Chapter, Verse
1 1, 25| stelde hem de tweede naast zich, en hij was de zoon mijns
2 3, 12| zeer bedroefd, zodat zij zich meende te verhangen, doch
3 3, 23| beveel dat men mij aanzie, en zich mijner ontferme, en geef
4 4, 7 | het aangezicht Gods zal zich van u niet afkeren.~
5 4, 20| geen volk heeft raad bij zich; maar de Here zelf geeft
6 6, 2 | jongeling klom neder om zich te wassen, en een vis schoot
7 6, 21| en Hij zal u behouden, en zich uwer ontfermen.~
8 8, 4 | en laat ons bidden, opdat zich de Here onzer ontferme.~
9 8, 18| helft van zijn goederen tot zich nemen, en met gezondheid
10 11, 10| uit naar de deur en stiet zich daaraan; doch zijn zoon
11 11, 18| zagen gaan, verwonderden zich dat hij zag. En Tobias bekende
12 11, 18| openlijk voor hen, dat God zich zijner had ontfermd. En
13 13, 4 | ongerechtigheden, en zal zich weder onzer ontfermen, en
14 13, 10| uwer kinderen, en hij zal zich weder ontfermen over de
15 13, 16| u liefhebben, zij zullen zich verblijden in uw vrede.
16 13, 16| Welgelukzalig zijn zij, die zich bedroeven over al uw kastijdingen,
17 13, 16| kastijdingen, want zij zullen zich over u verblijden, als zij
18 13, 16| hebben aanschouwd, en zullen zich vervrolijken in der eeuwigheid.~
19 14, 7 | 7 En God zal zich hunner weder ontfermen,
20 14, 8 | Here liefhebben, zullen zich verblijden in waarheid en
21 14, 17| hadden, en hij verblijdde zich over Nineve, eer hij stierf.~
|