Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wachten 1
wandel 1
wanneer 8
want 36
ware 1
waren 16
was 27
Frequency    [«  »]
38 zoon
37 uit
36 voor
36 want
35 zo
33 god
33 op

Het boek Tobit (Tobias)

IntraText - Concordances

want

   Chapter, Verse
1 1, 21| heimelijk weg, en begroef hem, (want hij doodde er velen in zijn 2 2, 14| het de rechte heer weder, want het is ons niet geoorloofd 3 3, 4 | 4 Want zij zijn uw geboden ongehoorzaam 4 3, 5 | geboden niet hebben gedaan, want wij hebben niet oprechtelijk 5 3, 6 | zijn en tot aarde worden. Want het is mij nuttiger te sterven 6 4, 6 | wegen der ongerechtigheid. Want als gij oprechtelijk zult 7 4, 10| 10 Want gij vergadert uzelf een 8 4, 12| 12 Want aalmoes is een goede gift, 9 4, 14| een huisvrouw te nemen. Want in de hovaardigheid is verderf 10 4, 14| vermindering en groot gebrek, want de trotsheid is een moeder 11 4, 20| voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij 12 5, 9 | hem: Ik zal met u trekken, want ik heb bij Gabaël onze broeder 13 5, 18| eerlijk en goed geslacht. Want ik ken Ananias en Jonathan, 14 5, 27| 27 Want zulks als ons van de Here 15 5, 29| 29 Want een goede engel zal met 16 6, 13| 13 Want u komt haar erfenis toe. 17 6, 14| wij de bruiloft houden, want ik ken Raguël wel, dat hij 18 6, 18| En nu hoor mij, broeder, want zij zal uw vrouw zijn. En 19 6, 19| 19 Want deze zelfde nacht zal zij 20 7, 10| drink, en zijt vrolijk; want u komt het toe mijn dochter 21 7, 12| nu aan tot u, naar recht, want gij zijt haar broeder, en 22 10, 10| Raguël: Laat mij heengaan; want mijn vader en mijn moeder 23 11, 14| zijn al uw heilige engelen; want gij hebt mij gekastijd, 24 12, 3 | 3 Want hij heeft mij u gezond wedergebracht 25 12, 8 | 8 Want het is goed dat men de verborgenheid 26 12, 9 | tot een schat vergaderen. Want aalmoes verlost van de dood 27 12, 16| vielen op het aangezicht, want zij vreesden.~ 28 12, 17| zeide tot hen: Vreest niet, want vrede zal u zijn, maar looft 29 12, 20| 20 En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die 30 13, 2 | geloofd zij zijn koninkrijk. Want hij kastijdt en ontfermt; 31 13, 11| 11 Dankt de Here, want hij is goed, en looft de 32 13, 15| kinderen der rechtvaardigen, want zij zullen bijeenvergaderd 33 13, 16| over al uw kastijdingen, want zij zullen zich over u verblijden, 34 13, 18| 18 Want Jeruzalem zal met safyr, 35 14, 6 | vertrek naar Medië, mijn kind; want ik houd voor gewis, dat 36 14, 9 | zoon, vertrek van Nineve, want die dingen zullen zeker


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License