Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
elke 1
ellendigen 1
elymais 1
en 624
enemessar 4
engel 14
engelen 3
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
624 en
259 de
130 ik
121 hij

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

en

1-500 | 501-624

    Chapter, Verse
501 12, 8 | Gods openbaart. Doet goed, en het kwaad zal ulieden niet 502 12, 9 | 9 Het gebed met vasten, en aalmoezen, en gerechtigheid 503 12, 9 | met vasten, en aalmoezen, en gerechtigheid is een goede 504 12, 9 | aalmoes verlost van de dood en zij zuivert alle zonde af. 505 12, 9 | zonde af. Die aalmoezen en gerechtigheid doen, zullen 506 12, 12| Wanneer gij dan nu badt, gij, en uw schoondochter Sara, zo 507 12, 13| 13 En wanneer gij de doden begroeft, 508 12, 13| was ik insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet 509 12, 13| bezwaardet op te staan, en uw middagmaal te verlaten, 510 12, 13| verlaten, opdat gij heengingt en de doden met grafdoeken 511 12, 14| 14 En nu heeft mij God gezonden 512 12, 14| gezonden om u te genezen, en uw schoondochter Sara.~ 513 12, 15| heiligen voor God brengen, en ingaan voor het aanschijn 514 12, 16| 16 En zij werden beiden ontroerd 515 12, 16| zij werden beiden ontroerd en vielen op het aangezicht, 516 12, 19| dagen ben ik door u gezien, en heb noch gegeten noch gedronken, 517 12, 20| 20 En nu dankt God, want ik klim 518 12, 20| die mij gezonden heeft, en schrijf al wat geschied 519 12, 21| 21 En zij stonden op, en zagen 520 12, 21| 21 En zij stonden op, en zagen hem niet meer. En 521 12, 21| en zagen hem niet meer. En zij prezen openlijk de grote 522 12, 21| prezen openlijk de grote en wonderlijke werken Gods, 523 13, 1 | 1 EN Tobias schreef een gebed 524 13, 1 | een gebed tot verheuging en sprak:~ 525 13, 2 | in der eeuwigheid leeft, en geloofd zij zijn koninkrijk. 526 13, 2 | koninkrijk. Want hij kastijdt en ontfermt; hij legt neder 527 13, 2 | hij legt neder in de hel, en brengt er weder uit, en 528 13, 2 | en brengt er weder uit, en daar is niemand die zijn 529 13, 3 | zijn grote heerlijkheid, en verheft hem voor het aanschijn 530 13, 3 | gelijk hij onze Here is, en God onze Vader is in alle 531 13, 4 | in onze ongerechtigheden, en zal zich weder onzer ontfermen, 532 13, 4 | zich weder onzer ontfermen, en zal ons bijeenvergaderen 533 13, 4 | wederkeert met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, om oprechtheid 534 13, 4 | tot ulieden wederkeren, en zal zijn aangezicht voor 535 13, 4 | aangezicht voor u niet verbergen, en gij zult aanschouwen hetgeen 536 13, 5 | 5 En zult hem danken met geheel 537 13, 5 | danken met geheel uw mond, en gij zult de Here der gerechtigheid 538 13, 5 | der gerechtigheid loven, en zult de Koning der eeuwigheid 539 13, 6 | gevangenis hem openlijk belijden, en zal zijn kracht en grote 540 13, 6 | belijden, en zal zijn kracht en grote heerlijkheid het zondige 541 13, 7 | Keert weder gij zondaars, en doet gerechtigheid voor 542 13, 7 | of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees?~ 543 13, 8 | zal mijn God verheffen, en mijn ziel zal de Koning 544 13, 8 | Koning des hemels loven, en zijn grote heerlijkheid 545 13, 9 | 9 Dat een ieder spreke, en hem dankzegge in gerechtigheid.~ 546 13, 10| de werken uwer kinderen, en hij zal zich weder ontfermen 547 13, 11| Here, want hij is goed, en looft de Koning der eeuwigheid, 548 13, 12| 12 En hij de gevangenen in u verheuge, 549 13, 12| gevangenen in u verheuge, en de ellendigen in u liefhebbe, 550 13, 13| hebbende gaven in hun handen, en dat, gaven voor de Koning 551 13, 13| elkander zullen u prijzen, en zullen u vervrolijking toebrengen.~ 552 13, 15| 15 Verblijd u, en vervrolijk u over de kinderen 553 13, 15| bijeenvergaderd worden, en zij zullen de Here der rechtvaardigen 554 13, 16| heerlijkheid hebben aanschouwd, en zullen zich vervrolijken 555 13, 18| Jeruzalem zal met safyr, en smaragd, en met kostelijke 556 13, 18| zal met safyr, en smaragd, en met kostelijke stenen gebouwd 557 13, 19| 19 En uw muren, en uw torens en 558 13, 19| 19 En uw muren, en uw torens en bolwerken met 559 13, 19| En uw muren, en uw torens en bolwerken met zuiver goud.