Chapter, Verse
1 1, 22| verstaande dat ik gezocht werd, om gedood te worden, zo ben
2 2, 2 | bereid, en ik was aangezeten om te eten, en zag veel spijs,
3 2, 9 | deze niet gedood te worden, om dier zake wil; hij is voortvluchtig
4 3, 11| 11 Wat slaat gij ons om hunnentwil? indien zij dood
5 3, 25| Rafaël werd uitgezonden om deze twee te genezen: namelijk
6 3, 25| twee te genezen: namelijk om de witte schellen van Tobias'
7 3, 25| Tobias' ogen af te doen, en om Sara, de dochter van Raguël,
8 4, 2 | zeide bij zichzelf: Ik heb om de dood gebeden, waarom
9 4, 4 | gevaar heeft uitgestaan om uwentwil in haar lichaam,~
10 4, 14| en dochteren uws volks, om uit hen voor uzelf een huisvrouw
11 5, 5 | 5 En hij ging heen om een man te zoeken, en hij
12 5, 11| hij is, en of hij trouw is om met u te reizen; en hij
13 5, 14| of geslacht, of een die om loon met uw zoon heenreize?
14 5, 19| getrokken zijn naar Jeruzalem om te aanbidden, daarheen brengende
15 5, 25| En zij gingen beiden uit om weg te gaan, en de hond
16 5, 27| ons van de Here gegeven is om te leven, dat is ons genoeg.~
17 6, 2 | de jongeling klom neder om zich te wassen, en een vis
18 6, 6 | en de gal, en leg ze weg om te bewaren.~
19 6, 12| dochter, genaamd Sara; ik zal om haar spreken, opdat zij
20 8, 7 | 7 En nu Here, niet om hoererij neem ik deze mijn
21 12, 14| nu heeft mij God gezonden om u te genezen, en uw schoondochter
22 13, 4 | en met geheel uw ziel, om oprechtheid voor zijn aanschijn
23 14, 6 | oud geworden, en ben nabij om uit dit leven te scheiden,
24 14, 8 | waarachtig bekeerd worden, om God de Here te vrezen, en
|