Chapter, Verse
1 1, 11| niet, maar hij was voor hen als een enig man, en deden zijn
2 2, 4 | 4 En het geschiedde, als hij zijn raadslag geëindigd
3 2, 6 | al uw land; want zo zeker als ik leef, en de macht mijns
4 2, 8 | orde gesteld op de wijze als een menigte krijgsvolk geordineerd
5 2, 11| gemengd volk kwam bij hen, als sprinkhanen, en als het
6 2, 11| hen, als sprinkhanen, en als het zand der aarde, en men
7 5, 7 | 7 En zij hebben eerst als vreemdelingen gewoond in
8 5, 8 | en hebben daar vele dagen als vreemdelingen gewoond; en
9 5, 9 | bedekt) en woonden daar als vreemdelingen totdat zij
10 5, 25| 25 En het geschiedde, als Achior ophield deze woorden
11 6, 1 | 1 EN als het gemurmel der mannen,
12 6, 3 | knechten zijn zullen hen slaan als één man, en zij zullen de
13 6, 5 | vallen onder hun gekwetsten, als ik tot u zal wedergekeerd
14 6, 8 | onder Bethulië waren; en als de mannen der stad hen op
15 7, 4 | 4 De kinderen Israëls nu als zij hun menigte zagen, werden
16 8, 15| ten pand, want God is niet als een mens, dat hij zou bedreigd
17 8, 15| zou bedreigd worden, noch als een zoon des mensen, dat
18 8, 20| 20 Want als wij ingenomen zijn, zal
19 8, 23| Mesopotamië in het land Syrië, als hij de schapen hoedde van
20 10, 7 | 7 Als zij nu haar zagen, en hoe
21 10, 14| 14 Als nu de mannen haar woorden
22 10, 19| 19 En als Judith voor zijn aangezicht
23 11, 3 | ieder zal u weldoen, gelijk als geschiedt de knechten mijns
24 11, 5 | 5 Want zo waar als Nabuchodonosor, de koning
25 11, 5 | aarde, leeft, en zo waar als zijn kracht leeft, die u
26 11, 12| en het zal geschieden, als hun dit zal geboodschapt
27 11, 13| zullen ontzetten, zo velen als er van horen zullen.~
28 12, 4 | zeide tot hem: Zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer,
29 12, 8 | 8 En als zij weder opkwam, bad zij
30 12, 12| en op deze dag te worden als een van de dochteren der
31 13, 1 | 1 EN als het laat geworden was, zo
32 13, 14| 14 En het geschiedde als de mannen dier stad haar
33 13, 20| 20 En zo waarachtig als de Here leeft, die mij bewaard
34 14, 2 | overste stellen tegen hen, als of gij wildet nederdalen
35 14, 6 | heeft, en die hem tot ons als tot de dood heeft afgezonden;
36 14, 6 | uit het huis van Ozias. Als hij nu kwam, en het hoofd
37 14, 6 | in onmacht gevallen; maar als zij hem verkwikt hadden
38 14, 6 | totdat zij met hen sprak; en als zij ophield van spreken,
39 14, 13| 13 En als hij niemand hoorde, deed
40 14, 16| 16 Als nu de oversten van het leger
41 15, 1 | 1 EN als die in de tenten waren dat
42 15, 5 | 5 Als nu de kinderen Israëls zulks
43 15, 10| 10 En als zij tot haar inkwamen, zegenden
44 16, 14| hebben hen doorstoken, en als kinderen der overlopers
45 16, 22| 22 En als zij nu te Jeruzalem gekomen
|