Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
akbos 1
akud 1
akuf 1
al 49
aldus 1
alle 13
alleen 4
Frequency    [«  »]
55 een
53 zoon
52 zo
49 al
49 naar
47 was
46 deze

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

al

   Chapter, Verse
1 1, 13| 13 En brachten het voor al het volk. Daarna bereidden 2 1, 25| 25 En na al deze daden van Josia, is 3 1, 49| bovenal de onreinheden van al de heidenen, en bevlekten 4 1, 54| allen in hun handen, en al de heilige vaten des Heren 5 1, 58| Sabbatten een welbehagen had, en al de tijd van zijn verwoesting 6 2, 8 | priesters en Levieten, en al degenen, wier geest God 7 2, 14| 14 Al de vaten dan, die overgebracht 8 3, 1 | een grote maaltijd voor al degenen die onder hem stonden, 9 3, 1 | onder hem stonden, en voor al zijn huisgenoten, en voor 10 3, 1 | zijn huisgenoten, en voor al de groten van Medië en Perzië;~ 11 3, 2 | 2 En voor al zijn vorsten, en krijgsoversten, 12 3, 14| hebbende liet hij roepen al de groten van Perzië en 13 3, 19| is de wijn; hij verleidt al de mensen die hem drinken;~ 14 4, 10| 10 En al zijn volk, en zijn heerlegers 15 4, 15| ter wereld gebracht, en al het volk, dat de zee en 16 4, 36| hemel looft dezelve, en al de werken worden bewogen 17 4, 39| is, en onthoudt zich van al hetgeen onrecht en boos 18 4, 41| 41 En hij zweeg stil. En al het volk riep toen, en sprak 19 4, 44| 44 En dat gij al de vaten, die uit Jeruzalem 20 4, 47| schreef hem de brieven aan al de rentmeesters, en landvoogden 21 4, 48| 48 En aan al de landvoogden in Celo-Syrië, 22 4, 49| 49 En hij schreef aan al de Joden, die uit zijn koninkrijk 23 4, 53| 53 En dat al degenen, die van Babylonië 24 4, 53| en hun nakomelingen, met al de priesters die mede zouden 25 4, 57| 57 En hij zond weder al de vaten, die Cyrus uit 26 4, 57| Babylonië afgezonderd had, en al hetgeen Cyrus bevolen had 27 4, 61| en hij verkondigde dit al zijn broederen.~ 28 5, 3 | 3 (En al hun broederen speelden) 29 5, 41| 41 Al de Israëlieten nu waren 30 5, 51| 51 Want al de volken, die op de aarde 31 5, 58| hun zonen en broederen; al deze Levieten zetten het 32 5, 74| niet werd voleindigd, en al de tijd van het leven des 33 6, 4 | te bouwen, en dat dak, en al deze andere dingen te voltooien, 34 6, 19| hem werd bevolen, dat hij al die vaten zou wegnemen, 35 7, 11| 11 Doch al de kinderen Israëls, die 36 7, 12| slachtten het Pascha voor al de kinderen der gevangenis, 37 7, 13| aten het Pascha, namelijk al die afgescheiden waren van 38 8, 8 | de geboden om gans Israël al de rechten en gerichten 39 8, 14| Jeruzalem beloofd hebben; en al het goud en zilver, dat 40 8, 26| geheel Syrië en Fenicië, al degenen die de wet uws Gods 41 8, 27| 27 En al die de wet uws Gods en des 42 8, 29| koning en zijn raadsheren, en al zijn vrienden, en zijn groten.~ 43 8, 54| 54 En wij baden al deze dingen van de Here, 44 8, 87| 87 Doch al hetgeen ons overkomt, geschiedt 45 8, 94| geschieden voor de Here, dat wij al onze vrouwen, die van vreemd 46 8, 95| Gelijk u zal goeddunken, en al degenen die de wet des Heren 47 9, 12| voorgangers der menigte staan, en al degenen die uit onze inwoners 48 9, 40| als der vrouwen, en voor al de priesters om de wet te 49 9, 47| 47 En al het volk antwoordde daarop


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License