Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
middernacht 1
midian 1
mij 28
mijn 44
mijner 4
mijnheer 1
mijns 9
Frequency    [«  »]
45 holofernes
45 volk
44 israëls
44 mijn
44 zich
42 maar
42 naar

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

mijn

   Chapter, Verse
1 2, 5 | ziet gij zult van voor mijn aangezicht uitgaan, en gij 2 2, 5 | tegen hen zal uittrekken in mijn toorn, en ik zal het ganse 3 2, 5 | bedekken met de voeten van mijn heerleger, en ik zal hen 4 2, 6 | dat zal ik ook doen door mijn hand; en gij zult niet een 5 5, 24| onder hun volk is, zo ga, mijn heer, hen voorbij, opdat 6 6, 5 | ongerechtigheid, gij zult mijn aangezicht niet meer zien, 7 6, 6 | 6 En mijn knechten zullen u brengen 8 7, 8 | lands aan de zee, en zeiden: Mijn heer hore toch een woord, 9 8, 28| poort staan, en ik zal met mijn dienstmaagd daaruit gaan, 10 8, 28| zal de Here Israël door mijn hand bezoeken.~ 11 9, 3 | helper aangeroepen, o God, o mijn God, verhoor mij ook, die 12 9, 12| 12 En geef mijn hand (ik, die een weduwe 13 9, 13| 13 Sla met mijn bedriegelijke lippen de 14 9, 17| 17 Verhoor gij toch mijn gebed,~ 15 9, 18| 18 En geef dat mijn rede en mijn bedrog hun 16 9, 18| En geef dat mijn rede en mijn bedrog hun tot een wonde 17 11, 2 | niet veracht had, ik zou mijn spies tegen hem niet opgeheven 18 11, 4 | spreken, en ik zal deze nacht mijn heer geen leugen boodschappen. 19 11, 4 | u volkomen uitvoeren, en mijn heer zal niet vervallen 20 11, 9 | 9 Maar nu, opdat mijn heer niet tevergeefs en 21 11, 14| nu ik zal bij u blijven, mijn heer, en uw dienstmaagd 22 11, 17| zijn mij aangezegd naar mijn voorwetenschap, en zijn 23 11, 20| kracht zij, en degenen die mijn heer verachten, verdorven 24 11, 21| gezegd hebt, zo zal uw God mijn God zijn, en gij zult in 25 12, 4 | waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer, uw dienstmaagd zal 26 12, 4 | heb, of de Here zal door mijn hand gedaan hebben, hetgeen 27 12, 6 | tot Holofernes, zeggende: Mijn heer beveel toch, dat men 28 12, 12| zich niet bezware zelf tot mijn heer te komen, om door zijn 29 12, 13| tot hem: Wie ben ik, die mijn heer zou tegenspreken?~ 30 12, 18| Heer, ik wil drinken, want mijn leven is op deze dag meer 31 13, 6 | erve te hulp te komen, en mijn aanslag uit te voeren, tot 32 13, 18| onze vijanden verwond door mijn hand, in deze nacht.~ 33 13, 20| die mij bewaard heeft in mijn weg, die ik heengegaan ben, 34 13, 20| die ik heengegaan ben, dat mijn aangezicht hem heeft verleid 35 16, 2 | Heren met tambourijn; zing mijn Here met cimbalen, en dicht 36 16, 6 | 6 Hij zeide, dat hij mijn landpalen zou verbranden, 37 16, 6 | zou verbranden, en dat hij mijn jonge mannen zou ombrengen 38 16, 6 | ombrengen door het zwaard, en mijn zuigelingen tegen de aarde 39 16, 6 | tegen de aarde slaan, en mijn jonge kinderen tot buit 40 16, 6 | kinderen tot buit geven, en mijn maagden wegroven.~ 41 16, 13| 13 Toen juichten mijn nederigen, en riepen mijn 42 16, 13| mijn nederigen, en riepen mijn zwakken, en zij zijn verbaasd 43 16, 15| 15 Ik zal mijn God een lofzang zingen.~ 44 16, 20| Wee de volken, die tegen mijn geslacht opstaan, de Here,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License