Chapter, Verse
1 1, 6 | en de eerste wol, en gaf deze de priesters, de zonen Aärons,
2 1, 21| uit Judea gevlucht kwam, deze nam ik heimelijk weg, en
3 1, 22| van mij te kennen, dat ik deze begroef, en ik verbergde
4 2, 9 | mij, zeggende: Nog vreest deze niet gedood te worden, om
5 3, 6 | ik nu verlost worde van deze nood, en opgenomen worde
6 3, 25| Rafaël werd uitgezonden om deze twee te genezen: namelijk
7 4, 12| gift, voor al degenen, die deze doen, in de tegenwoordigheid
8 4, 13| ouds af; gedenk, kind, dat deze allen vrouwen genomen hebben
9 5, 24| zeide tot hem: Trek met deze man heen, en God die in
10 6, 8 | de lever, en de gal van deze vis?~
11 6, 12| Raguël ter herberg gaan, en deze is uw bloedvriend, en hij
12 6, 15| broeder, ik heb gehoord dat deze dochter gegeven is aan zeven
13 6, 19| 19 Want deze zelfde nacht zal zij u tot
14 6, 22| 22 En vrees niet, dewijl deze u is bereid van der eeuwigheid,
15 7, 2 | vrouw Edna: Hoe gelijkt deze jongeling Tobias, mijn neef.~
16 7, 20| aarde geve u vreugde voor deze uw droefheid, heb goede
17 8, 6 | en steunsel gegeven; uit deze is het geslacht der mensen
18 8, 7 | niet om hoererij neem ik deze mijn zuster, maar in oprechtheid.~
19 8, 9 | graf, zeggende: Zou ook deze niet zijn gestorven?~
20 8, 15| gij u hebt ontfermd over deze twee eniggeborenen; bewijs
21 9, 7 | 7 Deze nu bracht de zakjes tot
22 12, 19| 19 Al deze dagen ben ik door u gezien,
23 13, 3 | heidenen, dewijl hij ons onder deze heeft verstrooid; vertoont
|