Chapter, Verse
1 1, 3 | het land der Assyriërs, naar Nineve.~
2 1, 6 | reisde menigmaal alleen naar Jeruzalem op de feestdagen,
3 1, 10| gevankelijk weggevoerd werd naar Nineve,~
4 1, 15| 15 En ik reisde naar Medië,~
5 1, 18| ongestadig, en ik kon niet meer naar Medië reizen.~
6 2, 11| totdat ik vertrokken ben naar Elymais.~
7 3, 3 | en wreek u niet over mij naar mijn zonden en mijn onwetendheid,
8 3, 3 | mijn onwetendheid, noch naar de zonden mijner vaderen,
9 3, 6 | En nu zeg ik, doe met mij naar hetgeen behagelijk is voor
10 3, 10| nu zeven mannen gehad, en naar niet een hunner wordt gij
11 4, 8 | 8 Naar dat gij hebt, doe aalmoezen
12 4, 8 | gij hebt, doe aalmoezen naar de menigte der dingen.~
13 4, 9 | weinig hebt, vrees niet naar het weinige aalmoezen te
14 5, 19| wij tezamen getrokken zijn naar Jeruzalem om te aanbidden,
15 6, 14| geen andere man zal geven naar de wet van Mozes, of hij
16 7, 12| Neem haar van nu aan tot u, naar recht, want gij zijt haar
17 7, 15| en zeide: Zie, neem haar naar de wet van Mozes tot u,
18 8, 3 | reuk rook, zo vlood hij naar de bovenste delen van Egypte,
19 8, 14| gij hebt met ons gehandeld naar uw grote barmhartigheid.~
20 9, 3 | en twee kemels, en trek naar Ragis in Medië, tot Gabaël,
21 11, 6 | En Anna zat en zag rondom naar haar zoon op de weg en zij
22 11, 10| 10 En Tobias kwam uit naar de deur en stiet zich daaraan;
23 14, 6 | leven te scheiden, vertrek naar Medië, mijn kind; want ik
24 14, 14| vrouw en zijn zonen vertrok naar Ecbatana, tot Raguël, zijn
|