendzesenzestig. De kinderen van Adin vierhonderdvierenvijftig.~ 20 5, 15| 15 De kinderen van Ater uit Esekia tweeënnegentig. 21 5, 15| Esekia tweeënnegentig. De kinderen van Cilas en Azenas zevenenzestig. 22 5, 15| Azenas zevenenzestig. De kinderen van Azar vierhonderdtweeëndertig.~ 23 5, 16| 16 De kinderen van Amri honderdeneen. De 24 5, 16| van Amri honderdeneen. De kinderen van Arom tweeëndertig. De 25 5, 16| van Arom tweeëndertig. De kinderen van Base driehonderd drieentwintig. 26 5, 16| driehonderd drieentwintig. De kinderen van Arisfurith honderdentwee.~ 27 5, 17| 17 De kinderen van Beter drieduizendenvijf.~ 28 5, 18| 18 De kinderen uit Bethlomon honderddrieëntwintig; 29 5, 21| 21 De kinderen van Nifis honderdzesenvijftig; 30 5, 21| honderdzesenvijftig; de kinderen Kalamelali en Onus zevenhonderdvijfentwintig.~ 31 5, 22| 22 De kinderen van Jerechu tweehonderdvijfenveertig.~ 32 5, 23| 23 De kinderen van Sanaäs drieduizend driehonderd 33 5, 24| 24 De priesters: de kinderen van Jeddu, de zoon Jozua, 34 5, 24| Jeddu, de zoon Jozua, met de kinderen van Lanasib achthonderdzevenenzeventig. 35 5, 24| achthonderdzevenenzeventig. De kinderen Emeruth tweehonderdtweeënvijftig.~ 36 5, 25| 25 De kinderen van Fassur duizendvierhonderdenzeven. 37 5, 25| duizendvierhonderdenzeven. De kinderen van Charmi tweehonderdenzeventien.~ 38 5, 26| 26 De Levieten: de kinderen Jozut en Kadoëli en Banni 39 5, 27| 27 De heilige zangers: de kinderen van Asaf honderdenachtentwintig.~ 40 5, 28| 28 De deurwachters: de kinderen van Salum, de kinderen van 41 5, 28| de kinderen van Salum, de kinderen van Atar, de kinderen van 42 5, 28| de kinderen van Atar, de kinderen van Tolman, de kinderen 43 5, 28| kinderen van Tolman, de kinderen van Dahub, de kinderen van 44 5, 28| de kinderen van Dahub, de kinderen van Ateta, de kinderen van 45 5, 28| de kinderen van Ateta, de kinderen van Tobi, allen tezamen 46 5, 29| het heiligdom dienden: de kinderen van Hesai, de kinderen van 47 5, 29| de kinderen van Hesai, de kinderen van Asifa, de kinderen van 48 5, 29| de kinderen van Asifa, de kinderen van Tabaoth, de kinderen 49 5, 29| kinderen van Tabaoth, de kinderen van Seras, de kinderen van 50 5, 29| de kinderen van Seras, de kinderen van Suda, de kinderen van 51 5, 29| de kinderen van Suda, de kinderen van Faleas.~ 52 5, 30| 30 De kinderen van Labana, de kinderen 53 5, 30| kinderen van Labana, de kinderen van Agraba, de kinderen 54 5, 30| kinderen van Agraba, de kinderen van Akud, de kinderen van 55 5, 30| de kinderen van Akud, de kinderen van Uta, de kinderen van 56 5, 30| de kinderen van Uta, de kinderen van Cetab, de kinderen van 57 5, 30| de kinderen van Cetab, de kinderen van Akaba, de kinderen van 58 5, 30| de kinderen van Akaba, de kinderen van Sijba, de kinderen van 59 5, 30| de kinderen van Sijba, de kinderen van Anan, de kinderen van 60 5, 30| de kinderen van Anan, de kinderen van Cathua.~ 61 5, 31| 31 De kinderen van Geddur, de kinderen 62 5, 31| kinderen van Geddur, de kinderen van Laïr, de kinderen van 63 5, 31| de kinderen van Laïr, de kinderen van Desan, de kinderen van 64 5, 31| de kinderen van Desan, de kinderen van Noëba, de kinderen van 65 5, 31| de kinderen van Noëba, de kinderen van Chaseba, de kinderen 66 5, 31| kinderen van Chaseba, de kinderen van Cazera, de kinderen 67 5, 31| kinderen van Cazera, de kinderen van Ozia, de kinderen van 68 5, 31| de kinderen van Ozia, de kinderen van Finoë, de kinderen van 69 5, 31| de kinderen van Finoë, de kinderen van Asara.~ 70 5, 32| 32 De kinderen van Basthaï, de kinderen 71 5, 32| kinderen van Basthaï, de kinderen van Assana, de kinderen 72 5, 32| kinderen van Assana, de kinderen van Mavi, de kinderen van 73 5, 32| de kinderen van Mavi, de kinderen van Nafis, de kinderen van 74 5, 32| de kinderen van Nafis, de kinderen van Akuf, de kinderen van 75 5, 32| de kinderen van Akuf, de kinderen van Achiba, de kinderen 76 5, 32| kinderen van Achiba, de kinderen van Asub, de kinderen van 77 5, 32| de kinderen van Asub, de kinderen van Farenaces.~ 78 5, 33| 33 De kinderen der dienstknechten van Salomo, 79 5, 33| dienstknechten van Salomo, de kinderen van Asapfioth, de kinderen 80 5, 33| kinderen van Asapfioth, de kinderen van Farera, de kinderen 81 5, 33| kinderen van Farera, de kinderen van Jejeli, de kinderen 82 5, 33| kinderen van Jejeli, de kinderen van Lozon, de kinderen van 83 5, 33| de kinderen van Lozon, de kinderen van Isdaël, de kinderen 84 5, 33| kinderen van Isdaël, de kinderen van Safni.