Chapter, Verse
1 1, 4 | land, in het land Israëls, als ik jong was, het gehele
2 1, 9 | 9 En als ik nu een man geworden was,
3 2, 8 | 8 En als de zon ondergegaan was,
4 3, 8 | zij bij haar waren gekomen als men bij de vrouwen pleegt.~
5 3, 12| 12 Als zij dit gehoord had, werd
6 4, 6 | der ongerechtigheid. Want als gij oprechtelijk zult handelen,
7 4, 7 | en uw oog zij niet nijdig als gij aalmoezen doet, en keer
8 5, 21| u nodig zijn zal, gelijk als mijn zoon, en ik zal boven
9 5, 25| niet de stok van onze hand, als hij uit en ingaat voor ons?~
10 5, 27| 27 Want zulks als ons van de Here gegeven
11 6, 16| ingaande sterven zal, gelijk als de voorgaanden, dewijl een
12 6, 19| vrouw gegeven worden, en als gij ingaat in de bruidskamer,
13 6, 23| 23 En als Tobias dat hoorde, kreeg
14 7, 7 | en goeden mans zoon. En als hij hoorde, dat Tobias zijn
15 8, 1 | 1 EN als zij nu het avondmaal geëindigd
16 8, 2 | 2 En als hij ging, dacht hij aan
17 8, 3 | 3 En als de duivel de reuk rook,
18 8, 4 | 4 En als zij nu beiden bij elkander
19 8, 12| 12 En als de dienstmaagd de deur opengedaan
20 10, 1 | vader, rekende elke dag; en als de dagen der reis vervuld
21 10, 12| 12 En als hij hen gezegend had liet
22 10, 13| geef u mijn dochter over als een vertrouwd pand, bedroef
23 11, 8 | de gal in zijn ogen, en als het hem bijt zo zal hij
24 11, 10| Heb goede moed, vader; en als zij gebeten waren, wreef
25 11, 18| zijner had ontfermd. En als Tobias bij Sara, zijn schoondochter
26 12, 13| ik insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet op
27 13, 16| zich over u verblijden, als zij al uw heerlijkheid hebben
28 14, 7 | bouwen, maar niet zodanig als het eerste was, totdat de
29 14, 13| 13 En als hij dit zeide, begaf hem
30 14, 14| 14 En als Anna, zijn moeder, gestorven
|