Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ziet 6
zij 102
zijde 1
zijn 121
zijnde 5
zijner 2
zijns 4
Frequency    [«  »]
259 de
130 ik
121 hij
121 zijn
118 het
111 van
104 tot

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

zijn

    Chapter, Verse
1 1, 14| voor Enemessar, en ik werd zijn inkoper.~ 2 1, 17| gestorven was, werd Sennacherib, zijn zoon, koning in zijn plaats.~ 3 1, 17| Sennacherib, zijn zoon, koning in zijn plaats.~ 4 1, 18| 18 En zijn handelingen waren ongestadig, 5 1, 21| want hij doodde er velen in zijn toorn) en de lichamen werden 6 1, 23| 23 En al mijn goederen zijn geplunderd geworden, en 7 1, 24| dagen voorbij, dat twee van zijn zonen hem doodden, en zij 8 1, 24| gebergten Ararat, en Achirdonus, zijn zoon, werd koning in zijn 9 1, 24| zijn zoon, werd koning in zijn plaats. En hij zette Achiachar, 10 2, 4 | totdat de zon zou ondergegaan zijn.~ 11 2, 15| antwoordende, zeide tot mij: Waar zijn nu uw aalmoezen en uw gerechtigheden? 12 3, 2 | rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid en waarheid, 13 3, 4 | 4 Want zij zijn uw geboden ongehoorzaam 14 3, 4 | waaronder wij verstrooid zijn.~ 15 3, 5 | 5 En nu Here uw oordelen zijn vele en waarachtig: doe 16 3, 6 | opdat ik ontbonden mag zijn en tot aarde worden. Want 17 3, 11| hunnentwil? indien zij dood zijn, zo ga met hen; geen zoon 18 3, 12| zo zal het hem een smaad zijn, en ik zal zijn ouderdom 19 3, 12| een smaad zijn, en ik zal zijn ouderdom met smart in het 20 3, 19| hij heeft geen kind dat zijn erfgenaam zijn zal;~ 21 3, 19| kind dat zijn erfgenaam zijn zal;~ 22 3, 21| 21 Zeven zijn er mij reeds omgekomen; 23 3, 25| Tobias wedergekeerd, en in zijn huis gekomen, en is Sara, 24 4, 5 | Wanneer zij zal gestorven zijn, zo begraaf haar nevens 25 4, 6 | en wil niet zondigen noch zijn geboden overtreden, oefen 26 4, 13| wij kinderen der profeten zijn. Noach, Abraham, Izaäk, 27 4, 13| Noach, Abraham, Izaäk, Jakob zijn onze vaderen van ouds af; 28 4, 13| uit hun broederen, en zij zijn gezegend in hun kinderen, 29 4, 17| uw klederen hun die naakt zijn. Alles wat gij overvloedig 30 4, 20| van hem dat uw wegen recht zijn mogen, en dat al uw paden 31 4, 21| omdat wij arm geworden zijn; gij hebt veel, indien gij 32 5, 11| ingegaan zijnde, zeide hij tot zijn vader: Zie ik heb een gevonden 33 5, 19| Dewijl wij tezamen getrokken zijn naar Jeruzalem om te aanbidden, 34 5, 20| 20 En zij zijn niet verleid geworden tot 35 5, 21| daags, en hetgeen u nodig zijn zal, gelijk als mijn zoon, 36 5, 22| 22 En zij zijn zo overeengekomen.~ 37 5, 24| 24 En zijn zoon bereidde hetgeen tot 38 5, 24| tot de reis nodig was, en zijn vader zeide tot hem: Trek 39 5, 25| jongelings ging met hen. En Anna, zijn moeder, schreide, en sprak 40 5, 26| bijeengeschraapt hebben, van onze zoon zijn mocht.~ 41 5, 29| zal met hem trekken, en zijn reis zal voorspoedig zijn, 42 5, 29| zijn reis zal voorspoedig zijn, en hij zal gezond weder 43 6, 10| witte schellen heeft op zijn ogen, en hij zal genezen 44 6, 14| hij zou des doods schuldig zijn, dewijl het u betaamt de 45 6, 15| allen in haar bruidskamer zijn omgekomen.~ 46 6, 18| broeder, want zij zal uw vrouw zijn. En heb geen zorg voor die 47 6, 23| kreeg hij haar lief, en zijn ziel hing zeer aan haar, 48 7, 2 | huis, en Raguël zeide tot zijn vrouw Edna: Hoe gelijkt 49 7, 4 | de kinderen van Naftali zijn wij, van de gevangenen te 50 7, 7 | als hij hoorde, dat Tobias zijn ogen had verloren, werd 51 7, 8 | 8 En Edna, zijn vrouw, en Sara zijn dochter 52 7, 8 | Edna, zijn vrouw, en Sara zijn dochter weenden ook.~ 53 7, 14| 14 En hij riep zijn dochter Sara, en zij kwam 54 7, 16| 16 En hij riep Edna, zijn vrouw, en nam een boekje, 55 7, 18| 18 Daarna riep Raguël zijn vrouw Edna, en zeide tot 56 8, 6 | gemaakt, en gij hebt hem Eva zijn vrouw tot een hulp en steunsel 57 8, 9 | zeggende: Zou ook deze niet zijn gestorven?~ 58 8, 10| 10 En Raguël kwam in zijn huis, en zeide tot Edna 59 8, 10| huis, en zeide tot Edna zijn vrouw:~ 60 8, 17| bruiloft volbracht zouden zijn.