Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
muurs 1
na 6
naam 4
naar 42
naast 1
naaste 3
naasten 1
Frequency    [«  »]
44 mijn
44 zich
42 maar
42 naar
41 ik
41 over
40 deze

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

naar

   Chapter, Verse
1 1, 16| hij keerde met hen weder naar Nineve, hij en al zijn leger, 2 2, 5 | uittrekken tegen het gehele land naar het westen, omdat zij het 3 2, 12| wagenen, en trok van daar naar het gebergte.~ 4 3, 6 | hebben zulks geboodschapt naar deze woorden.~ 5 3, 7 | zijn heerkracht trok af naar de zeekant,~ 6 4, 3 | Samarië, en in de vlekken, en naar Bethhoron en Belmen, en 7 4, 3 | en Belmen, en Jericho, en naar Choba, en Esora, en naar 8 4, 3 | naar Choba, en Esora, en naar het dal Salem, en zij namen 9 4, 6 | Dewijl daardoor de ingang was naar Judea, en het licht was 10 4, 7 | de kinderen Israëls deden naar dat de hogepriester Joakim, 11 5, 8 | hunner goden; en zij zijn naar Mesopotamië gebracht, en 12 5, 8 | vreemdelingschap, en reizen naar het land Kanaän, en zij 13 5, 9 | 9 En zijn afgetrokken naar Egypte, (want hongersnood 14 5, 13| 13 En heeft hen geleid naar de weg van de berg Sinaï, 15 6, 7 | Achior zouden grijpen, en naar Bethulië heenvoeren, en 16 6, 8 | midden des vlakken velds naar het gebergte, en kwamen 17 6, 8 | en trokken buiten de stad naar de spits des bergs toe, 18 7, 1 | dat zij zouden optrekken naar Bethulië, en de toegangen 19 7, 3 | strekten zich uit in de breedte naar Dothaïm tot Belthem toe, 20 7, 6 | bezichtigde de toegangen naar de stad.~ 21 7, 7 | en hijzelf trok weder op naar zijn volk.~ 22 7, 17| vaderen, die ons vergeldt naar onze misdaden, en naar de 23 7, 17| vergeldt naar onze misdaden, en naar de misdaden onzer vaderen, 24 7, 17| vaderen, opdat hij niet doe naar deze woorden op de dag van 25 7, 20| over ons komt, zo zal ik naar uw woorden doen. En zo heeft 26 7, 20| het volk doen scheiden elk naar zijn legerplaats, en zij 27 7, 20| legerplaats, en zij zijn naar de muren en torens van hun 28 7, 20| heeft de vrouwen en kinderen naar hun huizen gezonden en zij 29 8, 30| haar tent, en gingen heen naar hun bestemde krijgsordeningen.~ 30 10, 6 | 6 En zij gingen uit naar de poort der stad Bethulië, 31 10, 16| hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u 32 11, 12| 12 En zij hebben enigen naar Jeruzalem gezonden (omdat 33 11, 17| dingen zijn mij aangezegd naar mijn voorwetenschap, en 34 12, 7 | zij ging des nachts uit naar het dal van Bethulië, en 35 13, 2 | 2 En zij gingen heen naar hun bedden, want zij waren 36 13, 7 | 7 En zij ging naar de sponde van het bed, die 37 13, 12| beiden gingen tezamen uit, naar haar gewoonte, en door het 38 13, 14| haastten om af te komen naar hun stadspoort, en zij riepen 39 14, 3 | zullen hun wapenen nemen, en naar hun legers heentrekken, 40 15, 4 | 4 En Ozias zond naar Bethomasthem en Bebaï, en 41 16, 25| trok een iegelijk weder naar zijn erve, en Judith kwam 42 16, 25| erve, en Judith kwam weder naar Bethulië, en bleef bij haar


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License