Chapter, Verse
1 1, 21| heimelijk weg, en begroef hem, (want hij doodde er velen in zijn
2 2, 14| het de rechte heer weder, want het is ons niet geoorloofd
3 3, 4 | 4 Want zij zijn uw geboden ongehoorzaam
4 3, 5 | geboden niet hebben gedaan, want wij hebben niet oprechtelijk
5 3, 6 | zijn en tot aarde worden. Want het is mij nuttiger te sterven
6 4, 6 | wegen der ongerechtigheid. Want als gij oprechtelijk zult
7 4, 10| 10 Want gij vergadert uzelf een
8 4, 12| 12 Want aalmoes is een goede gift,
9 4, 14| een huisvrouw te nemen. Want in de hovaardigheid is verderf
10 4, 14| vermindering en groot gebrek, want de trotsheid is een moeder
11 4, 20| voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij
12 5, 9 | hem: Ik zal met u trekken, want ik heb bij Gabaël onze broeder
13 5, 18| eerlijk en goed geslacht. Want ik ken Ananias en Jonathan,
14 5, 27| 27 Want zulks als ons van de Here
15 5, 29| 29 Want een goede engel zal met
16 6, 13| 13 Want u komt haar erfenis toe.
17 6, 14| wij de bruiloft houden, want ik ken Raguël wel, dat hij
18 6, 18| En nu hoor mij, broeder, want zij zal uw vrouw zijn. En
19 6, 19| 19 Want deze zelfde nacht zal zij
20 7, 10| drink, en zijt vrolijk; want u komt het toe mijn dochter
21 7, 12| nu aan tot u, naar recht, want gij zijt haar broeder, en
22 10, 10| Raguël: Laat mij heengaan; want mijn vader en mijn moeder
23 11, 14| zijn al uw heilige engelen; want gij hebt mij gekastijd,
24 12, 3 | 3 Want hij heeft mij u gezond wedergebracht
25 12, 8 | 8 Want het is goed dat men de verborgenheid
26 12, 9 | tot een schat vergaderen. Want aalmoes verlost van de dood
27 12, 16| vielen op het aangezicht, want zij vreesden.~
28 12, 17| zeide tot hen: Vreest niet, want vrede zal u zijn, maar looft
29 12, 20| 20 En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die
30 13, 2 | geloofd zij zijn koninkrijk. Want hij kastijdt en ontfermt;
31 13, 11| 11 Dankt de Here, want hij is goed, en looft de
32 13, 15| kinderen der rechtvaardigen, want zij zullen bijeenvergaderd
33 13, 16| over al uw kastijdingen, want zij zullen zich over u verblijden,
34 13, 18| 18 Want Jeruzalem zal met safyr,
35 14, 6 | vertrek naar Medië, mijn kind; want ik houd voor gewis, dat
36 14, 9 | zoon, vertrek van Nineve, want die dingen zullen zeker
|