Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
herbouwd 1
here 60
hereël 1
heren 70
herstellen 1
hesai 1
het 219
Frequency    [«  »]
79 uit
78 der
77 hem
70 heren
70 jeruzalem
66 aan
63 op

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

heren

   Chapter, Verse
1 1, 2 | dagordening in de tempel des Heren.~ 2 1, 3 | heiligen, om de heilige ark des Heren te zetten in het huis, dat 3 1, 6 | Pascha naar het bevel des Heren, dat hij Mozes heeft gegeven.~ 4 1, 17| wat tot de offerande des Heren op die dag behoorde.~ 5 1, 18| brengen op het altaar des Heren, naar het bevel des konings 6 1, 24| hebben; en de woorden des Heren zijn opgestaan tegen Israël.~ 7 1, 28| hem zeide uit de mond des Heren.~ 8 1, 33| wetenschap in de wet des Heren. En hetgeen tevoren door 9 1, 41| van de heilige vaten des Heren, en bracht ze weg, en zette 10 1, 45| met de heilige vaten des Heren;~ 11 1, 47| gesproken waren uit de mond des Heren.~ 12 1, 48| Nabuchodonosor, bij de naam des Heren, zo werd hij meinedig, en 13 1, 48| overtrad de inzettingen des Heren, des Gods van Israël.~ 14 1, 49| bevlekten de tempel des Heren, die te Jeruzalem geheiligd 15 1, 54| al de heilige vaten des Heren groot en klein, en de ark 16 1, 54| en klein, en de ark des Heren, en de koninklijke schatkisten 17 1, 55| verbrandden het huis des Heren, en braken de muren van 18 1, 57| zou worden het woord des Heren, gesproken door de mond 19 2, 1 | jaar: opdat het woord des Heren vervuld werd dat hij door 20 2, 5 | Judea, en bouwe het huis des Heren van Israël; deze is de Here, 21 2, 7 | toebrengt in de tempel des Heren, die te Jeruzalem is.~ 22 2, 8 | trekken, en het huis des Heren te Jeruzalem te bouwen.~ 23 2, 10| tevoorschijn de heilige vaten des Heren, die Nabuchodonosor van 24 5, 53| offeren, en de tempel des Heren was nog niet gebouwd.~ 25 5, 58| waren, over de werken des Heren; en Jozua stond met zijn 26 5, 58| maakten in het huis des Heren.~ 27 5, 59| bouwlieden bouwden de tempel des Heren, en de priesters stonden 28 5, 62| oprichting van het huis des Heren.~ 29 6, 2 | weder te bouwen het huis des Heren, dat te Jeruzalem is, dewijl 30 6, 2 | dewijl de profeten des Heren bij hen waren, en hen hielpen.~ 31 6, 13| gezegd: Wij zijn kinderen des Heren, die de hemel en de aarde 32 6, 19| Jeruzalem, en dat de tempel des Heren zou gebouwd worden op zijn 33 6, 20| fundamenten van het huis des Heren te Jeruzalem, en van die 34 6, 22| opbouw van het huis des Heren te Jeruzalem met bewilliging 35 6, 24| Cyrus, dat men het huis des Heren te Jeruzalem zou bouwen, 36 6, 26| heilige vaten van het huis des Heren, beide gouden en zilveren, 37 6, 26| weggevoerd had uit het huis des Heren dat te Jeruzalem was, en 38 6, 26| brengen in het huis des Heren te Jeruzalem, daar zij gesteld 39 6, 27| en dat zij de knecht des Heren en overste van Judea, Zerubabel, 40 6, 27| der Joden, dit huis des Heren zouden laten bouwen, op 41 6, 28| bewijze, totdat het huis des Heren voltooid is.~ 42 6, 33| beschadigen dit huis des Heren te Jeruzalem.~ 43 7, 4 | die, door het bevel des Heren de God van Israël, en met 44 7, 7 | inwijding van de tempel des Heren honderd stieren, tweehonderd 45 7, 9 | klederen, over de werken des Heren, de God Israëls, volgens 46 7, 15| sterken in de werken des Heren, de God Israëls.~ 47 8, 8 | dingen die van de wet des Heren waren, en van de geboden 48 8, 9 | leermeester van de wet des Heren, waarvan het afschrift is 49 8, 10| leermeester van de wet des Heren, voorspoed.~ 50 8, 13| volgens hetgeen in de wet des Heren vervat is.~ 51 8, 15| gegeven is tot de tempel des Heren, huns Gods, die te Jeruzalem 52 8, 16| offeranden op het altaar des Heren, huns Gods, die te Jeruzalem 53 8, 18| En de heilige vaten des Heren, die u gegeven zijn tot 54 8, 30| welgemoed, naar de hulp des Heren, mijns Gods; en vergaderde 55 8, 48| naar de sterke hand onzes Heren, enige verstandige mannen 56 8, 53| gezegd, dat de sterkte onzes Heren was voor degenen, die hem 57 8, 56| vaten van het huis onzes Heren, welke de koning, en zijn 58 8, 59| zilver, het zijn geloften des Heren, namelijk des Heren onzer 59 8, 59| des Heren, namelijk des Heren onzer vaderen.~ 60 8, 61| brachten die in de tempel des Heren.~ 61 8, 62| naar de sterke hand onzes Heren, die over ons was.~ 62 8, 63| overgeleverd in het huis des Heren, aan Marmoth, de zoon van 63 8, 68| het volk en de tempel des Heren.~ 64 8, 73| werden door het woord des Heren, de God Israëls, daar ik 65 8, 80| ontdekken in het huis des Heren onzes Gods, en om ons spijs 66 8, 82| 82 En om de tempel onzes Heren te verheerlijken, en het 67 8, 95| al degenen die de wet des Heren gehoorzaam zijn; sta op, 68 9, 13| plaats, totdat de toorn des Heren van ons geweerd zij, ter 69 9, 48| Levieten, leerden de wet des Heren.~ 70 9, 49| En zij lazen de wet des Heren voor de menigte, hun stem


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License