Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
twee 4
tweede 2
u 86
uit 37
uitgestaan 1
uitgewist 1
uitgezonden 1
Frequency    [«  »]
55 met
47 der
38 zoon
37 uit
36 voor
36 want
35 zo

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

uit

   Chapter, Verse
1 1, 1 | Aduël, de zoon van Gabaël, uit het zaad van Azaël, uit 2 1, 1 | uit het zaad van Azaël, uit de stam van Naftali.~ 3 1, 2 | de koning der Assyriërs, uit Thisbe: welke gelegen is 4 1, 4 | hetwelk uitverkoren was, uit alle stammen Israëls,~ 5 1, 9 | geworden was, zo nam ik Anna, uit het zaad van ons geslacht, 6 1, 9 | tot een huisvrouw, en won uit haar Tobias.~ 7 1, 20| naakten, en zo ik iemand uit mijn geslacht zag die gestorven 8 1, 21| iemand gedood had, toen hij uit Judea gevlucht kwam, deze 9 1, 22| gedood te worden, zo ben ik uit vrees vertrokken.~ 10 2, 3 | komende zeide: Vader, een uit ons geslacht ligt verworgd 11 4, 13| vreemde vrouw, die niet is uit de stam uws vaders, dewijl 12 4, 13| allen vrouwen genomen hebben uit hun broederen, en zij zijn 13 4, 14| dochteren uws volks, om uit hen voor uzelf een huisvrouw 14 4, 20| mijn geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.~ 15 5, 13| Tobias zeide tot hem: Broeder uit welke stam en uit welk geslacht 16 5, 13| Broeder uit welke stam en uit welk geslacht zijt gij? 17 5, 18| Ook gij zijt mijn broeder, uit een eerlijk en goed geslacht. 18 5, 25| 25 En zij gingen beiden uit om weg te gaan, en de hond 19 5, 25| stok van onze hand, als hij uit en ingaat voor ons?~ 20 6, 2 | wassen, en een vis schoot op uit de rivier.~ 21 6, 13| En gij zijt alleen over uit haar geslacht; en zij is 22 6, 17| een huisvrouw zoudt nemen uit uw geslacht?~ 23 6, 22| ik zeg u, dat u kinderen uit haar zullen geworden.~ 24 7, 4 | 4 En zij zeiden tot hem: Uit de kinderen van Naftali 25 8, 6 | hulp en steunsel gegeven; uit deze is het geslacht der 26 8, 13| 13 En zij kwam weder uit, en boodschapte hun, dat 27 10, 13| ik uw kinderen zien mag uit Sara mijn dochter, opdat 28 11, 10| 10 En Tobias kwam uit naar de deur en stiet zich 29 11, 18| 18 En Tobias ging uit, zijn schoondochter tegemoet, 30 13, 2 | hel, en brengt er weder uit, en daar is niemand die 31 13, 4 | zal ons bijeenvergaderen uit alle volken, onder welke 32 13, 20| en karbonkel, en stenen uit Ofir bestraat worden, en 33 14, 6 | geworden, en ben nabij om uit dit leven te scheiden, vertrek 34 14, 6 | zullen verstrooid worden, uit het goede land; en Jeruzalem 35 14, 7 | daarna zullen zij wederkeren uit hun gevangenis, en zullen 36 14, 10| opgevoed had; hoe hij hem uit het licht in de duisternis 37 14, 11| aalmoezen gedaan, en is uit de strik des doods verlost,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License