Chapter, Verse
1 1, 5 | die voor uw broederen de kinderen Israëls dienen.~
2 1, 15| En de heilige Zangers, de kinderen Asafs, waren in hun ordening,
3 1, 19| 19 En de kinderen Israëls, die daar op die
4 1, 57| zij waren zijn en zijner kinderen dienstknechten, totdat de
5 4, 37| vrouwen is onrecht, in alle kinderen der mensen is onrecht, en
6 5, 9 | met hun oversten, was: de kinderen Parosch tweeduizendeenhonderd
7 5, 10| 10 De kinderen Sarat vierhonderdtweeënzeventig.
8 5, 10| vierhonderdtweeënzeventig. De kinderen van Ares zevenhonderd zesenvijftig.~
9 5, 11| 11 De kinderen van Faät Moab, onder de
10 5, 11| van Faät Moab, onder de kinderen van Jozua en Joab tweeduizend
11 5, 12| 12 De kinderen van Elam duizendtweehonderdvierenvijftig.
12 5, 12| duizendtweehonderdvierenvijftig. De kinderen van Zathaï negenhonderdvijfenzeventig.
13 5, 12| negenhonderdvijfenzeventig. De kinderen van Chorvas zevenhonderd
14 5, 12| zevenhonderd en vijf. De kinderen van Bani zeshonderdachtenveertig.~
15 5, 13| 13 De kinderen van Babaï zeshonderddrieëndertig.
16 5, 13| zeshonderddrieëndertig. De kinderen van Argas duizend driehonderd
17 5, 14| 14 De kinderen van Adonikam zeshonderdzevenendertig.
18 5, 14| zeshonderdzevenendertig. De kinderen van Bagoë tweeduizendzesenzestig.
19 5, 14| tweeduizendzesenzestig. De kinderen van Adin vierhonderdvierenvijftig.~
20 5, 15| 15 De kinderen van Ater uit Esekia tweeënnegentig.
21 5, 15| Esekia tweeënnegentig. De kinderen van Cilas en Azenas zevenenzestig.
22 5, 15| Azenas zevenenzestig. De kinderen van Azar vierhonderdtweeëndertig.~
23 5, 16| 16 De kinderen van Amri honderdeneen. De
24 5, 16| van Amri honderdeneen. De kinderen van Arom tweeëndertig. De
25 5, 16| van Arom tweeëndertig. De kinderen van Base driehonderd drieentwintig.
26 5, 16| driehonderd drieentwintig. De kinderen van Arisfurith honderdentwee.~
27 5, 17| 17 De kinderen van Beter drieduizendenvijf.~
28 5, 18| 18 De kinderen uit Bethlomon honderddrieëntwintig;
29 5, 21| 21 De kinderen van Nifis honderdzesenvijftig;
30 5, 21| honderdzesenvijftig; de kinderen Kalamelali en Onus zevenhonderdvijfentwintig.~
31 5, 22| 22 De kinderen van Jerechu tweehonderdvijfenveertig.~
32 5, 23| 23 De kinderen van Sanaäs drieduizend driehonderd
33 5, 24| 24 De priesters: de kinderen van Jeddu, de zoon Jozua,
34 5, 24| Jeddu, de zoon Jozua, met de kinderen van Lanasib achthonderdzevenenzeventig.
35 5, 24| achthonderdzevenenzeventig. De kinderen Emeruth tweehonderdtweeënvijftig.~
36 5, 25| 25 De kinderen van Fassur duizendvierhonderdenzeven.
