Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ontzette 2
ontzetten 4
onverwinnelijk 1
onze 40
onzer 8
onzes 2
oog 2
Frequency    [«  »]
41 over
40 deze
40 here
40 onze
39 tegen
38 daar
38 om

boek Judith (Het)

IntraText - Concordances

onze

   Chapter, Verse
1 3, 4 | 4 Ziet, al onze landhuizen, en al onze plaatsen, 2 3, 4 | al onze landhuizen, en al onze plaatsen, en al onze korenvelden, 3 3, 4 | al onze plaatsen, en al onze korenvelden, en al ons klein 4 3, 5 | 5 Ziet, ook onze steden, en die daarin wonen, 5 6, 3 | zij zullen de kracht van onze paarden niet wederstaan, 6 7, 16| hun tot knechten zijn, en onze ziel zal leven, en wij zullen 7 7, 16| zal leven, en wij zullen onze jonge kinderen met onze 8 7, 16| onze jonge kinderen met onze ogen niet zien sterven, 9 7, 16| sterven, en de zielen van onze vrouwen en kinderen versmachten.~ 10 7, 17| de hemel en de aarde, en onze God en Here onzer vaderen, 11 7, 17| vaderen, die ons vergeldt naar onze misdaden, en naar de misdaden 12 7, 19| blijven, waarin de Here onze God zijn barmhartigheid 13 8, 10| stad zult overgeven aan onze vijanden, indien binnen 14 8, 14| broeders, verwekt de Here, onze God, niet tot gramschap. 15 8, 15| raadslagen van de Here, onze God, niet ten pand, want 16 8, 16| wachten, en hem aanroepen tot onze hulp, en Hij zal onze stem 17 8, 16| tot onze hulp, en Hij zal onze stem verhoren, indien het 18 8, 17| 17 Dewijl in onze geslachten niemand is opgestaan, 19 8, 18| geschied, om welke oorzaak onze vaders ten zwaard en ten 20 8, 18| zijn, en zijn gevallen voor onze vijanden met een grote val.~ 21 8, 20| meer zo genoemd worden, en onze heilige plaatsen zullen 22 8, 20| beroofd worden, en de Here, onze God, zal de ontheiliging 23 8, 20| ontheiliging derzelve van onze mond eisen, en hij zal de 24 8, 20| die ons bezitten. Want onze dienstbaarheid zal niet 25 8, 20| tot genade, maar de Here, onze God, zal ze tot oneer zetten.~ 26 8, 21| En nu, broeders, laat ons onze broederen een voorbeeld 27 8, 21| alles, laat ons de Here, onze God, danken die ons verzoekt, 28 8, 21| verzoekt, gelijk hij ook onze vaders verzocht heeft.~ 29 8, 26| zal de regen zenden, opdat onze waterbakken vol worden, 30 8, 27| tot geslacht zal komen tot onze nakomelingen.~ 31 8, 28| gezegd hebt de stad aan onze vijanden over te geven, 32 8, 30| ga voor u tot wraak over onze vijanden. En zij keerden 33 11, 20| heeft afgezonden, opdat in onze handen kracht zij, en degenen 34 13, 13| toch de poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht 35 13, 18| afwendt, maar hij heeft onze vijanden verwond door mijn 36 13, 22| eendrachtiglijk: Geloofd zijt gij, o onze God, die op de huidige dag 37 13, 25| ons geslacht, maar zijt onze val tegengegaan, dewijl 38 13, 25| dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.~ 39 14, 1 | dat uit, op de tinne van onze stadsmuur.~ 40 14, 10| 10 Wek toch onze heer op, want de slaven


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License