Chapter, Verse
1 1, 3 | 3 Ik, Tobias, heb al de dagen mijns levens gewandeld
2 1, 5 | 5 Opdat al de stammen daar zouden offeren,
3 1, 5 | geslachten der wereld. En al de stammen, die tezamen
4 1, 6 | feestdagen, gelijk bevolen is aan al het volk Israëls met een
5 1, 7 | 7 De eerste tienden van al de vruchten gaf ik de kinderen
6 1, 11| 11 Zo hebben al mijn broeders, en die van
7 1, 23| 23 En al mijn goederen zijn geplunderd
8 1, 24| Anaël, mijn broeder, over al de rekeningen zijns vaders,
9 1, 24| rekeningen zijns vaders, en over al het bewind.~
10 2, 7 | leeddragen veranderd worden, en al uw vreugde in treurgeschrei.
11 3, 2 | gij zijt rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid
12 3, 14| in der eeuwigheid. Dat u al uw werken prijzen in der
13 4, 3 | uw moeder niet; eer haar al de dagen uws levens, en
14 4, 6 | overtreden, oefen gerechtigheid al de dagen uws levens, en
15 4, 6 | welgaan in uw werken, en met al degenen die de gerechtigheid
16 4, 12| is een goede gift, voor al degenen, die deze doen,
17 4, 16| Kind, heb acht op uzelf in al uw werken, en zijt voorzichtig
18 4, 16| en zijt voorzichtig in al uw omgang, en doe niemand
19 4, 20| recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen
20 4, 20| maar de Here zelf geeft al het goed, en zo wie hij
21 8, 5 | moeten de hemelen loven, en al uw schepselen.~
22 8, 14| moeten u uw heiligen, en al uw schepselen, en al uw
23 8, 14| en al uw schepselen, en al uw engelen, en uw uitverkorenen;
24 11, 14| 14 En geloofd zijn al uw heilige engelen; want
25 11, 18| daar werd blijdschap onder al zijn broederen, die te Nineve
26 12, 2 | hem de helft te geven, van al dat ik meegebracht heb.~
27 12, 19| 19 Al deze dagen ben ik door u
28 12, 20| gezonden heeft, en schrijf al wat geschied is in een boek.~
29 13, 16| die zich bedroeven over al uw kastijdingen, want zij
30 13, 16| over u verblijden, als zij al uw heerlijkheid hebben aanschouwd,
31 13, 20| Ofir bestraat worden, en al haar wijken zullen zeggen:
|