~ 560 13, 20| 20 En de straten van Jeruzalem 561 13, 20| Jeruzalem zullen met berylsteen en karbonkel, en stenen uit 562 13, 20| berylsteen en karbonkel, en stenen uit Ofir bestraat 563 13, 20| uit Ofir bestraat worden, en al haar wijken zullen zeggen: 564 13, 20| zullen zeggen: Halleluja! en zullen prijs zingen, zeggende:~ 565 14, 1 | 1 EN Tobias hield op van dankzeggen,~ 566 14, 2 | 2 En was acht en vijftig jaren 567 14, 2 | 2 En was acht en vijftig jaren oud, toen 568 14, 3 | 3 En na acht jaren werd hij weder 569 14, 4 | 4 En deed aalmoezen.~ 570 14, 5 | 5 En hij voer voort God de Here 571 14, 5 | voort God de Here te vrezen, en beleed hem openlijk.~ 572 14, 6 | 6 En hij werd zeer oud, en hij 573 14, 6 | 6 En hij werd zeer oud, en hij riep zijn zoon, en zijn 574 14, 6 | en hij riep zijn zoon, en zijn zes kleinzonen, en 575 14, 6 | en zijn zes kleinzonen, en zeide tot hem: Kind, neem 576 14, 6 | ziet, ik ben oud geworden, en ben nabij om uit dit leven 577 14, 6 | over Nineve geschieden zal, en dat het verwoest zal worden, ( 578 14, 6 | vrede zijn voor een tijd) en dat onze broeders over de 579 14, 6 | worden, uit het goede land; en Jeruzalem zal woest wezen, 580 14, 6 | Jeruzalem zal woest wezen, en het huis Gods daarin zal 581 14, 6 | daarin zal verbrand worden, en zal woest zijn voor een 582 14, 7 | 7 En God zal zich hunner weder 583 14, 7 | hunner weder ontfermen, en zal hen doen wederkeren 584 14, 7 | wederkeren in het land; en zij zullen het huis bouwen, 585 14, 7 | wereld zullen vervuld zijn. En daarna zullen zij wederkeren 586 14, 7 | wederkeren uit hun gevangenis, en zullen Jeruzalem kostelijk 587 14, 7 | Jeruzalem kostelijk opbouwen; en het huis Gods zal daarin 588 14, 7 | zal daarin gebouwd worden, en het zal een heerlijk gebouw 589 14, 8 | 8 En alle heidenen zullen waarachtig 590 14, 8 | om God de Here te vrezen, en zullen hun afgoden begraven. 591 14, 8 | zullen hun afgoden begraven. En alle heidenen zullen de 592 14, 8 | heidenen zullen de Here loven; en zijn volk zal de Here belijden, 593 14, 8 | volk zal de Here belijden, en God zal zijn volk verhogen; 594 14, 8 | zal zijn volk verhogen; en allen die God de Here liefhebben, 595 14, 8 | zich verblijden in waarheid en gerechtigheid, doende barmhartigheid 596 14, 9 | 9 En nu, mijn zoon, vertrek van 597 14, 9 | maar gij, bewaar de wet en de geboden, en heb barmhartigheid 598 14, 9 | bewaar de wet en de geboden, en heb barmhartigheid lief, 599 14, 9 | heb barmhartigheid lief, en zijt rechtvaardig, opdat 600 14, 9 | rechtvaardig, opdat het u welga; en begraaf mij heerlijk en 601 14, 9 | en begraaf mij heerlijk en uw moeder met mij, en blijf 602 14, 9 | heerlijk en uw moeder met mij, en blijf niet langer in Nineve.~ 603 14, 10| duisternis gebracht heeft; en wat hij hem vergolden heeft.~ 604 14, 11| 11 En Achiachar is wel verlost 605 14, 11| zijn vergelding gekregen, en is in de duisternis nedergedaald. 606 14, 11| heeft aalmoezen gedaan, en is uit de strik des doods 607 14, 11| is in de strik gevallen en omgekomen.~ 608 14, 12| 12 En nu, mijn kind, zie wat aalmoezen 609 14, 12| zie wat aalmoezen doen, en hoe gerechtigheid verlost.~ 610 14, 13| 13 En als hij dit zeide, begaf 611 14, 13| hem de ziel op het bed. En hij was honderdachtenvijftig 612 14, 13| honderdachtenvijftig jaren oud; en hij begroef hem heerlijk.~ 613 14, 14| 14 En als Anna, zijn moeder, gestorven 614 14, 14| hij die bij zijn vader. En Tobias met zijn vrouw en 615 14, 14| En Tobias met zijn vrouw en zijn zonen vertrok naar 616 14, 15| 15 En kwam tot een goede ouderdom 617 14, 15| goede ouderdom met ere, en hij begroef zijn schoonvader 618 14, 15| begroef zijn schoonvader en schoonmoeder heerlijk, en 619 14, 15| en schoonmoeder heerlijk, en erfde hun goed, en het goed 620 14, 15| heerlijk, en erfde hun goed, en het goed zijns vaders Tobias.~ 621 14, 16| 16 En hij stierf, oud zijnde honderdenzevenentwintig 622 14, 17| 17 En eer hij stierf hoorde hij 623 14, 17| Nineve, welke Nabuchodonosor en Assuërus ingenomen hadden, 624 14, 17| Assuërus ingenomen hadden, en hij verblijdde zich over


1-500 | 501-624

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License