Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
volgen 2
volgens 1
volgt 1
volk 45
volken 7
volkomen 1
volks 6
Frequency    [«  »]
47 heeft
45 als
45 holofernes
45 volk
44 israëls
44 mijn
44 zich

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

volk

   Chapter, Verse
1 2, 11| voetvolk; en veel gemengd volk kwam bij hen, als sprinkhanen, 2 4, 2 | gevangenis, en het ganse volk was kort tevoren vergaderd 3 4, 7 | Joakim, en de raad des gansen volk Israëls, die binnen Jeruzalem 4 4, 15| 15 En het volk vastte vele dagen lang in 5 5, 3 | gij kinderen Kanaäns, wat volk dit is, dat zich op dit 6 5, 5 | waarheid verhalen van dit volk, dat nabij u woont, en dit 7 5, 6 | 6 Dit volk komt af van de Chaldeeën.~ 8 5, 23| heer, zo er misdaad in dit volk is, en zo zij zondigen tegen 9 5, 24| ongerechtigheid onder hun volk is, zo ga, mijn heer, hen 10 5, 25| woorden te spreken, dat al het volk murmureerde, hetwelk de 11 5, 26| Israëls, want ziet het is een volk waarin geen kracht is, noch 12 6, 1 | tot Achior, voor het ganse volk der uitlanders en tot alle 13 6, 5 | mijns heerlegers, en het volk mijner dienstknechten tussen 14 6, 12| in het midden van al hun volk, en Ozias vraagde wat hem 15 6, 14| 14 En het volk, nedervallende, bad God 16 7, 1 | gehele heerleger, en al zijn volk, hetwelk tot zijn hulp in 17 7, 7 | trok weder op naar zijn volk.~ 18 7, 9 | 9 Want dit volk van de kinderen Israëls 19 7, 10| niet één man zal uit uw volk vallen; blijf maar in uw 20 7, 10| overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste spitsen 21 7, 13| meer in hen. En het ganse volk kwam tezamen tot Ozias, 22 7, 15| stad over tot buit aan het volk van Holofernes, en aan al 23 7, 20| doen. En zo heeft hij het volk doen scheiden elk naar zijn 24 8, 10| gij op deze dag tegen het volk gesproken hebt, en hebt 25 8, 17| is, noch geslacht, noch volk, noch stad onder ons, welke 26 8, 25| uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, gelijkerwijs 27 8, 25| harten goed is, maar het volk lijdt grote dorst en heeft 28 9, 19| maak, dat men onder al uw volk en alle stammen wete en 29 10, 16| tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige 30 11, 2 | 2 En nu, indien uw volk, dat op dit gebergte woont, 31 11, 11| welke zelfs niemand uit het volk met de handen betaamt aan 32 11, 20| welgedaan, dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden, opdat 33 13, 21| 21 En al het volk ontzette zich zeer, en zich 34 13, 22| huidige dag de vijanden van uw volk teniet hebt gemaakt.~ 35 13, 26| 26 En al het volk zeide: Het zij alzo! het 36 14, 6 | spreken, zo juichte het volk met luider stem, en verhief 37 14, 15| niet, en hij sprong tot het volk uit roepende: Die slaven 38 15, 11| eeuwigen tijde, en al het volk zeide: Het zij alzo!~ 39 15, 12| 12 En al het volk plunderde het leger, dertig 40 15, 15| zij ging voor het ganse volk in de rei, leidende al de 41 16, 1 | gans Israël, en het gehele volk zong deze lofzang haar na.~ 42 16, 22| aanbaden zij God, en toen het volk gereinigd was, offerden 43 16, 23| van Holofernes, die het volk haar gegeven had, en het 44 16, 24| 24 En het volk was vrolijk te Jeruzalem, 45 16, 27| Manasse gestorven, en tot zijn volk vergaderd was.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License