Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wanden 1
wanneer 3
want 22
waren 61
was 47
wat 16
water 1
Frequency    [«  »]
66 aan
63 op
61 voor
61 waren
60 here
56 niet
55 een

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

waren

   Chapter, Verse
1 1, 2 | die met lange klederen waren aangedaan, naar hun dagordening 2 1, 9 | die Oversten des tempels waren, schonken aan de priesters 3 1, 15| Zangers, de kinderen Asafs, waren in hun ordening, volgens 4 1, 47| Jeremia de profeet gesproken waren uit de mond des Heren.~ 5 1, 56| 56 En degenen, die overig waren van het zwaard, voerden 6 1, 57| 57 En zij waren zijn en zijner kinderen 7 1, 58| totdat zeventig jaren vervuld waren.~ ~ 8 2, 9 | 9 En die rondom hen waren, hielpen hen met allerlei 9 2, 16| die met hen verordineerd waren, en te Samarië en in andere 10 2, 25| die met hen verordineerd waren, en in Samarië en Syrië 11 2, 30| die met hen verordineerd waren tezamen, en trokken met 12 3, 2 | der landen, die onder hem waren van Indië aan tot Ethiopië 13 3, 3 | hadden, en wel verzadigd waren, keerden zij weder naar 14 3, 4 | die des konings lijfwacht waren, en hem bewaarden, de een 15 5, 5 | Pinehas, de zoon van Aäron, waren Jozua, de zoon van Josedek, 16 5, 9 | dergenen, die van het volk waren, met hun oversten, was: 17 5, 35| dienden het heiligdom, en waren kinderen der dienstknechten 18 5, 36| 36 Dezen waren opgetrokken van Thermeleth, 19 5, 37| verhalen, hoe zij uit Israël waren. De kinderen van Dalan, 20 5, 41| 41 Al de Israëlieten nu waren van twaalf jaren en daarboven, 21 5, 42| knechten en dienstmaagden waren zevenduizend driehonderd 22 5, 43| 43 Kamelen waren vierhonderd vijfendertig, 23 5, 46| Levieten, en die van dit volk waren, zetten zich neder te Jeruzalem, 24 5, 47| Israëls elk in hun woning waren, zo zijn zij eendrachtig 25 5, 50| zij in vijandschap met hen waren.~ 26 5, 51| volken, die op de aarde waren, versterkten zich. En zij 27 5, 52| voor degenen die geheiligd waren.~ 28 5, 56| gevangenis te Jeruzalem waren gekomen.~ 29 5, 57| zij in Judea en Jeruzalem waren gekomen.~ 30 5, 58| die boven de twintig jaren waren, over de werken des Heren; 31 5, 63| hun geslachten, die ouder waren, en het huis, dat voor dezen 32 5, 67| degenen, die uit de gevangenis waren gekomen, de tempel bouwden 33 6, 1 | die in Judea en Jeruzalem waren, in de naam van de God Israëls.~ 34 6, 2 | profeten des Heren bij hen waren, en hen hielpen.~ 35 6, 9 | stad Jeruzalem bouwende waren een nieuw en groot huis 36 6, 23| waarin deze dingen geschreven waren;~ 37 6, 26| Jeruzalem, daar zij gesteld waren geweest, opdat ze daar weder 38 6, 27| die in Syrië en Fenicië waren verordineerd, zorg te dragen, 39 7, 2 | aan de heilige werken: en waren de oudsten der Joden en 40 7, 6 | gevangenis daarbij gevoegd waren, deden volgens hetgeen in 41 7, 10| Israëls, die uit de gevangenis waren, hielden het Pascha, op 42 7, 10| priesters en Levieten geheiligd waren.~ 43 7, 11| Israëls, die uit de gevangenis waren gekomen, waren niet tezamen 44 7, 11| gevangenis waren gekomen, waren niet tezamen geheiligd, 45 7, 11| geheiligd, maar de Levieten waren tezamen geheiligd.~ 46 7, 13| Israëls, die uit de gevangenis waren, aten het Pascha, namelijk 47 7, 13| namelijk al die afgescheiden waren van de gruwelen der volken 48 8, 8 | die van de wet des Heren waren, en van de geboden om gans 49 8, 51| voor degenen die bij ons waren, namelijk onze kinderen 50 8, 63| daar drie dagen geweest waren, zo werd de vierde dag het 51 8, 64| van Pinehas, en met hem waren Josabdos de zoon van Jozua, 52 8, 66| de gevangenis aangekomen waren, offerden tot offeranden 53 8, 69| als deze dingen volbracht waren, zo kwamen de oversten tot 54 8, 81| 81 Ja, toen wij knechten waren, zo zijn wij niet verlaten 55 9, 3 | allen die uit de gevangenis waren, opdat zij binnen Jeruzalem 56 9, 5 | stammen van Juda en Benjamin waren, binnen drie dagen te Jeruzalem; 57 9, 14| en Levis, en Sabbateüs waren hun mede-rechters.~ 58 9, 15| En die uit de gevangenis waren, volgden hen hierin na.~ 59 9, 37| en de kinderen Israëls waren in hun woonplaatsen.~ 60 9, 56| 56 Dewijl zij waren onderricht in het woord, 61 9, 56| en waartoe zij vergaderd waren.~ ~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License