37 5, 25| duizendvierhonderdenzeven. De kinderen van Charmi tweehonderdenzeventien.~
38 5, 26| 26 De Levieten: de kinderen Jozut en Kadoëli en Banni
39 5, 27| 27 De heilige zangers: de kinderen van Asaf honderdenachtentwintig.~
40 5, 28| 28 De deurwachters: de kinderen van Salum, de kinderen van
41 5, 28| de kinderen van Salum, de kinderen van Atar, de kinderen van
42 5, 28| de kinderen van Atar, de kinderen van Tolman, de kinderen
43 5, 28| kinderen van Tolman, de kinderen van Dahub, de kinderen van
44 5, 28| de kinderen van Dahub, de kinderen van Ateta, de kinderen van
45 5, 28| de kinderen van Ateta, de kinderen van Tobi, allen tezamen
46 5, 29| het heiligdom dienden: de kinderen van Hesai, de kinderen van
47 5, 29| de kinderen van Hesai, de kinderen van Asifa, de kinderen van
48 5, 29| de kinderen van Asifa, de kinderen van Tabaoth, de kinderen
49 5, 29| kinderen van Tabaoth, de kinderen van Seras, de kinderen van
50 5, 29| de kinderen van Seras, de kinderen van Suda, de kinderen van
51 5, 29| de kinderen van Suda, de kinderen van Faleas.~
52 5, 30| 30 De kinderen van Labana, de kinderen
53 5, 30| kinderen van Labana, de kinderen van Agraba, de kinderen
54 5, 30| kinderen van Agraba, de kinderen van Akud, de kinderen van
55 5, 30| de kinderen van Akud, de kinderen van Uta, de kinderen van
56 5, 30| de kinderen van Uta, de kinderen van Cetab, de kinderen van
57 5, 30| de kinderen van Cetab, de kinderen van Akaba, de kinderen van
58 5, 30| de kinderen van Akaba, de kinderen van Sijba, de kinderen van
59 5, 30| de kinderen van Sijba, de kinderen van Anan, de kinderen van
60 5, 30| de kinderen van Anan, de kinderen van Cathua.~
61 5, 31| 31 De kinderen van Geddur, de kinderen
62 5, 31| kinderen van Geddur, de kinderen van Laïr, de kinderen van
63 5, 31| de kinderen van Laïr, de kinderen van Desan, de kinderen van
64 5, 31| de kinderen van Desan, de kinderen van Noëba, de kinderen van
65 5, 31| de kinderen van Noëba, de kinderen van Chaseba, de kinderen
66 5, 31| kinderen van Chaseba, de kinderen van Cazera, de kinderen
67 5, 31| kinderen van Cazera, de kinderen van Ozia, de kinderen van
68 5, 31| de kinderen van Ozia, de kinderen van Finoë, de kinderen van
69 5, 31| de kinderen van Finoë, de kinderen van Asara.~
70 5, 32| 32 De kinderen van Basthaï, de kinderen
71 5, 32| kinderen van Basthaï, de kinderen van Assana, de kinderen
72 5, 32| kinderen van Assana, de kinderen van Mavi, de kinderen van
73 5, 32| de kinderen van Mavi, de kinderen van Nafis, de kinderen van
74 5, 32| de kinderen van Nafis, de kinderen van Akuf, de kinderen van
75 5, 32| de kinderen van Akuf, de kinderen van Achiba, de kinderen
76 5, 32| kinderen van Achiba, de kinderen van Asub, de kinderen van
77 5, 32| de kinderen van Asub, de kinderen van Farenaces.~
78 5, 33| 33 De kinderen der dienstknechten van Salomo,
79 5, 33| dienstknechten van Salomo, de kinderen van Asapfioth, de kinderen
80 5, 33| kinderen van Asapfioth, de kinderen van Farera, de kinderen
81 5, 33| kinderen van Farera, de kinderen van Jejeli, de kinderen
82 5, 33| kinderen van Jejeli, de kinderen van Lozon, de kinderen van
83 5, 33| de kinderen van Lozon, de kinderen van Isdaël, de kinderen
84 5, 33| kinderen van Isdaël, de kinderen van Safni.~
85 5, 34| 34 De kinderen van Hagia, de zonen van
86 5, 34| zonen van Sachareth, de kinderen van Sabia, de kinderen van
87 5, 34| de kinderen van Sabia, de kinderen van Saroth, de kinderen
88 5, 34| kinderen van Saroth, de kinderen van Misaje, de kinderen
89 5, 34| kinderen van Misaje, de kinderen van Gas, de kinderen van
90 5, 34| de kinderen van Gas, de kinderen van Addus, de kinderen van
91 5, 34| de kinderen van Addus, de kinderen van Suba, de kinderen van
