Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hoedde 1
hoge 4
hogepriester 4
holofernes 45
hond 1
honderd 3
honderdentwintig 1
Frequency    [«  »]
49 zo
47 heeft
45 als
45 holofernes
45 volk
44 israëls
44 mijn

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

holofernes

   Chapter, Verse
1 2, 4 | de koning der Assyriërs, Holofernes, de veldoverste zijns legers, 2 2, 7 | 7 En Holofernes ging uit van voor het aanschijn 3 3, 6 | 6 En die mannen zijn tot Holofernes gekomen, en hebben zulks 4 4, 1 | woonden, hoorden al wat Holofernes, de krijgsoverste des konings 5 5, 1 | 1 EN het werd Holofernes, de krijgsoverste van het 6 5, 26| 26 En de geweldigen van Holofernes, en die het land aan de 7 5, 27| zullen wij optrekken heer Holofernes en zij zullen een aas zijn 8 6, 1 | vergadering waren, ophield, zo zei Holofernes de overste des heerlegers 9 6, 7 | 7 En Holofernes beval zijn knechten, die 10 6, 13| woorden van de raad van Holofernes en al de woorden die hij 11 6, 13| Assur; wat hoogmoedige taal Holofernes had gesproken tegen het 12 7, 1 | des anderen daags gebood Holofernes zijn gehele heerleger, en 13 7, 6 | Maar de tweede dag voerde Holofernes al zijn ruiters uit, voor 14 7, 11| deze hun woorden behaagden Holofernes, en al zijn dienstknechten, 15 7, 15| tot buit aan het volk van Holofernes, en aan al zijn heerkracht.~ 16 10, 13| kom tot het aangezicht van Holofernes de veldoverste uws legers, 17 10, 16| brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop 18 10, 16| stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap 19 10, 17| 17 En de kamerlingen van Holofernes, en al zijn dienaars kwamen 20 10, 18| 18 En Holofernes rustte op zijn bed onder 21 11, 1 | 1 EN Holofernes zeide tot haar: Heb goede 22 11, 18| Deze haar redenen behaagden Holofernes en al zijn dienstknechten, 23 11, 20| 20 En Holofernes zeide. tot haar: God heeft 24 12, 3 | 3 En Holofernes zeide tot haar: Maar wanneer 25 12, 5 | 5 En de dienaars van Holofernes brachten haar in de tent, 26 12, 6 | 6 En zij zond tot Holofernes, zeggende: Mijn heer beveel 27 12, 6 | tot het gebed uitga; en Holofernes beval zijn lijfwachten, 28 12, 10| geschiedde op de vierde dag, dat Holofernes een maaltijd aanrichtte, 29 12, 12| 12 En Bagoas ging uit van Holofernes, en kwam tot haar en zeide: 30 12, 15| spreidde voor haar, recht over Holofernes, op de aarde, de vellen, 31 12, 16| 16 En het hart van Holofernes ontzette zich tegen haar, 32 12, 17| 17 En Holofernes zeide tot haar: Drink toch, 33 12, 20| 20 En Holofernes was vrolijk over haar, en 34 13, 3 | 3 En Holofernes was voorover op zijn bed 35 13, 7 | sponde van het bed, die aan Holofernes' hoofd was, en zij nam zijn 36 13, 11| dienstmaagd het hoofd van Holofernes over, en die stak het in 37 13, 19| En zij trok het hoofd van Holofernes uit de zak, en toonde het, 38 13, 19| Ziet hier het hoofd van Holofernes, de veldoverste van het 39 14, 4 | gelijkelijk lopen tot de tent van Holofernes, en zullen hem niet vinden, 40 14, 6 | nu kwam, en het hoofd van Holofernes zag, in de hand van een 41 14, 8 | hingen zij het hoofd van Holofernes van de muur uit, en alle 42 14, 9 | zij kwamen tot de tent van Holofernes, en zeiden tot degenen die 43 14, 15| Nabuchodonosors, want ziet Holofernes ligt ter aarde, en zijn 44 15, 13| gaven aan Judith de tent van Holofernes, en al het zilverwerk, en 45 16, 23| de tempel al de vaten van Holofernes, die het volk haar gegeven


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License