Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Dit werd uit de goederen des konings,
2 1, 25| Eufraat gelegen; en Josia trok uit hem tegemoet.~
3 1, 28| Jeremia, die hij hem zeide uit de mond des Heren.~
4 1, 30| zijn knechten: Voert mij af uit de strijd, want ik ben zeer
5 1, 30| voerden hem terstond af uit de slagorden.~
6 1, 47| profeet gesproken waren uit de mond des Heren.~
7 2, 5 | Indien er dan iemand van u is uit zijn volk, de Here zij met
8 2, 8 | stonden op de voornaamsten uit de vaderlijke stammen van
9 2, 15| Schesbatzar, met degenen, die uit de gevangenis van Babylonië
10 3, 6 | met purper doen kleden, en uit gouden vaten doen drinken,
11 3, 23| kort daarna de zwaarden uit.~
12 4, 15| zee en de aarde regeert is uit haar geboren.~
13 4, 16| de wijngaarden planten, uit welke de wijn voortkomt.~
14 4, 44| dat gij al de vaten, die uit Jeruzalem genomen zijn,
15 4, 49| schreef aan al de Joden, die uit zijn koninkrijk in Judea
16 4, 57| weder al de vaten, die Cyrus uit Babylonië afgezonderd had,
17 5, 5 | de zoon van Salathiël, uit den huize Davids, van het
18 5, 7 | 7 Dezen nu zijn het die uit Judea zijn opgetrokken uit
19 5, 7 | uit Judea zijn opgetrokken uit de gevangenis van hun vreemdelingschap,
20 5, 15| 15 De kinderen van Ater uit Esekia tweeënnegentig. De
21 5, 18| 18 De kinderen uit Bethlomon honderddrieëntwintig;
22 5, 37| geslachten niet verhalen, hoe zij uit Israël waren. De kinderen
23 5, 38| 38 En uit de priesters, die het priesterschap
24 5, 38| Augia tot een huisvrouw nam, uit de dochteren Faëzeldeüs,
25 5, 44| 44 En enigen uit de oversten van hun familiën,
26 5, 50| zijn plaats, hoewel enigen uit de andere volken des lands
27 5, 56| de Levieten, en allen die uit de gevangenis te Jeruzalem
28 5, 63| 63 Doch enigen uit de priesters en Levieten,
29 5, 67| verstonden, dat degenen, die uit de gevangenis waren gekomen,
30 6, 18| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis Gods dat te Jeruzalem
31 6, 18| nam Cyrus de koning weder uit de tempel die te Babylon
32 6, 25| men de onkosten zou geven uit het huis Cyrus de koning.~
33 6, 26| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis des Heren dat te
34 6, 28| toezie, dat men de Joden, die uit de gevangenis zijn, hulp
35 6, 29| 29 Ook dat uit de inkomsten van Celo-Syrië
36 7, 6 | Levieten, en de anderen die uit de gevangenis daarbij gevoegd
37 7, 10| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, hielden
38 7, 11| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren gekomen,
39 7, 13| de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, aten
40 8, 3 | 3 Deze Ezra trok henen uit Babylonië, als een schriftgeleerde,
41 8, 5 | naar Jeruzalem sommigen op, uit de kinderen Israëls, en
42 8, 5 | de kinderen Israëls, en uit de priesters en Levieten,
43 8, 5 | priesters en Levieten, en uit de heilige zangers en deurwachters,
44 8, 6 | des konings) zo gingen zij uit Babylonië, op de nieuwe
45 8, 11| die dat vrijwillig begeren uit het Joodse volk, en de priesters,
46 8, 19| 19 Die zult gij geven uit des konings schatkamer.~
47 8, 30| Gods; en vergaderde mannen uit Israël, opdat zij met mij
48 8, 31| heerschappijen, die met mij optogen uit Babylonië, onder het rijk
49 8, 32| 32 Uit de kinderen Pinehas: Gerson;
50 8, 32| kinderen Pinehas: Gerson; uit de kinderen van Ithamar:
51 8, 32| kinderen van Ithamar: Gamaliël; uit de kinderen van David: Lattus,
52 8, 33| 33 Uit de kinderen van Foros: Zacharia,
53 8, 34| 34 Uit de kinderen van Faät Moab;
54 8, 35| 35 Uit de kinderen van Zathoë:
55 8, 36| 36 Uit de kinderen van Adin, Obed,
56 8, 37| 37 Uit de kinderen van Elam, Jesia,
57 8, 37| met hem zeventig mannen; uit de kinderen van Safatja,
58 8, 38| 38 Uit de kinderen van Joab, Abadja,
59 8, 39| 39 Uit de kinderen van Bania, Salimoth,
60 8, 40| 40 Uit de kinderen van Babi, Zacharia,
61 8, 41| 41 Uit de kinderen van Astath,
62 8, 42| 42 Uit de kinderen van Adonikam,
63 8, 42| met hen zeventig mannen; uit de kinderen van Bagenthi,
64 8, 44| 44 En uit de priesters en uit de Levieten
65 8, 44| 44 En uit de priesters en uit de Levieten niemand daar
66 8, 48| enige verstandige mannen uit de kinderen van Moöli, de
67 8, 49| en Hosea zijn broeder, uit de kinderen van Chanun,
68 8, 55| Eresebia, en Lamia en met hem uit hun broederen nog twaalf
69 8, 66| 66 En die uit de gevangenis aangekomen
70 8, 92| vergaderd een zeer grote schare uit Jeruzalem, mannen, en vrouwen,
71 8, 93| Jechonia, de zoon van Jeëli, uit de kinderen Israëls riep
72 8, 93| vrouwen ten huwelijk genomen, uit de volken des lands.~
73 9, 3 | Jeruzalem, aan allen die uit de gevangenis waren, opdat
74 9, 5 | zij vergaderden allen, die uit de stammen van Juda en Benjamin
75 9, 12| staan, en al degenen die uit onze inwoners uitlandse
76 9, 15| 15 En die uit de gevangenis waren, volgden
77 9, 26| 26 Van de Israëlieten, uit de kinderen van Foros: Hiermas,
78 9, 32| 32 En uit de kinderen van Anan: Elionas,
79 9, 37| Levieten, en die anderen uit Israël zetten zich neder
|