Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
jerechu 1
jeremia 5
jeromoth 1
jeruzalem 70
jesia 1
jezel 2
jezias 1
Frequency    [«  »]
78 der
77 hem
70 heren
70 jeruzalem
66 aan
63 op
61 voor

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

jeruzalem

   Chapter, Verse
1 1, 1 | zijn Here het Pascha te Jeruzalem, en slachtte het Pascha 2 1, 21| bevonden was in zijn woning te Jeruzalem.~ 3 1, 31| tweede wagen, en als hij te Jeruzalem wedergebracht was, legde 4 1, 35| was koning in Israël en Jeruzalem drie maanden. En de koning 5 1, 35| zette hem af, dat hij te Jeruzalem geen koning zou zijn.~ 6 1, 37| tot koning over Juda en Jeruzalem;~ 7 1, 39| koning werd over Judea en Jeruzalem, en deed wat kwaad was voor 8 1, 44| maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was voor 9 1, 46| Zedekia koning over Judea en Jeruzalem; die was eenentwintig jaren 10 1, 49| tempel des Heren, die te Jeruzalem geheiligd was.~ 11 1, 55| en braken de muren van Jeruzalem, en haar torens verbrandden 12 2, 4 | hem een huis zou bouwen te Jeruzalem, dat in Judea is.~ 13 2, 5 | hem, en hij trekke op naar Jeruzalem in Judea, en bouwe het huis 14 2, 5 | deze is de Here, die te Jeruzalem woont.~ 15 2, 7 | tempel des Heren, die te Jeruzalem is.~ 16 2, 8 | en het huis des Heren te Jeruzalem te bouwen.~ 17 2, 10| die Nabuchodonosor van Jeruzalem weggevoerd, en in zijn afgoden-tempel 18 2, 15| gevangenis van Babylonië te Jeruzalem kwamen.~ 19 2, 16| degenen die in Judea en te Jeruzalem woonden, Belemus en Mithridates, 20 2, 18| wedergekeerd, en aangekomen zijn te Jeruzalem, een stad die afvallig en 21 2, 27| gevoerd hebben, en dat te Jeruzalem machtige en strenge koningen 22 2, 30| en trokken met haast naar Jeruzalem, met een leger van ruiters 23 2, 31| stond de bouw des tempels te Jeruzalem stil, tot het tweede jaar 24 4, 43| die gij beloofd hebt, van Jeruzalem te zullen bouwen, op de 25 4, 44| gij al de vaten, die uit Jeruzalem genomen zijn, terug zoudt 26 4, 47| die met hem opgingen om Jeruzalem te bouwen.~ 27 4, 48| van de berg Libanon naar Jeruzalem, en dat zij de stad met 28 4, 55| Gods zou voleindigd, en Jeruzalem zou herbouwd zijn.~ 29 4, 57| hij ook te doen, en naar Jeruzalem te zenden.~ 30 4, 58| naar de hemel tegenover Jeruzalem, en dankte de Koning des 31 4, 63| 63 Om op te trekken en Jeruzalem te bouwen en de tempel waarover 32 5, 2 | in vrede te geleiden naar Jeruzalem, met muziek, trommelen en 33 5, 8 | zijn weder gekeerd naar Jeruzalem, en naar de andere delen 34 5, 44| nu in de tempel Gods te Jeruzalem kwamen, beloofden het huis 35 5, 46| waren, zetten zich neder te Jeruzalem, en in het land, en de heilige 36 5, 56| hij tot de tempel Gods te Jeruzalem was gekomen, op de tweede 37 5, 56| die uit de gevangenis te Jeruzalem waren gekomen.~ 38 5, 57| maand, als zij in Judea en Jeruzalem waren gekomen.~ 39 6, 1 | de Joden, die in Judea en Jeruzalem waren, in de naam van de 40 6, 2 | het huis des Heren, dat te Jeruzalem is, dewijl de profeten des 41 6, 8 | gegaan zijnde in de stad Jeruzalem, bevonden hebben, dat de 42 6, 9 | 9 In de stad Jeruzalem bouwende waren een nieuw 43 6, 18| uit het huis Gods dat te Jeruzalem was, en die hij in zijn 44 6, 19| en zetten in de tempel te Jeruzalem, en dat de tempel des Heren 45 6, 20| van het huis des Heren te Jeruzalem, en van die tijd af tot 46 6, 22| van het huis des Heren te Jeruzalem met bewilliging van de koning 47 6, 24| men het huis des Heren te Jeruzalem zou bouwen, waar men offeranden 48 6, 26| het huis des Heren dat te Jeruzalem was, en naar Babylon gebracht 49 6, 26| in het huis des Heren te Jeruzalem, daar zij gesteld waren 50 6, 30| dan de priesters, die te Jeruzalem zijn, zullen verklaren dat 51 6, 33| beschadigen dit huis des Heren te Jeruzalem.~ 52 8, 5 | En met hem trokken naar Jeruzalem sommigen op, uit de kinderen 53 8, 7 | 7 En kwamen te Jeruzalem onder hem, volgens de voorspoedige 54 8, 11| zullen mogen reizen naar Jeruzalem.~ 55 8, 13| zij hetgeen in Judea en Jeruzalem is bezoeken, en doen volgens 56 8, 14| ik en mijn vrienden voor Jeruzalem beloofd hebben; en al het 57 8, 14| weder brenge de Here te Jeruzalem:~ 58 8, 15| Heren, huns Gods, die te Jeruzalem is; en dat men vergadere 59 8, 16| Heren, huns Gods, die te Jeruzalem is;~ 60 8, 28| opdat hij zijn huis, dat te Jeruzalem is, verheerlijken zou.~ 61 8, 60| vaderlijke huizen Israëls te Jeruzalem, in de cellen van het huis 62 8, 61| zich genomen hadden, om te Jeruzalem te leveren brachten die 63 8, 62| totdat wij gekomen zijn te Jeruzalem, naar de sterke hand onzes 64 8, 63| vijanden; en wij kwamen te Jeruzalem, en als wij daar drie dagen 65 8, 82| vastigheid te geven in Judea en Jeruzalem.~ 66 8, 92| een zeer grote schare uit Jeruzalem, mannen, en vrouwen, en 67 9, 3 | gedaan door geheel Judea en Jeruzalem, aan allen die uit de gevangenis 68 9, 3 | waren, opdat zij binnen Jeruzalem bijeen zouden komen,~ 69 9, 5 | waren, binnen drie dagen te Jeruzalem; dit was de negende maand, 70 9, 37| Israël zetten zich neder te Jeruzalem, en in het land op de nieuwe


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License