Chapter, Verse
1 1, 2 | klederen waren aangedaan, naar hun dagordening in de tempel
2 1, 4 | zijn volk, en bereidt alles naar uw geslachten en stammen.~
3 1, 5 | 5 Naar het voorschrift Davids;
4 1, 5 | Davids; de koning Israëls, en naar de heerlijke instelling
5 1, 5 | en staat in het heiligdom naar de verdeling der oversten
6 1, 6 | broederen; en houdt het Pascha naar het bevel des Heren, dat
7 1, 10| 10 En als deze dingen naar behoren geschiedden, zo
8 1, 10| hebbende de ongehevelde broden naar hun stammen, en naar de
9 1, 10| broden naar hun stammen, en naar de verdeling van de oversten
10 1, 18| op het altaar des Heren, naar het bevel des konings Josia.~
11 1, 40| band, en voerde hem weg naar Babylonië.~
12 1, 45| Nabuchodonosor, en liet hem brengen naar Babylon, tezamen met de
13 1, 54| namen zij en voerden die naar Babylon.~
14 1, 56| het zwaard, voerden zij naar Babylonië.~
15 2, 5 | met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem in Judea, en bouwe
16 2, 30| tezamen, en trokken met haast naar Jeruzalem, met een leger
17 3, 3 | waren, keerden zij weder naar huis. Doch Darius, de koning,
18 4, 48| overbrengen van de berg Libanon naar Jeruzalem, en dat zij de
19 4, 52| dat zij, om op het altaar, naar het gebod dat zij hadden,
20 4, 57| beval hij ook te doen, en naar Jeruzalem te zenden.~
21 4, 58| verhief hij zijn aangezicht naar de hemel tegenover Jeruzalem,
22 4, 61| brieven, en ging heen en trok naar Babylonië, en hij verkondigde
23 5, 1 | van de huizen der vaderen naar hun stammen, met hun vrouwen
24 5, 2 | hen in vrede te geleiden naar Jeruzalem, met muziek, trommelen
25 5, 4 | der mannen die optrokken, naar de huizen hunner vaderen
26 5, 4 | hunner vaderen in de stammen, naar de verdeling hunner heerschappijen.~
27 5, 8 | En zij zijn weder gekeerd naar Jeruzalem, en naar de andere
28 5, 8 | gekeerd naar Jeruzalem, en naar de andere delen van Judea,
29 5, 38| dochteren Faëzeldeüs, en naar zijn naam is genoemd.~
30 5, 44| richten in zijn plaats, naar hun vermogen.~
31 5, 51| zij offerden offeranden naar de tijd, en brandofferen
32 5, 55| om vlotten over te voeren naar de haven van Joppe, volgens
33 5, 60| Zingende en lovende de Here, naar de instelling van David,
34 5, 63| en Levieten, en oversten naar hun geslachten, die ouder
35 6, 16| hebben het volk gevankelijk naar Babylon weggevoerd.~
36 6, 26| dat te Jeruzalem was, en naar Babylon gebracht had, die
37 7, 8 | volks Israëls twaalf bokken, naar het getal der oversten van
38 7, 9 | priesters en de Levieten stonden naar de geslachten, bekleed met
39 8, 5 | 5 En met hem trokken naar Jeruzalem sommigen op, uit
40 8, 11| met u zullen mogen reizen naar Jeruzalem.~
41 8, 17| en zilver, volbrengt dat naar de wil uws Gods.~
42 8, 23| worde zorgvuldig volbracht naar de wet Gods, voor de hoogste
43 8, 26| 26 En gij Ezra, naar de wijsheid Gods, stel tot
44 8, 30| 30 En ik werd welgemoed, naar de hulp des Heren, mijns
45 8, 31| En deze zijn de oversten naar hun vaderlijke geslachten
46 8, 48| En zij brachten tot ons, naar de sterke hand onzes Heren,
47 8, 62| gekomen zijn te Jeruzalem, naar de sterke hand onzes Heren,
48 8, 64| leverden het alles over naar het getal en gewicht;~
49 9, 4 | dagen niet zouden komen, naar het oordeel der overste
|