Chapter, Verse
1 1, 3 | zetten in het huis, dat de koning Salomo de zoon Davids gebouwd
2 1, 5 | het voorschrift Davids; de koning Israëls, en naar de heerlijke
3 1, 15| en Jeduthun, die door de koning gesteld was.~
4 1, 21| 21 En geen koning Israëls heeft zodanig Pascha
5 1, 25| het geschied, dat Farao de koning van Egypte kwam, en oorlog
6 1, 26| 26 En de koning van Egypte zond tot hem,
7 1, 26| heb ik met u te doen, gij koning Juda?~
8 1, 29| oversten kwamen af tegen de koning Josia.~
9 1, 30| 30 En de koning zeide tot zijn knechten:
10 1, 34| Josia, en maakte hem tot koning in plaats van zijn vader,
11 1, 35| 35 En hij was koning in Israël en Jeruzalem drie
12 1, 35| Jeruzalem drie maanden. En de koning van Egypte zette hem af,
13 1, 35| dat hij te Jeruzalem geen koning zou zijn.~
14 1, 37| 37 En de koning van Egypte stelde zijn broeder
15 1, 37| zijn broeder Jojakim tot koning over Juda en Jeruzalem;~
16 1, 39| vijfentwintig jaren oud, toen hij koning werd over Judea en Jeruzalem,
17 1, 40| toog op Nabuchodonosor, de koning van Babylon, en bond hem
18 1, 43| En Joakim zijn zoon, werd koning in zijn plaats, en hij was
19 1, 43| achttien jaren oud toen hij koning gemaakt werd;~
20 1, 46| 46 En maakte Zedekia koning over Judea en Jeruzalem;
21 1, 48| een eed gedaan had aan de koning Nabuchodonosor, bij de naam
22 2, 2 | Here de geest van Cyrus, de koning der Perzen, die liet uitroepen
23 2, 3 | 3 Dit zegt Cyrus, de koning der Perzen: De Here Israëls,
24 2, 3 | allerhoogste Here, heeft mij tot koning gemaakt over de gehele aarde;~
25 2, 10| 10 En de koning Cyrus bracht tevoorschijn
26 2, 11| 11 En Cyrus, de koning der Perzen, die tevoorschijn
27 2, 16| tijde van Artaxerxes, de koning van Perzië, schreven aan
28 2, 17| 17 De koning Artaxerxes onze Heer; uw
29 2, 18| 18 Het zij nu de Heer koning bekend gemaakt, dat de Joden,
30 2, 21| 21 Maar de Heer koning zulks te laten weten, opdat,
31 2, 24| 24 Zo doen wij nu u Heer koning weten, dat indien deze stad
32 2, 25| 25 Toen schreef de koning terug aan Rathymus, de schrijver,
33 2, 30| 30 Toen nu hetgeen van de koning Artaxerxes geschreven werd,
34 2, 31| koninkrijk van Darius, de koning van Perzië.~
35 3, 1 | 1 EN Darius, koning zijnde, maakte een grote
36 3, 3 | naar huis. Doch Darius, de koning, keerde weder in zijn slaapkamer,
37 3, 5 | des anderen, hem zal de koning Darius grote giften en grote
38 3, 9 | 9 En zeide, wanneer de koning zal opgestaan zijn, zo zullen
39 3, 9 | geschrift geven; en van wie de koning en de drie oversten van
40 3, 11| 11 De andere: De koning is de sterkste.~
41 3, 13| 13 En als de koning opgestaan was, namen zij
42 3, 22| en gedenkt niet aan de koning of vorst, en hij maakt dat
43 4, 3 | 3 De koning nu overtreft en overheerst
44 4, 5 | brengen zij alles tot de koning: wat zij geroofd hebben
45 4, 6 | maaien, zo brengen zij de koning schatting; en de een dwingt
46 4, 6 | een dwingt de ander om de koning schatting toe te brengen,
47 4, 12| O mannen, hoe is dan de koning niet de sterkste, die men
48 4, 14| O mannen, niet de grote koning, noch de veelheid der mensen,
49 4, 15| vrouwen? De vrouwen hebben de koning ter wereld gebracht, en
50 4, 28| gelooft gij mij niet? Is de koning niet groot in zijn macht?
