Chapter, Verse
1 1, 23| geworden voor de Here, met een hart vol van godvruchtigheid.~
2 1, 32| op deze dag; en daar is een bevel uitgegeven, dat zulks
3 1, 36| 36 En legde het volk een geldstraf op van honderd
4 1, 36| honderd talenten zilvers, en een talent gouds.~
5 1, 40| Babylon, en bond hem met een metalen band, en voerde
6 1, 45| 45 En na een jaar schikte Nabuchodonosor,
7 1, 48| 48 En hoewel hij een eed gedaan had aan de koning
8 1, 58| land aan zijn Sabbatten een welbehagen had, en al de
9 2, 4 | mij bevolen, dat ik hem een huis zou bouwen te Jeruzalem,
10 2, 18| aangekomen zijn te Jeruzalem, een stad die afvallig en boos
11 2, 30| haast naar Jeruzalem, met een leger van ruiters en voet
12 3, 1 | Darius, koning zijnde, maakte een grote maaltijd voor al degenen
13 3, 4 | waren, en hem bewaarden, de een tot de ander:~
14 3, 5 | 5 Laat ons ieder een spreuk zeggen, WIE DE STERKSTE
15 3, 6 | doen slapen, en zal hem een wagen geven, die door paarden
16 3, 6 | tomen wordt getrokken, en een hoed van fijne zijde, en
17 3, 6 | hoed van fijne zijde, en een keten om zijn hals;~
18 3, 7 | vanwege zijn wijsheid, en zal een bloedvriend van Darius genoemd
19 3, 8 | 8 Toen schreef een ieder zijn eigen spreuk,
20 3, 22| vorst, en hij maakt dat een ieder van talenten spreekt.~
21 4, 4 | hij hun zegt dat zij de een de anderen zullen oorlog
22 4, 6 | koning schatting; en de een dwingt de ander om de koning
23 4, 18| zaken verzameld hebben, en een vrouw zien die schoon is
24 4, 20| 20 Een mens verlaat zijn eigen
25 4, 23| brengt het aan de vrouw? Ja een man neemt zijn zwaard, en
26 4, 24| 24 En ziet een leeuw, en gaat in duisternis;
27 4, 25| 25 En een man heeft zijn eigen vrouw
28 4, 39| is, en allen hebben zij een welbehagen in haar werken.~
29 5, 23| drieduizend driehonderd en een.~
30 5, 38| van Jaddu, die Augia tot een huisvrouw nam, uit de dochteren
31 5, 40| geheiligde dingen, totdat er een overpriester zou opstaan,
32 6, 9 | Jeruzalem bouwende waren een nieuw en groot huis voor
33 6, 14| vele jaren gebouwd door een groot en machtig koning
34 6, 23| in het land van Medië is, een zekere plaats, waarin deze
35 6, 25| van gehouwen stenen, en een wand van nieuw hout van
36 6, 29| Celo-Syrië en Fenicië met vlijt een bijleg gegeven worde aan
37 6, 29| Zerubabel, voor deze mensen, tot een offerande de Here, namelijk
38 6, 32| aangeschreven is, dat men een balk zal nemen van zijn
39 6, 33| aangeroepen wordt, doe teniet een ieder koning en volk, welke
40 8, 3 | henen uit Babylonië, als een schriftgeleerde, verstandig
41 8, 51| 51 En ik beval daar een vasten aan de jongelingen
42 8, 51| om van hem te verzoeken een goede reis voor ons, en
43 8, 67| tot dankoffer: alles tot een offerande voor de Here;~
44 8, 79| 79 En nu is ons een weinig genade geschied van
45 8, 79| geschied van de Here, om ons een wortel over te laten, en
46 8, 79| wortel over te laten, en een naam, in de plaats uws heiligdoms:~
47 8, 80| 80 En om ons een licht te ontdekken in het
48 8, 82| op te richten, en om ons een vastigheid te geven in Judea
49 8, 84| waarin gij komt om dat tot een erve te hebben, is een land,
50 8, 84| tot een erve te hebben, is een land, dat door de bezoedeling
51 8, 90| waarachtig; wij zijn tot een wortel overgelaten op de
52 8, 92| is is tot hem vergaderd een zeer grote schare uit Jeruzalem,
53 8, 94| maar laat daarover door ons een eed geschieden voor de Here,
54 9, 3 | 3 En daar werd een aankondiging gedaan door
55 9, 42| leermeester der wet, stond op een houten verheven stoel, die
|