Chapter, Verse
1 1, 5 | was geheiligd en gebouwd voor alle geslachten der wereld.
2 1, 6 | priesters, de zonen Aärons, voor het altaar.~
3 1, 14| genade, en aangenaamheid voor Enemessar, en ik werd zijn
4 1, 25| En Achiachar verzocht het voor mij, en ik kwam weder te
5 3, 5 | hebben niet oprechtelijk voor u gewandeld.~
6 3, 6 | naar hetgeen behagelijk is voor u; beveel dat men mijn geest
7 3, 20| noch zoon, dat ik mijzelf voor die mocht bewaren tot een
8 3, 24| dezer beiden werd verhoord voor de heerlijkheid des groten
9 4, 12| aalmoes is een goede gift, voor al degenen, die deze doen,
10 4, 14| dochteren uws volks, om uit hen voor uzelf een huisvrouw te nemen.
11 4, 15| loon van geen mens, die voor u gearbeid heeft, bij u
12 4, 21| doet hetgeen behaaglijk is voor hem.~
13 5, 25| hand, als hij uit en ingaat voor ons?~
14 6, 9 | geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en
15 6, 18| vrouw zijn. En heb geen zorg voor die duivel.~
16 7, 9 | en zetten hun veel spijs voor. Maar Tobias zeide tot Rafaël:
17 7, 9 | hij stelde Raguël die rede voor.~
18 7, 20| der aarde geve u vreugde voor deze uw droefheid, heb goede
19 10, 13| opdat ik mij verheugen mag voor de Here. En zie ik geef
20 11, 3 | 3 Laat ons vooruit lopen voor uw vrouw, en het huis bereiden.~
21 11, 18| Tobias bekende openlijk voor hen, dat God zich zijner
22 12, 7 | heerlijkheid, en dankt hem voor het aanschijn aller levenden,
23 12, 11| 11 Ik zal voor ulieden geen zaak verbergen;
24 12, 12| gedachtenis van ulieder gebed voor het aangezicht des heiligen.~
25 12, 15| de gebeden der heiligen voor God brengen, en ingaan voor
26 12, 15| voor God brengen, en ingaan voor het aanschijn van de heerlijkheid
27 13, 3 | hem, gij kinderen Israëls, voor de heidenen, dewijl hij
28 13, 3 | heerlijkheid, en verheft hem voor het aanschijn van alles
29 13, 4 | uw ziel, om oprechtheid voor zijn aanschijn te bewijzen,
30 13, 4 | en zal zijn aangezicht voor u niet verbergen, en gij
31 13, 7 | zondaars, en doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet
32 13, 13| hun handen, en dat, gaven voor de Koning des hemels. Alle
33 14, 6 | mijn kind; want ik houd voor gewis, dat alles wat Jona
34 14, 6 | Medië zal meer vrede zijn voor een tijd) en dat onze broeders
35 14, 6 | worden, en zal woest zijn voor een tijd.~
36 14, 7 | een heerlijk gebouw zijn voor alle geslachten der wereld,
|