Chapter, Verse
1 1, 5 | vaderen, de Levieten, die voor uw broederen de kinderen
2 1, 6 | en bereidt de offeranden voor uw broederen; en houdt het
3 1, 9 | schonken aan de priesters voor het Pascha, tweeduizendzeshonderd
4 1, 9 | duizend, gaven de Levieten, voor het Pascha vijfduizend schapen,
5 1, 10| de oversten der vaderen, voor het volk,~
6 1, 13| 13 En brachten het voor al het volk. Daarna bereidden
7 1, 13| Daarna bereidden zij dat voor zichzelf, en voor de priesters,
8 1, 13| zij dat voor zichzelf, en voor de priesters, hun broederen,
9 1, 14| de Levieten bereidden het voor zichzelf, en voor de priesters,
10 1, 14| bereidden het voor zichzelf, en voor de priesters, hun broederen,
11 1, 16| Levieten, bereidden het voor hen.~
12 1, 23| Josia zijn gericht geworden voor de Here, met een hart vol
13 1, 39| Jeruzalem, en deed wat kwaad was voor de Here.~
14 1, 44| Jeruzalem, en deed dat kwaad was voor de Here.~
15 1, 47| 47 En deed dat kwaad was voor de Here; en vreesde niet
16 1, 47| de Here; en vreesde niet voor de woorden, die door Jeremia
17 3, 1 | maakte een grote maaltijd voor al degenen die onder hem
18 3, 1 | die onder hem stonden, en voor al zijn huisgenoten, en
19 3, 1 | al zijn huisgenoten, en voor al de groten van Medië en
20 3, 2 | 2 En voor al zijn vorsten, en krijgsoversten,
21 3, 15| Raad, en het geschrift werd voor hen gelezen en hij zeide:~
22 4, 17| maken hetgeen heerlijk is voor de mensen, en de mensen
23 4, 50| land, dat zij bewoonden, voor hen zonder schatting zou
24 5, 51| de tijd, en brandofferen voor de Here, namelijk het vroeg-offer
25 5, 52| alle andere feestdagen, voor degenen die geheiligd waren.~
26 5, 63| waren, en het huis, dat voor dezen was, gezien hadden,~
27 5, 67| gekomen, de tempel bouwden voor de Here de God Israëls.~
28 5, 71| tezamen het huis te bouwen voor de Here onze God:~
29 5, 72| 72 Maar wij zullen alleen voor de Here Israëls bouwen,
30 6, 9 | een nieuw en groot huis voor de Here met gehouwen kostelijke
31 6, 29| de landvoogd Zerubabel, voor deze mensen, tot een offerande
32 6, 31| worden aan de hoogste God, voor de koning, en zijn kinderen;
33 6, 31| kinderen; en dat zij bidden voor hun lang leven.~
34 7, 8 | 8 En voor de zonden des gansen volks
35 7, 12| zij slachtten het Pascha voor al de kinderen der gevangenis,
36 7, 12| kinderen der gevangenis, en voor hun broederen de priesters,
37 7, 12| broederen de priesters, en voor zichzelf.~
38 7, 14| dagen lang, zich verheugende voor de Here;~
39 8, 14| die ik en mijn vrienden voor Jeruzalem beloofd hebben;
40 8, 23| volbracht naar de wet Gods, voor de hoogste God; opdat de
41 8, 29| mij heeft geëerd gemaakt voor de koning en zijn raadsheren,
42 8, 51| vasten aan de jongelingen voor de Here: om van hem te verzoeken
43 8, 51| verzoeken een goede reis voor ons, en voor degenen die
44 8, 51| goede reis voor ons, en voor degenen die bij ons waren,
45 8, 53| sterkte onzes Heren was voor degenen, die hem zochten
46 8, 66| Israëls, twaalf stieren, voor het ganse Israël,~
47 8, 67| alles tot een offerande voor de Here;~
48 8, 75| ben beschaamd, en bevreesd voor uw aangezicht:~
49 8, 81| heeft ons in genade gesteld voor de koningen der Perzen,
50 8, 85| dochteren zult gij niet nemen voor uw zonen.~
51 8, 91| 91 Zie, wij zijn nu voor u in onze misdaden: want
52 8, 91| om dezer wil niet langer voor u bestaan.~
53 8, 92| bekende, en weende, liggende voor de tempel op de aarde, zo
54 8, 94| door ons een eed geschieden voor de Here, dat wij al onze
55 9, 11| hemel, en dit is geen werk voor ons van één dag of twee;
56 9, 38| de grote plaats, welke is voor de heilige poort tegen het
57 9, 40| priester, bracht de wet voor de ganse menigte, zo der
58 9, 40| mannen als der vrouwen, en voor al de priesters om de wet
59 9, 41| las die in de grote plaats voor de heilige poort, van de
60 9, 45| En Ezra nam het boek op voor de menigte, en zat heerlijk
61 9, 49| zij lazen de wet des Heren voor de menigte, hun stem in
|