Chapter, Verse
1 1, 20| 20 En daar is zodanig Pascha niet gehouden
2 1, 22| des koninkrijks van Josia is dit Pascha gehouden.~
3 1, 25| al deze daden van Josia, is het geschied, dat Farao
4 1, 27| uitgezonden, want mijn krijg is op de Eufraat; en nu, de
5 1, 27| Eufraat; en nu, de Here is bij mij, en de Here is haastig
6 1, 27| Here is bij mij, en de Here is haastig bij mij; wend u
7 1, 32| tot op deze dag; en daar is een bevel uitgegeven, dat
8 1, 33| en hetgeen nu geschied is, wordt verhaald in het boek
9 2, 4 | Jeruzalem, dat in Judea is.~
10 2, 5 | Indien er dan iemand van u is uit zijn volk, de Here zij
11 2, 5 | des Heren van Israël; deze is de Here, die te Jeruzalem
12 2, 7 | Heren, die te Jeruzalem is.~
13 2, 9 | wier gemoed daartoe verwekt is.~
14 2, 18| stad die afvallig en boos is, hun straten bouwen, en
15 2, 20| Dewijl men dan in het werk is met hetgeen de tempel aangaat,
16 2, 23| wil die stad ook verwoest is.~
17 2, 26| onderzoek te doen, en daar is bevonden, dat deze stad
18 3, 5 | zeggen, WIE DE STERKSTE IS; en wiens woord wijzer zal
19 3, 9 | dat zijn rede de wijste is, die zal de overwinning
20 3, 9 | worden, gelijk geschreven is.~
21 3, 10| eerste schreef: De wijn is de sterkste.~
22 3, 11| 11 De andere: De koning is de sterkste.~
23 3, 17| van hetgeen bij ulieden is geschreven.~
24 3, 19| O mannen, hoe oversterk is de wijn; hij verleidt al
25 3, 25| 25 O mannen, is de wijn niet de sterkste,
26 4, 2 | bemachtigen, en alles wat daarin is?~
27 4, 6 | daar die maar één alleen is.~
28 4, 12| 12 O mannen, hoe is dan de koning niet de sterkste,
29 4, 14| der mensen, noch de wijn is de sterkste.~
30 4, 15| 15 Wie is dan degene die over hen
31 4, 15| zee en de aarde regeert is uit haar geboren.~
32 4, 17| zij maken hetgeen heerlijk is voor de mensen, en de mensen
33 4, 18| een vrouw zien die schoon is van gedaante en van gestalte,~
34 4, 28| nu, gelooft gij mij niet? Is de koning niet groot in
35 4, 34| de vrouwen sterk! Groot is de aarde,. en hoog is de
36 4, 34| Groot is de aarde,. en hoog is de hemel, en snel in haar
37 4, 34| hemel, en snel in haar loop is de zon, want zij, draait
38 4, 35| 35 Is die niet groot die zodanige
39 4, 35| dingen doet? Doch de waarheid is groot en sterker dan allen.~
40 4, 36| bewogen en beven, en bij haar is geen onrecht.~
41 4, 37| 37 De wijn is onrecht, in de koning is
42 4, 37| is onrecht, in de koning is onrecht, in de vrouwen is
43 4, 37| is onrecht, in de vrouwen is onrecht, in alle kinderen
44 4, 37| alle kinderen der mensen is onrecht, en alle zodanige
45 4, 37| werken zijn onrecht; en daar is in hen geen waarheid, en
46 4, 38| Maar de waarheid blijft en is sterk in der eeuwigheid;
47 4, 39| 39 En bij haar is geen aanneming des persoons;
48 4, 39| maar zij doet hetgeen recht is, en onthoudt zich van al
49 4, 39| hetgeen onrecht en boos is, en allen hebben zij een
50 4, 40| 40 En in haar oordeel is geen onrecht, en zij is
51 4, 40| is geen onrecht, en zij is de kracht, en het koninkrijk,
52 4, 41| toen, en sprak toen: Groot is de waarheid, en zij is sterk
53 4, 41| Groot is de waarheid, en zij is sterk bovenal.~
54 4, 42| ja meer dan er geschreven is, en wij zullen het u geven,
55 4, 45| Judea door de Chaldeeën is verwoest.~
56 4, 46| 46 En nu dit is wat ik van u verzoek, heer
57 4, 46| ik van u begeer: en deze is de heerlijkheid, die door
58 4, 59| 59 Van u is de overwinning, en van u
59 4, 59| de overwinning, en van u is de wijsheid, en uw is de
60 4, 59| u is de wijsheid, en uw is de heerlijkheid, en ik ben
61 5, 6 | in de maand Nisan, welke is de eerste maand.~
62 5, 38| Faëzeldeüs, en naar zijn naam is genoemd.~
63 5, 61| goedheid en zijn heerlijkheid is tot in der eeuwigheid, over
64 6, 2 | Heren, dat te Jeruzalem is, dewijl de profeten des
65 6, 6 | geschreven en gezonden, is dit:~
66 6, 14| 14 En dit huis is van over zeer vele jaren
67 6, 14| machtig koning Israëls, en is voltooid.~
68 6, 15| Israëls, die in de hemel is, hadden gezondigd, en hem
69 6, 18| de tempel die te Babylon is, en werden overgegeven aan
70 6, 22| bewilliging van de koning Cyrus is geschied, en het de koning
71 6, 23| te Babylon zijn; en daar is bevonden, te Ekbatana in
72 6, 23| die in het land van Medië is, een zekere plaats, waarin
73 6, 28| huis des Heren voltooid is.~
74 6, 32| van hetgeen aangeschreven is, dat men een balk zal nemen
75 8, 6 | in de vijfde maand, (dit is het zevende jaar des konings)
76 8, 9 | Heren, waarvan het afschrift is hetgeen volgt:~
77 8, 13| hetgeen in Judea en Jeruzalem is bezoeken, en doen volgens
78 8, 13| de wet des Heren vervat is.~
79 8, 15| dat van uw volk gegeven is tot de tempel des Heren,
80 8, 15| huns Gods, die te Jeruzalem is; en dat men vergadere het
81 8, 16| huns Gods, die te Jeruzalem is;~
82 8, 28| zijn huis, dat te Jeruzalem is, verheerlijken zou.~
83 8, 71| zonen; en het heilige zaad is vermengd geworden onder
84 8, 79| 79 En nu is ons een weinig genade geschied
85 8, 84| tot een erve te hebben, is een land, dat door de bezoedeling
86 8, 84| volken des lands bezoedeld is, want zij hebben dat met
87 8, 92| de tempel op de aarde, zo is is tot hem vergaderd een
88 8, 92| tempel op de aarde, zo is is tot hem vergaderd een zeer
89 8, 94| 94 En nu, gans Israël is in twijfel, maar laat daarover
90 9, 11| 11 Maar de menigte is groot, en het is wintertijd,
91 9, 11| menigte is groot, en het is wintertijd, en wij kunnen
92 9, 11| de blauwe hemel, en dit is geen werk voor ons van één
93 9, 17| 17 En het is ten einde gebracht, aangaande
94 9, 23| en Semeïs, Kovis (deze is Kalitas) en Patheüs, en
95 9, 38| in de grote plaats, welke is voor de heilige poort tegen
96 9, 51| 51 Deze dag is de Here heilig; en zij weenden
97 9, 53| 53 Want deze dag is heilig de Here, en zijt
98 9, 54| zeggende: Deze dag zelf is heilig, zijt niet droevig.~
|