Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
toog 1
toorn 2
torens 2
tot 81
totdat 14
trekke 1
trekken 5
Frequency    [«  »]
94 koning
90 hij
88 hun
81 tot
79 uit
78 der
77 hem

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

tot

   Chapter, Verse
1 1, 3 | 3 En hij zeide tot de Levieten, die het heilige 2 1, 17| werd voleindigd alles wat tot de offerande des Heren op 3 1, 26| de koning van Egypte zond tot hem, zeggende: Wat heb ik 4 1, 30| 30 En de koning zeide tot zijn knechten: Voert mij 5 1, 32| hun vrouwen beklaagden hem tot op deze dag; en daar is 6 1, 34| van Josia, en maakte hem tot koning in plaats van zijn 7 1, 37| stelde zijn broeder Jojakim tot koning over Juda en Jeruzalem;~ 8 1, 50| God hunner vaderen zond tot hen, door zijn boden om 9 1, 50| door zijn boden om hen tot bekering te roepen, opdat 10 1, 51| en op de dag dat de Here tot hen sprak, belachten zij 11 2, 3 | allerhoogste Here, heeft mij tot koning gemaakt over de gehele 12 2, 13| bekers, en andere vaten tot duizend.~ 13 2, 18| dat de Joden, die van u tot ons wedergekeerd, en aangekomen 14 2, 31| tempels te Jeruzalem stil, tot het tweede jaar van het 15 3, 2 | hem waren van Indië aan tot Ethiopië toe, in de honderdenzeventien 16 3, 4 | en hem bewaarden, de een tot de ander:~ 17 3, 16| kwamen binnen, en zij zeiden tot hen:~ 18 4, 5 | overwinnen zo brengen zij alles tot de koning: wat zij geroofd 19 4, 19| en hebben meer begeerte tot haar, dan tot het goud en 20 4, 19| meer begeerte tot haar, dan tot het goud en het zilver en 21 4, 24| heeft, zo brengt hij dat tot zijn beminde.~ 22 4, 26| wil, en zijn om harentwil tot slaven geworden.~ 23 4, 42| 42 Toen zeide de koning tot hem, eis wat gij wilt ja 24 4, 43| 43 Toen zeide hij tot de koning: Gedenk aan uw 25 4, 51| 51 En tot de bouw des tempels jaarlijks 26 4, 55| Levieten onderhoud zou geven, tot de dag toe dat het huis 27 5, 38| kinderen van Jaddu, die Augia tot een huisvrouw nam, uit de 28 5, 40| Nehemia en Attaria zeiden tot hen, dat zij geen deel zouden 29 5, 45| 45 En te geven tot de heilige schatkist der 30 5, 56| het tweede jaar nadat hij tot de tempel Gods te Jeruzalem 31 5, 61| en zijn heerlijkheid is tot in der eeuwigheid, over 32 5, 64| 64 Kwamen tot het gebouw van dit huis 33 5, 68| 68 En zij kwamen tot Zerubabel en Jozua, en tot 34 5, 68| tot Zerubabel en Jozua, en tot de overste der geslachten, 35 5, 68| der geslachten, en zeiden tot hen, laat ons met u bouwen.~ 36 5, 70| 70 Toen zeiden tot hen Zerubabel, en Jozua 37 5, 74| verhinderd twee jaren lang tot het koninkrijk van Darius 38 6, 3 | 3 In deze tijd kwam tot hen Sisinnes de ondervoogd 39 6, 3 | hun metgezellen, en zeiden tot hen:~ 40 6, 20| Jeruzalem, en van die tijd af tot nu toe werd het gebouwd, 41 6, 29| Zerubabel, voor deze mensen, tot een offerande de Here, namelijk 42 6, 29| offerande de Here, namelijk tot stieren, rammen en lammeren;~ 43 7, 5 | het heilige huis voltooid tot op de drieëntwintigste dag 44 7, 7 | 7 En offerden tot de inwijding van de tempel 45 7, 15| de koning der Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen 46 8, 9 | van de koning Artaxerxes tot Ezra de priester en leermeester 47 8, 15| dat van uw volk gegeven is tot de tempel des Heren, huns 48 8, 15| vergadere het goud en het zilver tot stieren, en rammen, en lammeren, 49 8, 18| Heren, die u gegeven zijn tot het gebruik van de tempel 50 8, 22| 22 Tot honderd talenten zilvers 51 8, 22| zilvers toe, desgelijks tot honderd mudden koorn, en 52 8, 26| naar de wijsheid Gods, stel tot rechters en scheidslieden, 53 8, 45| 45 Zond ik tot Eleazar, en Iduël, en Maja, 54 8, 46| hun, dat zij zouden komen tot Loddeus de overste, die 55 8, 48| 48 En zij brachten tot ons, naar de sterke hand 56 8, 50| oversten gegeven hadden tot het werk der Levieten, tweehonderdentwintig 57 8, 52| begeren, en ander geleide tot verzekering tegen onze tegenpartijders.~ 58 8, 59| 59 En ik zeide tot ben: Gijlieden zijt ook 59 8, 61| zilver, en goud, en de vaten tot zich genomen hadden, om 60 8, 66| aangekomen waren, offerden tot offeranden de Here de God 61 8, 67| lammeren, twaalf bokken tot dankoffer: alles tot een 62 8, 67| bokken tot dankoffer: alles tot een offerande voor de Here;~ 63 8, 69| waren, zo kwamen de oversten tot mij, en zeiden: Het volk 64 8, 73| 73 En tot mij zijn vergaderd allen 65 8, 73| misdaad, en ik zat droevig tot het avondoffer toe.~ 66 8, 74| mijn handen uitstrekkende tot de Here, zeide ik:~ 67 8, 76| onze misdaden zijn verhoogd tot de hemel toe, zelfs van 68 8, 77| wij zijn in grote zonde tot deze dag toe.~ 69 8, 78| aan de koningen der aarde, tot zwaard, en gevangenis, en 70 8, 78| en gevangenis, en roof, tot op de huidige dag.~ 71 8, 84| land waarin gij komt om dat tot een erve te hebben, is een 72 8, 90| zijt waarachtig; wij zijn tot een wortel overgelaten op 73 8, 92| tempel op de aarde, zo is is tot hem vergaderd een zeer grote 74 9, 7 | Ezra stond op, en zeide tot hen: Gijlieden hebt onrecht 75 9, 16| Ezra de priester verkoos tot zich de voornaamste mannen 76 9, 20| dat zij rammen offerden tot verzoening over hun misdaden.~ 77 9, 39| 39 En zij zeiden tot Ezra, de priester en leermeester 78 9, 41| poort, van de morgenstond af tot de middag toe, in de tegenwoordigheid 79 9, 41| menigte keerde hun zinnen tot de wet.~ 80 9, 50| 50 En Attaratas zeide tot Ezra de overste priester 81 9, 50| priester en leermeester, en tot de Levieten die het volk


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License