Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
twintigste 1
tyriërs 1
u 32
uit 79
uitdrijven 1
uitgegeven 1
uitgeroeid 1
Frequency    [«  »]
90 hij
88 hun
81 tot
79 uit
78 der
77 hem
70 heren

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

uit

   Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Dit werd uit de goederen des konings, 2 1, 25| Eufraat gelegen; en Josia trok uit hem tegemoet.~ 3 1, 28| Jeremia, die hij hem zeide uit de mond des Heren.~ 4 1, 30| zijn knechten: Voert mij af uit de strijd, want ik ben zeer 5 1, 30| voerden hem terstond af uit de slagorden.~ 6 1, 47| profeet gesproken waren uit de mond des Heren.~ 7 2, 5 | Indien er dan iemand van u is uit zijn volk, de Here zij met 8 2, 8 | stonden op de voornaamsten uit de vaderlijke stammen van 9 2, 15| Schesbatzar, met degenen, die uit de gevangenis van Babylonië 10 3, 6 | met purper doen kleden, en uit gouden vaten doen drinken, 11 3, 23| kort daarna de zwaarden uit.~ 12 4, 15| zee en de aarde regeert is uit haar geboren.~ 13 4, 16| de wijngaarden planten, uit welke de wijn voortkomt.~ 14 4, 44| dat gij al de vaten, die uit Jeruzalem genomen zijn, 15 4, 49| schreef aan al de Joden, die uit zijn koninkrijk in Judea 16 4, 57| weder al de vaten, die Cyrus uit Babylonië afgezonderd had, 17 5, 5 | de zoon van Salathiël, uit den huize Davids, van het 18 5, 7 | 7 Dezen nu zijn het die uit Judea zijn opgetrokken uit 19 5, 7 | uit Judea zijn opgetrokken uit de gevangenis van hun vreemdelingschap, 20 5, 15| 15 De kinderen van Ater uit Esekia tweeënnegentig. De 21 5, 18| 18 De kinderen uit Bethlomon honderddrieëntwintig; 22 5, 37| geslachten niet verhalen, hoe zij uit Israël waren. De kinderen 23 5, 38| 38 En uit de priesters, die het priesterschap 24 5, 38| Augia tot een huisvrouw nam, uit de dochteren Faëzeldeüs, 25 5, 44| 44 En enigen uit de oversten van hun familiën, 26 5, 50| zijn plaats, hoewel enigen uit de andere volken des lands 27 5, 56| de Levieten, en allen die uit de gevangenis te Jeruzalem 28 5, 63| 63 Doch enigen uit de priesters en Levieten, 29 5, 67| verstonden, dat degenen, die uit de gevangenis waren gekomen, 30 6, 18| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis Gods dat te Jeruzalem 31 6, 18| nam Cyrus de koning weder uit de tempel die te Babylon 32 6, 25| men de onkosten zou geven uit het huis Cyrus de koning.~ 33 6, 26| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis des Heren dat te 34 6, 28| toezie, dat men de Joden, die uit de gevangenis zijn, hulp 35 6, 29| 29 Ook dat uit de inkomsten van Celo-Syrië 36 7, 6 | Levieten, en de anderen die uit de gevangenis daarbij gevoegd 37 7, 10| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, hielden 38 7, 11| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren gekomen, 39 7, 13| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, aten 40 8, 3 | 3 Deze Ezra trok henen uit Babylonië, als een schriftgeleerde, 41 8, 5 | naar Jeruzalem sommigen op, uit de kinderen Israëls, en 42 8, 5 | de kinderen Israëls, en uit de priesters en Levieten, 43 8, 5 | priesters en Levieten, en uit de heilige zangers en deurwachters, 44 8, 6 | des konings) zo gingen zij uit Babylonië, op de nieuwe 45 8, 11| die dat vrijwillig begeren uit het Joodse volk, en de priesters, 46 8, 19| 19 Die zult gij geven uit des konings schatkamer.~ 47 8, 30| Gods; en vergaderde mannen uit Israël, opdat zij met mij 48 8, 31| heerschappijen, die met mij optogen uit Babylonië, onder het rijk 49 8, 32| 32 Uit de kinderen Pinehas: Gerson; 50 8, 32| kinderen Pinehas: Gerson; uit de kinderen van Ithamar: 51 8, 32| kinderen van Ithamar: Gamaliël; uit de kinderen van David: Lattus, 52 8, 33| 33 Uit de kinderen van Foros: Zacharia, 53 8, 34| 34 Uit de kinderen van Faät Moab; 54 8, 35| 35 Uit de kinderen van Zathoë: 55 8, 36| 36 Uit de kinderen van Adin, Obed, 56 8, 37| 37 Uit de kinderen van Elam, Jesia, 57 8, 37| met hem zeventig mannen; uit de kinderen van Safatja, 58 8, 38| 38 Uit de kinderen van Joab, Abadja, 59 8, 39| 39 Uit de kinderen van Bania, Salimoth, 60 8, 40| 40 Uit de kinderen van Babi, Zacharia, 61 8, 41| 41 Uit de kinderen van Astath, 62 8, 42| 42 Uit de kinderen van Adonikam, 63 8, 42| met hen zeventig mannen; uit de kinderen van Bagenthi, 64 8, 44| 44 En uit de priesters en uit de Levieten 65 8, 44| 44 En uit de priesters en uit de Levieten niemand daar 66 8, 48| enige verstandige mannen uit de kinderen van Moöli, de 67 8, 49| en Hosea zijn broeder, uit de kinderen van Chanun, 68 8, 55| Eresebia, en Lamia en met hem uit hun broederen nog twaalf 69 8, 66| 66 En die uit de gevangenis aangekomen 70 8, 92| vergaderd een zeer grote schare uit Jeruzalem, mannen, en vrouwen, 71 8, 93| Jechonia, de zoon van Jeëli, uit de kinderen Israëls riep 72 8, 93| vrouwen ten huwelijk genomen, uit de volken des lands.~ 73 9, 3 | Jeruzalem, aan allen die uit de gevangenis waren, opdat 74 9, 5 | zij vergaderden allen, die uit de stammen van Juda en Benjamin 75 9, 12| staan, en al degenen die uit onze inwoners uitlandse 76 9, 15| 15 En die uit de gevangenis waren, volgden 77 9, 26| 26 Van de Israëlieten, uit de kinderen van Foros: Hiermas, 78 9, 32| 32 En uit de kinderen van Anan: Elionas, 79 9, 37| Levieten, en die anderen uit Israël zetten zich neder


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License