~ 61 8, 18| dan zou hij de helft van zijn goederen tot zich nemen, 62 8, 18| nemen, en met gezondheid tot zijn vader trekken, en het overige 63 8, 18| mijn vrouw zullen gestorvan zijn,~ 64 9, 8 | bruiloft. En Tobias zegende zijn vrouw.~ 65 10, 1 | 1 EN Tobias, zijn vader, rekende elke dag; 66 10, 1 | Tobias: Zouden zij beschaamd zijn geworden?~ 67 10, 2 | Of zou Gabaël gestorven zijn, dat niemand hem het geld 68 10, 3 | hij werd zeer bedroefd. En zijn vrouw zeide tot hem: Onze 69 10, 11| 11 En zijn schoonvader zeide tot hem: 70 10, 11| stond op, en gaf hem Sara zijn vrouw, en de helft van zijn 71 10, 11| zijn vrouw, en de helft van zijn goederen, slaven, en beesten, 72 10, 12| sterve. En hij zeide tot zijn dochter: Houd uws mans ouders 73 10, 12| mans ouders in ere, die zijn nu uw ouders, laat mij van 74 10, 13| Tobias, God dankende dat hij zijn weg had voorspoedig gemaakt. 75 10, 13| zegende Raguël en Edna, zijn vrouw.~ ~ ~ 76 11, 6 | toen hij kwam en zeide tot zijn vader:~ 77 11, 7 | zeide: Ik weet dat uw vader zijn ogen zal opendoen.~ 78 11, 8 | 8 Strijk gij de gal in zijn ogen, en als het hem bijt 79 11, 10| stiet zich daaraan; doch zijn zoon liep hem tegen, en 80 11, 10| liep hem tegen, en greep zijn vader; en streek de gal 81 11, 10| gebeten waren, wreef hij zijn ogen, en de witte schellen 82 11, 11| 11 En ziende zijn zoon, viel hij aan zijn 83 11, 11| zijn zoon, viel hij aan zijn hals, en weende en zeide:~ 84 11, 14| 14 En geloofd zijn al uw heilige engelen; want 85 11, 16| 16 En zijn zoon verblijd zijnde ging 86 11, 17| 17 En boodschapte zijn vader de grote dingen, die 87 11, 18| 18 En Tobias ging uit, zijn schoondochter tegemoet, 88 11, 18| En als Tobias bij Sara, zijn schoondochter kwam, zo zegende 89 11, 18| werd blijdschap onder al zijn broederen, die te Nineve 90 12, 1 | 1 EN Tobias riep zijn zoon Tobias en zeide tot 91 12, 7 | goed dat men God love en zijn naam verheffe, en de redenen 92 12, 10| 10 Maar die zondigen, zijn vijanden van hun eigen leven.~ 93 12, 17| Vreest niet, want vrede zal u zijn, maar looft God.~ 94 13, 2 | eeuwigheid leeft, en geloofd zij zijn koninkrijk. Want hij kastijdt 95 13, 2 | en daar is niemand die zijn hand zal ontvluchten.~ 96 13, 3 | verstrooid; vertoont daar zijn grote heerlijkheid, en verheft 97 13, 4 | ziel, om oprechtheid voor zijn aanschijn te bewijzen, dan 98 13, 4 | ulieden wederkeren, en zal zijn aangezicht voor u niet verbergen, 99 13, 6 | openlijk belijden, en zal zijn kracht en grote heerlijkheid 100 13, 7 | doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet het, 101 13, 8 | Koning des hemels loven, en zijn grote heerlijkheid met vreugde 102 13, 11| Koning der eeuwigheid, opdat zijn tabernakel weder met vreugde 103 13, 14| Vervloekt moeten zij allen zijn, die u haten; gezegend daarentegen 104 13, 14| daarentegen zullen zij allen zijn, die u liefhebben, in eeuwigheid.~ 105 13, 16| 16 O welgelukzalig zijn zij die u liefhebben, zij 106 13, 16| uw vrede. Welgelukzalig zijn zij, die zich bedroeven 107 14, 6 | werd zeer oud, en hij riep zijn zoon, en zijn zes kleinzonen, 108 14, 6 | en hij riep zijn zoon, en zijn zes kleinzonen, en zeide 109 14, 6 | in Medië zal meer vrede zijn voor een tijd) en dat onze 110 14, 6 | verbrand worden, en zal woest zijn voor een tijd.~ 111 14, 7 | der wereld zullen vervuld zijn. En daarna zullen zij wederkeren 112 14, 7 | zal een heerlijk gebouw zijn voor alle geslachten der 113 14, 8 | zullen de Here loven; en zijn volk zal de Here belijden, 114 14, 8 | Here belijden, en God zal zijn volk verhogen; en allen 115 14, 11| geworden, doch hijzelf heeft zijn vergelding gekregen, en 116 14, 14| 14 En als Anna, zijn moeder, gestorven was, zo 117 14, 14| zo begroef hij die bij zijn vader. En Tobias met zijn 118 14, 14| zijn vader. En Tobias met zijn vrouw en zijn zonen vertrok 119 14, 14| Tobias met zijn vrouw en zijn zonen vertrok naar Ecbatana, 120 14, 14| naar Ecbatana, tot Raguël, zijn schoonvader.~ 121 14, 15| met ere, en hij begroef zijn schoonvader en schoonmoeder


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License