Chapter, Verse
1 2, 8 | 8 En heeft hen in orde gesteld op de
2 5, 8 | vreemdelingen gewoond; en hun God heeft geboden, dat zij zouden
3 5, 12| 12 En God heeft de Rode zee voor hen uitgedroogd.~
4 5, 13| 13 En heeft hen geleid naar de weg van
5 6, 4 | gehelen aardrijks, want hij heeft het gezegd, en de woorden
6 7, 14| helper voor ons, maar God heeft ons in hun handen gegeven,
7 7, 20| naar uw woorden doen. En zo heeft hij het volk doen scheiden
8 7, 20| stad heengegaan; en hij heeft de vrouwen en kinderen naar
9 8, 13| al deze dingen geschapen heeft, onderzoeken, en zijn zin
10 8, 14| ons niet helpen wil, hij heeft de macht om ons te beschutten
11 8, 21| ook onze vaders verzocht heeft.~
12 8, 22| hij met Abraham al gedaan heeft.~
13 8, 23| En hoe hij Izaäk verzocht heeft, en wat Jakob al is overkomen
14 8, 24| hij hen door vuur beproefd heeft tot onderzoeking huns harten,
15 8, 25| van het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend,
16 8, 25| volk lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen
17 10, 13| omkomen, noch iets dat leven heeft.~
18 10, 16| zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed
19 11, 1 | koning der ganse aarde, heeft begeerd te dienen.~
20 11, 5 | leeft, die u uitgezonden heeft om alle zielen met orde
21 11, 7 | rede, die Achior gesproken heeft in uw raad, wij hebben zijn
22 11, 7 | gekregen hebben, en hij heeft hun aangezegd alles wat
23 11, 7 | hij voor u uitgesproken heeft. Daarom, heersende heer,
24 11, 9 | aanschijn gevallen, en een zonde heeft hen ingenomen, waardoor
25 11, 10| dewijl hun de spijs ontbroken heeft, en al het water zeer weinig
26 11, 10| zijn wetten hun verboden heeft te eten.~
27 11, 13| aangezicht gevloden, en God heeft mij gezonden, om met u dingen
28 11, 20| Holofernes zeide. tot haar: God heeft welgedaan, dat Hij u voor
29 11, 20| dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden, opdat in onze
30 12, 4 | gedaan hebben, hetgeen Hij heeft beraadslaagd.~
31 13, 13| gelijk hij ook heden gedaan heeft.~
32 13, 18| Israëls niet afwendt, maar hij heeft onze vijanden verwond door
33 13, 19| onder hetwelk hij gelegen heeft in zijn dronkenschap, en
34 13, 19| dronkenschap, en de Here heeft hem geslagen door de hand
35 13, 20| Here leeft, die mij bewaard heeft in mijn weg, die ik heengegaan
36 13, 20| dat mijn aangezicht hem heeft verleid tot zijn verderf,
37 13, 20| tot zijn verderf, en hij heeft geen zonde tot bevlekking
38 13, 24| hemel en de aarde geschapen heeft, die u geleid heeft tot
39 13, 24| geschapen heeft, die u geleid heeft tot verwonding des hoofds
40 14, 6 | het huis Israëls veracht heeft, en die hem tot ons als
41 14, 6 | tot ons als tot de dood heeft afgezonden; en zij riepen
42 14, 15| gehandeld: een Hebreeuwse vrouw heeft schaamte gebracht over het
43 16, 3 | krijgen vermorzelt: want hij heeft in zijn leger, in het midden
44 16, 7 | De Here, de Almachtige, heeft hen teniet gemaakt, door
45 16, 8 | de dochter van Merari, heeft hem machteloos gemaakt,
46 16, 11| weggerukt, en haar schoonheid heeft zijn ziel gevangen genomen,
47 16, 17| geest uitgezonden, en hij heeft ze gebouwd, en daar is niemand
|