Chapter, Verse
1 1, 24| van Anaël, mijn broeder, over al de rekeningen zijns vaders,
2 1, 24| rekeningen zijns vaders, en over al het bewind.~
3 3, 3 | mij aan, en wreek u niet over mij naar mijn zonden en
4 4, 18| Werp uw brood overvloedig over het graf der rechtvaardigen,
5 5, 17| 17 En wil over mij niet gram worden, omdat
6 6, 13| toe. En gij zijt alleen over uit haar geslacht; en zij
7 6, 16| mijn moeder met smarten over mij in hun graf neder brengen,
8 8, 8 | sliepen beiden de nacht over.~
9 8, 15| dat gij u hebt ontfermd over deze twee eniggeborenen;
10 10, 13| zie ik geef u mijn dochter over als een vertrouwd pand,
11 13, 10| stad, hij zal u kastijden over de werken uwer kinderen,
12 13, 10| zal zich weder ontfermen over de kinderen der rechtvaardigen.~
13 13, 15| Verblijd u, en vervrolijk u over de kinderen der rechtvaardigen,
14 13, 16| zij, die zich bedroeven over al uw kastijdingen, want
15 13, 16| kastijdingen, want zij zullen zich over u verblijden, als zij al
16 14, 6 | profeet heeft gesproken over Nineve geschieden zal, en
17 14, 6 | tijd) en dat onze broeders over de aardbodem zullen verstrooid
18 14, 17| en hij verblijdde zich over Nineve, eer hij stierf.~
|