Chapter, Verse
1 1, 2 | gevankelijk weggevoerd werd in de dagen van Enemessar,
2 1, 2 | Naftali genoemd, boven Aser, in Galilea.~
3 1, 3 | dagen mijns levens gewandeld in de wegen der waarheid, en
4 1, 3 | met mij vertrokken waren in het land der Assyriërs,
5 1, 4 | 4 En toen ik nog was in mijn land, in het land Israëls,
6 1, 4 | ik nog was in mijn land, in het land Israëls, als ik
7 1, 16| gaf tien talenten zilvers in bewaring aan Gabaël, de
8 1, 16| Gabriël, binnen de stad Rages in Medië.~
9 1, 17| Sennacherib, zijn zoon, koning in zijn plaats.~
10 1, 19| 19 En in de dagen van Enemessar deed
11 1, 21| want hij doodde er velen in zijn toorn) en de lichamen
12 1, 24| zijn zoon, werd koning in zijn plaats. En hij zette
13 2, 1 | 1 EN toen ik weder in mijn huis ben gekomen, en
14 2, 4 | nuttigde, droeg hem weg in een zeker huis, totdat de
15 2, 7 | 7 Uw feestdagen zullen in leeddragen veranderd worden,
16 2, 7 | worden, en al uw vreugde in treurgeschrei. En ik weende.~
17 2, 10| wist niet dat er mussen in de muur waren;~
18 2, 11| wierpen de mussen hete mest in mijn ogen, en daar kwamen
19 2, 12| maakte handwerk van wol in de vrouwenkameren.~
20 3, 2 | en rechtvaardig oordeel in der eeuwigheid.~
21 3, 4 | overgegeven tot roof, en in gevangenis, en ter dood,
22 3, 6 | gehoord heb, en veel droefheid in mij is; beveel dat ik nu
23 3, 6 | nood, en opgenomen worde in de eeuwige plaatsen, en
24 3, 7 | van Raguël, te Ecbatana in Medië, ook zelf gesmaad
25 3, 11| dochter moeten wij van u zien in eeuwigheid.~
26 3, 12| zijn ouderdom met smart in het graf brengen.~
27 3, 14| die heilig en dierbaar is in der eeuwigheid. Dat u al
28 3, 14| Dat u al uw werken prijzen in der eeuwigheid.~
29 3, 18| noch de naam mijns vaders in het land mijner gevangenis.~
30 3, 25| Tobias wedergekeerd, en in zijn huis gekomen, en is
31 4, 1 | dat hij Gabaël te Ragis in Medië, in bewaring gegeven
32 4, 1 | Gabaël te Ragis in Medië, in bewaring gegeven had.~
33 4, 4 | heeft uitgestaan om uwentwil in haar lichaam,~
34 4, 5 | begraaf haar nevens mij in één graf.~
35 4, 6 | uws levens, en wandel niet in de wegen der ongerechtigheid.
36 4, 6 | handelen, zo zal het welgaan in uw werken, en met al degenen
37 4, 11| de dood verlost, en niet in de duisternis laat komen.~
38 4, 12| degenen, die deze doen, in de tegenwoordigheid des
39 4, 13| broederen, en zij zijn gezegend in hun kinderen, en hun zaad
40 4, 14| en wend u niet hovaardig in uw hart van uw broederen,
41 4, 14| huisvrouw te nemen. Want in de hovaardigheid is verderf
42 4, 14| veel ongestadigheid, en in trotsheid vermindering en
43 4, 16| Kind, heb acht op uzelf in al uw werken, en zijt voorzichtig
44 4, 16| werken, en zijt voorzichtig in al uw omgang, en doe niemand
45 4, 21| zoon van Gabrias te Ragis in Medië, te bewaren gegeven
46 5, 7 | kunnen trekken tot Ragis in Medië?~
47 5, 8 | 8 En zijt gij ook in die plaats bekend?~
48 5, 12| 12 En hij kwam in, en zij groetten elkander.~
49 5, 24| deze man heen, en God die in de hemel woont, zal uw weg
50 6, 6 | zeide tot hem: Snijd de vis in stukken, en neem het hart,
51 6, 15| mannen, en dat zij allen in haar bruidskamer zijn omgekomen.~
52 6, 16| moeder met smarten over mij in hun graf neder brengen,
53 6, 19| worden, en als gij ingaat in de bruidskamer, zo zult
54 6, 20| en zal vluchten, en zal in alle eeuwigheid niet wederkomen.~
55 7, 2 | 2 En zij bracht hen in het huis, en Raguël zeide
56 8, 5 | die heilig en heerlijk is in der eeuwigheid, u moeten
57 8, 7 | ik deze mijn zuster, maar in oprechtheid.~
58 8, 10| 10 En Raguël kwam in zijn huis, en zeide tot
59 8, 12| opengedaan had, ging zij in, en vond hen beiden slapende.~
60 8, 14| uitverkorenen; loven moeten zij u in alle eeuwigheid. Geloofd
61 8, 15| barmhartigheid en voleindig hun leven in gezondheid, met vreugde
62 9, 3 | kemels, en trek naar Ragis in Medië, tot Gabaël, en haal
63 10, 12| dochter: Houd uws mans ouders in ere, die zijn nu uw ouders,
64 11, 4 | En neem de gal van de vis in de hand.~
65 11, 8 | 8 Strijk gij de gal in zijn ogen, en als het hem
66 11, 13| 13 En geloofd zij uw naam in der eeuwigheid.~
67 11, 16| zoon verblijd zijnde ging in,~
68 11, 17| dingen, die geschied waren in Medië.~
69 12, 6 | 6 En ga heen in vrede.~
70 12, 18| onze God; daarom looft hem in der eeuwigheid.~
71 12, 20| schrijf al wat geschied is in een boek.~
72 13, 2 | 2 Geloofd zij God die in der eeuwigheid leeft, en
73 13, 2 | ontfermt; hij legt neder in de hel, en brengt er weder
74 13, 3 | is, en God onze Vader is in alle eeuwigheid.~
75 13, 4 | 4 Hij zal ons kastijden in onze ongerechtigheden, en
76 13, 6 | 6 Ik nu zal in het land mijner gevangenis
77 13, 9 | spreke, en hem dankzegge in gerechtigheid.~
78 13, 11| tabernakel weder met vreugde in u mag gebouwd worden;~
79 13, 12| 12 En hij de gevangenen in u verheuge, en de ellendigen
80 13, 12| verheuge, en de ellendigen in u liefhebbe, in alle geslachten
81 13, 12| ellendigen in u liefhebbe, in alle geslachten der wereld.~
82 13, 13| des Heren, hebbende gaven in hun handen, en dat, gaven
83 13, 14| zijn, die u liefhebben, in eeuwigheid.~
84 13, 16| zij zullen zich verblijden in uw vrede. Welgelukzalig
85 13, 16| zullen zich vervrolijken in der eeuwigheid.~
86 13, 21| die ons verheven heeft in alle eeuwigheid.~
87 14, 6 | verwoest zal worden, (doch in Medië zal meer vrede zijn
88 14, 7 | zal hen doen wederkeren in het land; en zij zullen
89 14, 8 | zullen zich verblijden in waarheid en gerechtigheid,
90 14, 9 | mij, en blijf niet langer in Nineve.~
91 14, 10| hoe hij hem uit het licht in de duisternis gebracht heeft;
92 14, 11| vergelding gekregen, en is in de duisternis nedergedaald.
93 14, 11| gelegd hadden, maar Haman is in de strik gevallen en omgekomen.~
94 14, 16| honderdenzevenentwintig jaren te Ecbatana in Medië.~
|