Chapter, Verse
1 1, 2 | Die gevankelijk weggevoerd werd in de dagen van Enemessar,
2 1, 10| ik gevankelijk weggevoerd werd naar Nineve,~
3 1, 14| aangenaamheid voor Enemessar, en ik werd zijn inkoper.~
4 1, 17| Enemessar gestorven was, werd Sennacherib, zijn zoon,
5 1, 22| verstaande dat ik gezocht werd, om gedood te worden, zo
6 1, 24| en Achirdonus, zijn zoon, werd koning in zijn plaats. En
7 2, 2 | feest der zeven weken, zo werd mij een goed middagmaal
8 2, 6 | 6 En ik werd gedachtig der profetie van
9 2, 15| 15 En ik werd zeer ontsteld tegen haar,
10 3, 1 | 1 TOEN werd ik droevig, en weende, en
11 3, 7 | Medië, ook zelf gesmaad werd door de dienstmaagden haars
12 3, 12| Als zij dit gehoord had, werd zij zeer bedroefd, zodat
13 3, 24| En het gebed dezer beiden werd verhoord voor de heerlijkheid
14 3, 25| 25 En Rafaël werd uitgezonden om deze twee
15 4, 1 | 1 OP die dag werd Tobias indachtig het geld,
16 7, 7 | zijn ogen had verloren, werd hij bedroefd en weende.~
17 10, 3 | 3 En hij werd zeer bedroefd. En zijn vrouw
18 11, 6 | haar zoon op de weg en zij werd hem gewaar toen hij kwam
19 11, 18| vader en uw moeder. En daar werd blijdschap onder al zijn
20 11, 20| En de bruiloft van Tobias werd zeven dagen lang gehouden
21 14, 3 | 3 En na acht jaren werd hij weder ziende,~
22 14, 6 | 6 En hij werd zeer oud, en hij riep zijn
|