~ 85 5, 34| 34 De kinderen van Hagia, de zonen van 86 5, 34| zonen van Sachareth, de kinderen van Sabia, de kinderen van 87 5, 34| de kinderen van Sabia, de kinderen van Saroth, de kinderen 88 5, 34| kinderen van Saroth, de kinderen van Misaje, de kinderen 89 5, 34| kinderen van Misaje, de kinderen van Gas, de kinderen van 90 5, 34| de kinderen van Gas, de kinderen van Addus, de kinderen van 91 5, 34| de kinderen van Addus, de kinderen van Suba, de kinderen van 92 5, 34| de kinderen van Suba, de kinderen van Aferra, de kinderen 93 5, 34| kinderen van Aferra, de kinderen van Barod, de kinderen van 94 5, 34| de kinderen van Barod, de kinderen van Safag, de kinderen van 95 5, 34| de kinderen van Safag, de kinderen van Allom.~ 96 5, 35| het heiligdom, en waren kinderen der dienstknechten van Salomo, 97 5, 37| zij uit Israël waren. De kinderen van Dalan, de zoon van Baëma, 98 5, 37| Dalan, de zoon van Baëma, de kinderen van Nehoda zeshonderdtweeënvijftig;~ 99 5, 38| geslacht niet werd gevonden, de kinderen van Obdie, de kinderen van 100 5, 38| de kinderen van Obdie, de kinderen van Akbos, de kinderen van 101 5, 38| de kinderen van Akbos, de kinderen van Jaddu, die Augia tot 102 5, 47| zevende maand kwam, en de kinderen Israëls elk in hun woning 103 5, 59| bazuinen; en de Levieten, de kinderen van Asaf, met cymbalen.~ 104 6, 13| geantwoord en gezegd: Wij zijn kinderen des Heren, die de hemel 105 6, 31| voor de koning, en zijn kinderen; en dat zij bidden voor 106 7, 6 | 6 En de kinderen Israëls, en de priesters 107 7, 10| 10 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis 108 7, 11| 11 Doch al de kinderen Israëls, die uit de gevangenis 109 7, 12| slachtten het Pascha voor al de kinderen der gevangenis, en voor 110 7, 13| 13 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis 111 8, 5 | Jeruzalem sommigen op, uit de kinderen Israëls, en uit de priesters 112 8, 32| 32 Uit de kinderen Pinehas: Gerson; uit de 113 8, 32| Pinehas: Gerson; uit de kinderen van Ithamar: Gamaliël; uit 114 8, 32| Ithamar: Gamaliël; uit de kinderen van David: Lattus, de zoon 115 8, 33| 33 Uit de kinderen van Foros: Zacharia, en 116 8, 34| 34 Uit de kinderen van Faät Moab; Eljaonia 117 8, 35| 35 Uit de kinderen van Zathoë: Sechenia, de 118 8, 36| 36 Uit de kinderen van Adin, Obed, de zoon 119 8, 37| 37 Uit de kinderen van Elam, Jesia, de zoon 120 8, 37| zeventig mannen; uit de kinderen van Safatja, Zaraja, de 121 8, 38| 38 Uit de kinderen van Joab, Abadja, de zoon 122 8, 39| 39 Uit de kinderen van Bania, Salimoth, de 123 8, 40| 40 Uit de kinderen van Babi, Zacharia, de zoon 124 8, 41| 41 Uit de kinderen van Astath, Joannes Aratan 125 8, 42| 42 Uit de kinderen van Adonikam, de laatsten, 126 8, 42| zeventig mannen; uit de kinderen van Bagenthi, de zoon van 127 8, 48| verstandige mannen uit de kinderen van Moöli, de zoon van Levi, 128 8, 49| Hosea zijn broeder, uit de kinderen van Chanun, en hun zonen, 129 8, 51| ons waren, namelijk onze kinderen en ons vee.~ 130 8, 86| goede des lands, en het uw kinderen doet erven in eeuwigheid.~ 131 8, 93| de zoon van Jeëli, uit de kinderen Israëls riep en zeide: Ezra, 132 8, 94| geslacht zijn, met haar kinderen zullen uitdrijven.~ 133 9, 19| 19 Van de kinderen van Jozua, de zoon van Josedek 134 9, 21| 21 En van de kinderen van Emmer: Ananias, en Zabdeûs, 135 9, 22| 22 En van de kinderen van Fesur: Elionais, Massias, 136 9, 26| Van de Israëlieten, uit de kinderen van Foros: Hiermas, en Jezias, 137 9, 27| 27 Van de kinderen van Ela: Mathanias, en Zacharias, 138 9, 28| 28 En van de kinderen van Zamoth: Eliazim, Othonias, 139 9, 29| 29 En van de kinderen van Bebai: Joannes, en Ananias, 140 9, 30| 30 En van de kinderen van Mani: Olam, Manuch, 141 9, 31| 31 En van de kinderen van Addi: Naäth, en Moosias, 142 9, 32| 32 En uit de kinderen van Anan: Elionas, en Asajas, 143 9, 33| 33 En van de kinderen van Asom: Altaneüs, en Matthatias, 144 9, 34| 34 En van de kinderen van Baäni: Hieremias, Momdi, 145 9, 34| Selemias, Nathanius. En van de kinderen van Ezora: Sesis, Esril, 146 9, 35| 35 En van de kinderen van Ethma: Mazitias, Zabada, 147 9, 36| en verlieten ze met hun kinderen.~ 148 9, 37| de zevende maand, en de kinderen Israëls waren in hun woonplaatsen.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License