92 5, 34| de kinderen van Suba, de kinderen van Aferra, de kinderen
93 5, 34| kinderen van Aferra, de kinderen van Barod, de kinderen van
94 5, 34| de kinderen van Barod, de kinderen van Safag, de kinderen van
95 5, 34| de kinderen van Safag, de kinderen van Allom.~
96 5, 35| het heiligdom, en waren kinderen der dienstknechten van Salomo,
97 5, 37| zij uit Israël waren. De kinderen van Dalan, de zoon van Baëma,
98 5, 37| Dalan, de zoon van Baëma, de kinderen van Nehoda zeshonderdtweeënvijftig;~
99 5, 38| geslacht niet werd gevonden, de kinderen van Obdie, de kinderen van
100 5, 38| de kinderen van Obdie, de kinderen van Akbos, de kinderen van
101 5, 38| de kinderen van Akbos, de kinderen van Jaddu, die Augia tot
102 5, 47| zevende maand kwam, en de kinderen Israëls elk in hun woning
103 5, 59| bazuinen; en de Levieten, de kinderen van Asaf, met cymbalen.~
104 6, 13| geantwoord en gezegd: Wij zijn kinderen des Heren, die de hemel
105 6, 31| voor de koning, en zijn kinderen; en dat zij bidden voor
106 7, 6 | 6 En de kinderen Israëls, en de priesters
107 7, 10| 10 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis
108 7, 11| 11 Doch al de kinderen Israëls, die uit de gevangenis
109 7, 12| slachtten het Pascha voor al de kinderen der gevangenis, en voor
110 7, 13| 13 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis
111 8, 5 | Jeruzalem sommigen op, uit de kinderen Israëls, en uit de priesters
112 8, 32| 32 Uit de kinderen Pinehas: Gerson; uit de
113 8, 32| Pinehas: Gerson; uit de kinderen van Ithamar: Gamaliël; uit
114 8, 32| Ithamar: Gamaliël; uit de kinderen van David: Lattus, de zoon
115 8, 33| 33 Uit de kinderen van Foros: Zacharia, en
116 8, 34| 34 Uit de kinderen van Faät Moab; Eljaonia
117 8, 35| 35 Uit de kinderen van Zathoë: Sechenia, de
118 8, 36| 36 Uit de kinderen van Adin, Obed, de zoon
119 8, 37| 37 Uit de kinderen van Elam, Jesia, de zoon
120 8, 37| zeventig mannen; uit de kinderen van Safatja, Zaraja, de
121 8, 38| 38 Uit de kinderen van Joab, Abadja, de zoon
122 8, 39| 39 Uit de kinderen van Bania, Salimoth, de
123 8, 40| 40 Uit de kinderen van Babi, Zacharia, de zoon
124 8, 41| 41 Uit de kinderen van Astath, Joannes Aratan
125 8, 42| 42 Uit de kinderen van Adonikam, de laatsten,
126 8, 42| zeventig mannen; uit de kinderen van Bagenthi, de zoon van
127 8, 48| verstandige mannen uit de kinderen van Moöli, de zoon van Levi,
128 8, 49| Hosea zijn broeder, uit de kinderen van Chanun, en hun zonen,
129 8, 51| ons waren, namelijk onze kinderen en ons vee.~
130 8, 86| goede des lands, en het uw kinderen doet erven in eeuwigheid.~
131 8, 93| de zoon van Jeëli, uit de kinderen Israëls riep en zeide: Ezra,
132 8, 94| geslacht zijn, met haar kinderen zullen uitdrijven.~
133 9, 19| 19 Van de kinderen van Jozua, de zoon van Josedek
134 9, 21| 21 En van de kinderen van Emmer: Ananias, en Zabdeûs,
135 9, 22| 22 En van de kinderen van Fesur: Elionais, Massias,
136 9, 26| Van de Israëlieten, uit de kinderen van Foros: Hiermas, en Jezias,
137 9, 27| 27 Van de kinderen van Ela: Mathanias, en Zacharias,
138 9, 28| 28 En van de kinderen van Zamoth: Eliazim, Othonias,
139 9, 29| 29 En van de kinderen van Bebai: Joannes, en Ananias,
140 9, 30| 30 En van de kinderen van Mani: Olam, Manuch,
141 9, 31| 31 En van de kinderen van Addi: Naäth, en Moosias,
142 9, 32| 32 En uit de kinderen van Anan: Elionas, en Asajas,
143 9, 33| 33 En van de kinderen van Asom: Altaneüs, en Matthatias,
144 9, 34| 34 En van de kinderen van Baäni: Hieremias, Momdi,
145 9, 34| Selemias, Nathanius. En van de kinderen van Ezora: Sesis, Esril,
146 9, 35| 35 En van de kinderen van Ethma: Mazitias, Zabada,
147 9, 36| en verlieten ze met hun kinderen.~
148 9, 37| de zevende maand, en de kinderen Israëls waren in hun woonplaatsen.~
|