51 4, 30| zichzelf op, en sloeg de koning met haar linkerhand.~
52 4, 31| En bovendien zag haar de koning met open mond aan, en indien
53 4, 33| 33 Toen zagen de koning en de groten op elkander.
54 4, 37| De wijn is onrecht, in de koning is onrecht, in de vrouwen
55 4, 42| 42 Toen zeide de koning tot hem, eis wat gij wilt
56 4, 43| 43 Toen zeide hij tot de koning: Gedenk aan uw belofte,
57 4, 46| wat ik van u verzoek, heer koning, en dat ik van u begeer:
58 4, 46| belofte volbrengt, die gij de Koning des hemels met uw mond hebt
59 4, 47| 47 Toen stond de koning Darius op, en kuste hem;
60 4, 58| Jeruzalem, en dankte de Koning des hemels, zeggende:~
61 5, 6 | 6 Die onder Darius, de koning der Perzen, de wijze redenen
62 5, 7 | welke Nabuchodonosor, de koning van Babel, in Babylonië
63 5, 55| bevel, dat van Cyrus, de koning van Perzië, hun was aangeschreven.~
64 5, 60| instelling van David, de koning van Israël.~
65 5, 69| de dagen van Asbakaf de koning van Assyrië af, die ons
66 5, 72| volgens hetgeen Cyrus, de koning der Perzen ons heeft bevolen.~
67 6, 7 | oversten zijn, wensen Darius de koning voorspoed.~
68 6, 8 | alles kennelijk onze Heer de koning, dat wij aangekomen zijnde
69 6, 14| door een groot en machtig koning Israëls, en is voltooid.~
70 6, 15| handen van Nabuchodonosor, de koning te Babylon, de koning der
71 6, 15| de koning te Babylon, de koning der Chaldeeën,~
72 6, 17| Babylonië regeerde, heeft de koning Cyrus geschreven, dat men
73 6, 18| gezet had, deze nam Cyrus de koning weder uit de tempel die
74 6, 21| indien het u goeddunkt heer koning, zo laat onderzocht worden
75 6, 22| Jeruzalem met bewilliging van de koning Cyrus is geschied, en het
76 6, 22| Cyrus is geschied, en het de koning onze Heer goeddunkt, zo
77 6, 23| 23 Toen heeft de koning Darius bevolen, dat men
78 6, 24| Cyrus regeerde, gebood de koning Cyrus, dat men het huis
79 6, 25| geven uit het huis Cyrus de koning.~
80 6, 31| de hoogste God, voor de koning, en zijn kinderen; en dat
81 6, 32| dat zijn goederen aan de koning zullen vervallen zijn.~
82 6, 33| wordt, doe teniet een ieder koning en volk, welke zijn hand
83 6, 34| 34 Ik, koning Darius, heb goedgevonden,
84 7, 1 | geweest aan hetgeen door de koning Darius was verordineerd;~
85 7, 15| Omdat Hij de raad van de koning der Assyriërs tot hen had
86 8, 1 | deze, als Artaxerxes, de koning der Perzen, regeerde, trok
87 8, 4 | 4 En de koning had hem heerlijkheid gegeven,
88 8, 9 | schriftelijk bevel van de koning Artaxerxes tot Ezra de priester
89 8, 10| 10 De koning Artaxerxes wenst Ezra, de
90 8, 20| 20 En ik Artaxerxes, koning, heb bevolen aan hen, die
91 8, 29| heeft geëerd gemaakt voor de koning en zijn raadsheren, en al
92 8, 52| Want ik schaamde mij van de koning voetknechten en ruiters
93 8, 53| Want wij hadden tegen de koning gezegd, dat de sterkte onzes
94 8, 56| huis onzes Heren, welke de koning, en zijn raadsheren, en
|