Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
huize 1
huizen 4
hulp 2
hun 88
hunner 4
huns 2
huwelijk 4
Frequency    [«  »]
98 is
94 koning
90 hij
88 hun
81 tot
79 uit
78 der

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

hun

   Chapter, Verse
1 1, 2 | klederen waren aangedaan, naar hun dagordening in de tempel 2 1, 10| ongehevelde broden naar hun stammen, en naar de verdeling 3 1, 13| zichzelf, en voor de priesters, hun broederen, de zonen Aärons.~ 4 1, 14| zichzelf, en voor de priesters, hun broederen, de zonen Aärons.~ 5 1, 15| kinderen Asafs, waren in hun ordening, volgens hetgeen 6 1, 16| zijn dagorde aftreden. Want hun broeders, de Levieten, bereidden 7 1, 32| en de voornaamsten met hun vrouwen beklaagden hem tot 8 1, 52| zijnde over zijn volk vanwege hun goddeloosheid, de koningen 9 1, 53| 53 Die doodden hun jongelingen met het zwaard 10 1, 53| zwaard zelfs in de omgang van hun heilige tempel, en spaarden 11 1, 54| Maar hij gaf hen allen in hun handen, en al de heilige 12 2, 17| schrijver, en de anderen van hun raad, en rechters, die in 13 2, 18| die afvallig en boos is, hun straten bouwen, en hun muren 14 2, 18| hun straten bouwen, en hun muren herstellen, en de 15 2, 28| deze mensen zal verhinderen hun stad te bouwen; en dat men 16 3, 16| jongelingen, en laat henzelf hun redenen verklaren; en zij 17 4, 3 | regeert die, en alles wat hij hun zegt, dat gehoorzamen zij.~ 18 4, 4 | 4 Indien hij hun zegt dat zij de een de anderen 19 4, 4 | indien hij uitzendt tegen hun vijanden, zij gaan; zij 20 4, 26| 26 En velen zijn van hun zinnen beroofd om der vrouwen 21 4, 37| onrecht, en alle zodanige hun werken zijn onrecht; en 22 4, 37| hen geen waarheid, en in hun ongerechtigheid zullen zij 23 4, 49| vorst, noch rentmeester in hun deuren zou ingaan.~ 24 4, 53| zouden hebben, beide zij en hun nakomelingen, met al de 25 4, 56| die de stad bewaarden, hun deel en bezoldiging zou 26 4, 62| hunner vaderen, dat hij hun verkwikking en verlossing 27 5, 1 | huizen der vaderen naar hun stammen, met hun vrouwen 28 5, 1 | vaderen naar hun stammen, met hun vrouwen en hun zonen en 29 5, 1 | stammen, met hun vrouwen en hun zonen en dochteren, en hun 30 5, 1 | hun zonen en dochteren, en hun dienstknechten en dienstmaagden, 31 5, 1 | dienstknechten en dienstmaagden, en hun beesten.~ 32 5, 3 | 3 (En al hun broederen speelden) en deden 33 5, 7 | opgetrokken uit de gevangenis van hun vreemdelingschap, welke 34 5, 8 | Rheëlius, Rorinus, Baänas, hun oversten.~ 35 5, 9 | van het volk waren, met hun oversten, was: de kinderen 36 5, 36| Thermeleth, en Thelersa; en hun overste was Charnathalan 37 5, 37| 37 Doch zij konden hun steden en geslachten niet 38 5, 42| 42 En hun knechten en dienstmaagden 39 5, 44| enigen uit de oversten van hun familiën, als zij nu in 40 5, 44| richten in zijn plaats, naar hun vermogen.~ 41 5, 46| deurwachters, en geheel Israël, in hun vlekken.~ 42 5, 47| kinderen Israëls elk in hun woning waren, zo zijn zij 43 5, 55| Sidoniërs en Tyriërs, opdat zij hun cederhout van de berg Libanon 44 5, 55| Cyrus, de koning van Perzië, hun was aangeschreven.~ 45 5, 56| de zoon van Josedek, en hun broederen, en de priesters, 46 5, 58| de zoon van Eliadad, met hun zonen en broederen; al deze 47 5, 61| 61 En zij verhieven hun stemmen met gezangen, lovende 48 5, 63| Levieten, en oversten naar hun geslachten, die ouder waren, 49 5, 73| bezettende, verhinderden zij hun te bouwen.~ 50 6, 3 | Fenicië, en Sathrabusan en hun metgezellen, en zeiden tot 51 6, 7 | Fenicië, en Sathrabusan, en hun metgezellen die in Syrië 52 6, 10| gelukkig voortgaat onder hun handen, en hetzelve in grote 53 6, 12| 12 En wij hebben hun dit gevraagd, opdat wij 54 6, 12| gesteld zijn; en wij hebben hun ook schriftelijk afgeëist 55 6, 12| afgeëist de namen dergenen die hun oversten zijn.~ 56 6, 27| Fenicië, en Sathrabusan en hun metgezellen, en de andere 57 6, 31| en dat zij bidden voor hun lang leven.~ 58 7, 1 | Fenicië, en Sathrabusan en hun metgezellen gehoorzaam geweest 59 7, 12| der gevangenis, en voor hun broederen de priesters, 60 7, 15| Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen te sterken in de 61 8, 7 | de voorspoedige reis, die hun van de Here was gegeven.~ 62 8, 25| Noch dat iemand macht hebbe hun iets op te leggen.~ 63 8, 26| uws Gods verstaan, leer hun, die haar niet verstaan.~ 64 8, 31| deze zijn de oversten naar hun vaderlijke geslachten en 65 8, 42| de laatsten, en deze zijn hun namen: Elifala, de zoon 66 8, 46| 46 En ik zeide hun, dat zij zouden komen tot 67 8, 47| 47 Hun bevelende, dat zij Loddo 68 8, 49| kinderen van Chanun, en hun zonen, twintig mannen;~ 69 8, 55| en Lamia en met hem uit hun broederen nog twaalf mannen.~ 70 8, 56| 56 En ik woog hun het zilver en het goud, 71 8, 57| het gewogen had, heb ik hun overgegeven zeshonderdvijftig 72 8, 69| volken van dit land, en van hun onreinheden:~ 73 8, 71| dochteren, zij zelf namelijk en hun zonen; en het heilige zaad 74 8, 84| want zij hebben dat met hun onreinheid vervuld.~ 75 8, 85| dochteren niet geven aan hun zonen, en hun dochteren 76 8, 85| geven aan hun zonen, en hun dochteren zult gij niet 77 9, 4 | 4 En dat hun, die binnen twee of drie 78 9, 4 | der overste ouderlingen, hun vee zou verbannen worden, 79 9, 14| Levis, en Sabbateüs waren hun mede-rechters.~ 80 9, 16| de voornaamste mannen van hun vaderlijke huizen, allen 81 9, 20| de hand daaraan; dat zij hun vrouwen verstieten; en dat 82 9, 20| offerden tot verzoening over hun misdaden.~ 83 9, 36| huwelijk, en verlieten ze met hun kinderen.~ 84 9, 37| kinderen Israëls waren in hun woonplaatsen.~ 85 9, 41| de gehele menigte keerde hun zinnen tot de wet.~ 86 9, 47| antwoordde daarop Amen! En hun handen opwaarts heffende, 87 9, 49| des Heren voor de menigte, hun stem in het lezen verheffende.~ 88 9, 56| onderricht in het woord, dat hun geleerd was, en waartoe


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License