Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
uitwerpen 1
ulieden 6
ulieder 1
uw 74
uwentwil 1
uwer 4
uws 5
Frequency    [«  »]
86 u
77 gij
76 zal
74 uw
74 zeide
71 dat
70 die

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

uw

   Chapter, Verse
1 2, 7 | 7 Uw feestdagen zullen in leeddragen 2 2, 7 | veranderd worden, en al uw vreugde in treurgeschrei. 3 2, 15| zeide tot mij: Waar zijn nu uw aalmoezen en uw gerechtigheden? 4 2, 15| zijn nu uw aalmoezen en uw gerechtigheden? ziet het 5 3, 2 | zijt rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid 6 3, 4 | 4 Want zij zijn uw geboden ongehoorzaam geweest, 7 3, 5 | 5 En nu Here uw oordelen zijn vele en waarachtig: 8 3, 5 | vaderen zonden, overmits wij uw geboden niet hebben gedaan, 9 3, 6 | eeuwige plaatsen, en keer uw aangezicht van mij niet 10 3, 9 | gij nog niet wijs, gij die uw mannen verstikt?~ 11 3, 14| mijn God, en gezegend zij uw heerlijke naam, die heilig 12 3, 14| der eeuwigheid. Dat u al uw werken prijzen in der eeuwigheid.~ 13 4, 3 | begraaf mij, en veracht uw moeder niet; eer haar al 14 4, 6 | handelen, zo zal het welgaan in uw werken, en met al degenen 15 4, 7 | van hetgeen gij hebt, en uw oog zij niet nijdig als 16 4, 7 | aalmoezen doet, en keer uw aangezicht niet af van enige 17 4, 14| 14 En nu, kind, heb uw broederen lief, en wend 18 4, 14| wend u niet hovaardig in uw hart van uw broederen, en 19 4, 14| hovaardig in uw hart van uw broederen, en de zonen en 20 4, 16| heb acht op uzelf in al uw werken, en zijt voorzichtig 21 4, 16| en zijt voorzichtig in al uw omgang, en doe niemand hetgeen 22 4, 16| dronkenschap met u reizen op uw weg.~ 23 4, 17| 17 Geef van uw brood degene die honger 24 4, 17| die honger heeft, en van uw klederen hun die naakt zijn. 25 4, 17| geef dat tot aalmoezen, en uw oog benijde het niet, wanneer 26 4, 18| 18 Werp uw brood overvloedig over het 27 4, 20| tijde, en begeer van hem dat uw wegen recht zijn mogen, 28 4, 20| recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede 29 4, 20| mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede voortgang 30 4, 20| geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.~ 31 5, 14| of een die om loon met uw zoon heenreize? En Tobias 32 5, 14| tot hem: Broeder, ik wilde uw geslacht en naam wel weten.~ 33 5, 17| worden, omdat ik gezocht heb uw stam en geslacht te weten.~ 34 5, 24| die in de hemel woont, zal uw weg voorspoedig maken, en 35 5, 28| zal gezond weder komen, en uw ogen zullen hem zien.~ 36 6, 12| herberg gaan, en deze is uw bloedvriend, en hij heeft 37 6, 17| gij niet de woorden, die uw vader u bevolen heeft, dat 38 6, 17| huisvrouw zoudt nemen uit uw geslacht?~ 39 6, 18| mij, broeder, want zij zal uw vrouw zijn. En heb geen 40 7, 12| haar broeder, en zij is uw zuster.~ 41 7, 15| tot u, en breng haar tot uw vader; en hij zegende haar.~ 42 7, 20| geve u vreugde voor deze uw droefheid, heb goede moed, 43 8, 5 | vaderen, en geloofd zij uw naam, die heilig en heerlijk 44 8, 5 | de hemelen loven, en al uw schepselen.~ 45 8, 14| heilige lof; loven moeten u uw heiligen, en al uw schepselen, 46 8, 14| moeten u uw heiligen, en al uw schepselen, en al uw engelen, 47 8, 14| al uw schepselen, en al uw engelen, en uw uitverkorenen; 48 8, 14| schepselen, en al uw engelen, en uw uitverkorenen; loven moeten 49 8, 14| hebt met ons gehandeld naar uw grote barmhartigheid.~ 50 10, 11| Blijf bij mij, en ik zal tot uw vader zenden, en zal hem 51 10, 12| ouders in ere, die zijn nu uw ouders, laat mij van u een 52 10, 13| weder; en geve mij dat ik uw kinderen zien mag uit Sara 53 11, 2 | Gij weet, broeder, hoe gij uw vader achtergelaten hebt.~ 54 11, 3 | Laat ons vooruit lopen voor uw vrouw, en het huis bereiden.~ 55 11, 7 | 7 Zie uw zoon komt, en de man die 56 11, 7 | Rafaël zeide: Ik weet dat uw vader zijn ogen zal opendoen.~ 57 11, 13| 13 En geloofd zij uw naam in der eeuwigheid.~ 58 11, 14| 14 En geloofd zijn al uw heilige engelen; want gij 59 11, 18| heeft gebracht: desgelijks uw vader en uw moeder. En daar 60 11, 18| desgelijks uw vader en uw moeder. En daar werd blijdschap 61 12, 12| gij dan nu badt, gij, en uw schoondochter Sara, zo bracht 62 12, 13| bezwaardet op te staan, en uw middagmaal te verlaten, 63 12, 13| grafdoeken bewondt, zo was mij uw goeddoen niet onbekend, 64 12, 14| gezonden om u te genezen, en uw schoondochter Sara.~ 65 13, 4 | hem wederkeert met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, 66 13, 4 | geheel uw hart, en met geheel uw ziel, om oprechtheid voor 67 13, 5 | zult hem danken met geheel uw mond, en gij zult de Here 68 13, 16| zullen zich verblijden in uw vrede. Welgelukzalig zijn 69 13, 16| die zich bedroeven over al uw kastijdingen, want zij zullen 70 13, 16| u verblijden, als zij al uw heerlijkheid hebben aanschouwd, 71 13, 19| 19 En uw muren, en uw torens en bolwerken 72 13, 19| 19 En uw muren, en uw torens en bolwerken met 73 14, 6 | zeide tot hem: Kind, neem uw zonen met u, ziet, ik ben 74 14, 9 | begraaf mij heerlijk en uw moeder met mij, en blijf


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License