Chapter, Verse
1 3, 7 | gebeurde het, dat Sara, een dochter van Raguël, te Ecbatana
2 3, 11| ga met hen; geen zoon of dochter moeten wij van u zien in
3 3, 12| zeide: Ik ben een enige dochter mijns vaders, indien ik
4 3, 25| te doen, en om Sara, de dochter van Raguël, aan Tobias de
5 3, 25| gekomen, en is Sara, de dochter van Raguël, van haar opperzolder
6 6, 12| hij heeft een eniggeboren dochter, genaamd Sara; ik zal om
7 6, 15| ik heb gehoord dat deze dochter gegeven is aan zeven mannen,
8 7, 8 | zijn vrouw, en Sara zijn dochter weenden ook.~
9 7, 10| want u komt het toe mijn dochter te nemen.~
10 7, 11| waarheid openbaren. Ik heb mijn dochter aan zeven mannen gegeven,
11 7, 14| 14 En hij riep zijn dochter Sara, en zij kwam tot haar
12 7, 19| ontving ook de tranen van haar dochter,~
13 7, 20| tot haar: Heb goede moed, dochter, de Here des hemels en der
14 7, 20| droefheid, heb goede moed, dochter.~
15 10, 12| sterve. En hij zeide tot zijn dochter: Houd uws mans ouders in
16 10, 13| kinderen zien mag uit Sara mijn dochter, opdat ik mij verheugen
17 10, 13| Here. En zie ik geef u mijn dochter over als een vertrouwd pand,
18 11, 18| zeggende: Zijt welkom, mijn dochter, geloofd zij God die u tot
|