Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
is 58
ismaëls 1
israël 8
israëls 44
izaäk 1
ja 3
jaar 3
Frequency    [«  »]
45 als
45 holofernes
45 volk
44 israëls
44 mijn
44 zich
42 maar

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

israëls

   Chapter, Verse
1 4, 1 | 1 EN de kinderen Israëls, die in Judea woonden, hoorden 2 4, 7 | 7 En de kinderen Israëls deden naar dat de hogepriester 3 4, 7 | de raad des gansen volk Israëls, die binnen Jeruzalem woonden, 4 4, 8 | 8 En al de mannen Israëls riepen tot God met grote 5 4, 10| 10 En alle mannen Israëls en vrouwen, ook de kinderen, 6 4, 13| en met ernst tot de God Israëls, dat hij toch hun jonge 7 4, 17| dat hij het gehele huis Israëls ten goede bezoeken wilde.~ 8 5, 1 | geboodschapt dat de kinderen Israëls zich bereiden tot de krijg, 9 5, 26| vrezen niet voor de kinderen Israëls, want ziet het is een volk 10 6, 2 | hebt, dat wij het geslacht Israëls niet zouden beoorlogen, 11 6, 7 | in de handen der kinderen Israëls.~ 12 6, 10| 10 Maar de kinderen Israëls kwamen nederwaarts tot hem 13 6, 13| gesproken tegen het huis Israëls.~ 14 6, 18| 18 En zij riepen de God Israëls aan om hulp, die gehele 15 7, 1 | en dat men de kinderen Israëls de krijg zou aandoen.~ 16 7, 4 | 4 De kinderen Israëls nu als zij hun menigte zagen, 17 7, 6 | het gezicht der kinderen Israëls, die te Bethulië waren, 18 7, 9 | dit volk van de kinderen Israëls verlaat zich niet op hun 19 7, 12| fonteinen van de kinderen Israëls eerst in, en de kinderen 20 7, 13| 13 En de kinderen Israëls riepen tot de Here hun God, 21 8, 6 | der vreugde van het huis Israëls.~ 22 9, 16| gij God van het erfdeel Israëls, gij Here des hemels en 23 9, 19| beschutter van het geslacht Israëls is dan gij.~ 24 10, 1 | ophield van roepen tot de God Israëls, en al deze woorden geëindigd 25 10, 8 | tot roem van de kinderen Israëls en verhoging van Jeruzalem. 26 10, 16| verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een 27 12, 8 | bad zij de Here, de God Israëls, dat Hij haar weg richten 28 13, 8 | 8 Sterk mij, o God Israëls, op deze dag.~ groot~kaartje ~ ~ 29 13, 18| barmhartigheid van het huis Israëls niet afwendt, maar hij heeft 30 14, 5 | die in de gehele landpale Israëls wonen, en zult hen nedervellen 31 14, 6 | kenne degene, die het huis Israëls veracht heeft, en die hem 32 14, 7 | ziende al hetgeen de God Israëls gedaan had, geloofde zeer 33 14, 7 | voorhuid, en werd tot het huis Israëls toegevoegd tot op deze dag.~ 34 14, 8 | muur uit, en alle mannen Israëls namen hun wapenen, en vielen 35 15, 3 | strijdbare mannen van de kinderen Israëls.~ 36 15, 5 | 5 Als nu de kinderen Israëls zulks gehoord hadden, vielen 37 15, 8 | 8 En de kinderen Israëls wedergekeerd zijnde van 38 15, 9 | de raad van de kinderen Israëls, die te Jeruzalem hun woning 39 15, 11| 11 Gij zijt de verhoging Israëls, gij zijt een grote heerlijkheid 40 15, 11| zijt een grote heerlijkheid Israëls. Gij zijt een grote roem 41 15, 14| 14 En al de vrouwen Israëls liepen te zamen om haar 42 15, 15| vrouwen, en alle mannen Israëls volgden gewapend met kransen, 43 16, 28| man Manasse, en het huis Israëls droeg zeven dagen lang rouw 44 16, 30| niemand meer, die de kinderen Israëls enige vrees aandeed, in


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License