Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
trouw 1
twee 4
tweede 2
u 86
uit 37
uitgestaan 1
uitgewist 1
Frequency    [«  »]
102 zij
94 in
91 hem
86 u
77 gij
76 zal
74 uw

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

u

   Chapter, Verse
1 2, 2 | gedenkt, en ziet, ik zal op u wachten.~ 2 2, 15| is alles bekend, wat bij u is.~ 3 3, 3 | en zie mij aan, en wreek u niet over mij naar mijn 4 3, 3 | mijner vaderen, die tegen u gezondigd hebben.~ 5 3, 5 | hebben niet oprechtelijk voor u gewandeld.~ 6 3, 6 | hetgeen behagelijk is voor u; beveel dat men mijn geest 7 3, 11| of dochter moeten wij van u zien in eeuwigheid.~ 8 3, 14| is in der eeuwigheid. Dat u al uw werken prijzen in 9 3, 15| en mijn aangezicht tot u begeven.~ 10 3, 22| 22 En indien het u niet goeddunkt mij te doden,~ 11 4, 7 | aangezicht Gods zal zich van u niet afkeren.~ 12 4, 13| 13 Kind, wacht u van alle hoererij, en neem 13 4, 13| van alle hoererij, en neem u een vrouw van het zaad uwer 14 4, 14| broederen lief, en wend u niet hovaardig in uw hart 15 4, 15| van geen mens, die voor u gearbeid heeft, bij u vernachten, 16 4, 15| voor u gearbeid heeft, bij u vernachten, maar geef hem 17 4, 15| God gediend hebt, het zal u weergegeven worden.~ 18 4, 16| laat geen dronkenschap met u reizen op uw weg.~ 19 4, 21| 21 En nu voorts wijs ik u aan de tien talenten zilvers, 20 5, 4 | Zoek uzelf een man, die met u trekke, terwijl ik leef, 21 5, 9 | zeide tot hem: Ik zal met u trekken, want ik heb bij 22 5, 11| en of hij trouw is om met u te reizen; en hij riep hem.~ 23 5, 21| zeg mij, wat loon zal ik u geven? een drachme des daags, 24 5, 21| drachme des daags, en hetgeen u nodig zijn zal, gelijk als 25 5, 21| en ik zal boven het loon u nog wat toeleggen, indien 26 5, 23| hij zeide tot Tobias: Maak u gereed tot de weg, en het 27 6, 12| haar spreken, opdat zij u tot een huisvrouw gegeven 28 6, 13| 13 Want u komt haar erfenis toe. En 29 6, 14| schuldig zijn, dewijl het u betaamt de erfenis te ontvangen 30 6, 17| de woorden, die uw vader u bevolen heeft, dat gij een 31 6, 19| deze zelfde nacht zal zij u tot een vrouw gegeven worden, 32 6, 21| barmhartige God aan, en Hij zal u behouden, en zich uwer ontfermen.~ 33 6, 22| vrees niet, dewijl deze u is bereid van der eeuwigheid, 34 6, 22| behouden, en zij zal met u trekken, en ik zeg u, dat 35 6, 22| met u trekken, en ik zeg u, dat u kinderen uit haar 36 6, 22| trekken, en ik zeg u, dat u kinderen uit haar zullen 37 7, 10| drink, en zijt vrolijk; want u komt het toe mijn dochter 38 7, 11| 11 Doch ik wil u de waarheid openbaren. Ik 39 7, 12| Neem haar van nu aan tot u, naar recht, want gij zijt 40 7, 15| naar de wet van Mozes tot u, en breng haar tot uw vader; 41 7, 20| hemels en der aarde geve u vreugde voor deze uw droefheid, 42 8, 5 | heerlijk is in der eeuwigheid, u moeten de hemelen loven, 43 8, 14| heilige lof; loven moeten u uw heiligen, en al uw schepselen, 44 8, 14| uitverkorenen; loven moeten zij u in alle eeuwigheid. Geloofd 45 8, 15| Geloofd zijt gij, dat gij u hebt ontfermd over deze 46 8, 18| het overige zeide hij zal u geworden, wanneer ik en 47 9, 3 | 3 Neem met u een jongen, en twee kemels, 48 10, 5 | rouwt mij, mijn kind, dat ik u heb laten gaan, die toch 49 10, 6 | Zwijg stil, en bekommer u niet, hij is gezond.~ 50 10, 11| laten weten, hoe het met u gaat. En Tobias zeide: Neen, 51 10, 12| de God des hemels geve u voorspoed, eer ik sterve. 52 10, 12| uw ouders, laat mij van u een goed gerucht horen; 53 10, 13| de Here des hemels brenge u weder; en geve mij dat ik 54 10, 13| de Here. En zie ik geef u mijn dochter over als een 55 11, 8 | schellen uitwerpen, en hij zal u zien.~ 56 11, 9 | zeide tot hem: Kind, ik heb u gezien, thans wil ik wel 57 11, 14| hebt mij gekastijd, en hebt u mijner ontfermd.~ 58 11, 18| dochter, geloofd zij God die u tot ons heeft gebracht: 59 12, 1 | dat gij de man, die met u gekomen is, het loon geeft, 60 12, 3 | 3 Want hij heeft mij u gezond wedergebracht en 61 12, 3 | heeft mijn geld gehaald, en u insgelijks genezen; en de 62 12, 7 | vanwege de dingen die hij u gedaan heeft. Het is goed 63 12, 13| zo was ik insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet 64 12, 13| insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet op te staan, 65 12, 13| onbekend, maar ik was bij u.~ 66 12, 14| heeft mij God gezonden om u te genezen, en uw schoondochter 67 12, 17| Vreest niet, want vrede zal u zijn, maar looft God.~ 68 12, 19| Al deze dagen ben ik door u gezien, en heb noch gegeten 69 13, 4 | zal zijn aangezicht voor u niet verbergen, en gij zult 70 13, 4 | aanschouwen hetgeen hij met u doen zal;~ 71 13, 7 | weet het, of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid 72 13, 7 | hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees?~ 73 13, 10| gij heilige stad, hij zal u kastijden over de werken 74 13, 11| tabernakel weder met vreugde in u mag gebouwd worden;~ 75 13, 12| En hij de gevangenen in u verheuge, en de ellendigen 76 13, 12| verheuge, en de ellendigen in u liefhebbe, in alle geslachten 77 13, 13| geslachten na elkander zullen u prijzen, en zullen u vervrolijking 78 13, 13| zullen u prijzen, en zullen u vervrolijking toebrengen.~ 79 13, 14| moeten zij allen zijn, die u haten; gezegend daarentegen 80 13, 14| zullen zij allen zijn, die u liefhebben, in eeuwigheid.~ 81 13, 15| 15 Verblijd u, en vervrolijk u over de 82 13, 15| Verblijd u, en vervrolijk u over de kinderen der rechtvaardigen, 83 13, 16| welgelukzalig zijn zij die u liefhebben, zij zullen zich 84 13, 16| want zij zullen zich over u verblijden, als zij al uw 85 14, 6 | Kind, neem uw zonen met u, ziet, ik ben oud geworden, 86 14, 9 | rechtvaardig, opdat het u welga; en begraaf mij heerlijk


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License